Een kind van de jaren zeventig ben ik en in mijn tijd was het reuzestoer om te drinken, ook als meisje. Je deed mee, want iedereen deed het en het was lekker stout. Bij ons thuis werd niet gedronken, dus niet gehinderd door kennis van waren ging het los. Op de – elitaire – middelbare school ging in de pauze een zakflacon rum rond en in de muziekcafés waar ik uitging dronken de meisjes bessenjenever-7Up, een onmogelijk zoet drankje waar je lekker teut van werd. Dat teut-zijn gebruikte ik als tiener om over verlegenheid heen te komen, uitgaan spannender te maken (goedbeschouwd stonden we alleen maar wat te headbangen op U2) en eventueel te zoenen met een knappe jongen. Drempels verlagen, dat vind je als tiener handig (en het was voor ons ook niet verboden). Later is een glaasje vaak goed voor de algehele sociale cohesie, het draagt bij aan wat men ‘gezelligheid’ noemt.

Advertentie - Lees hieronder verder

'Voortdurend moest ik uitleggen dat ik geen wijntje wilde. Nee ook niet ééntje!'

Dubbele tong

Het duurde tot mijn Franse minnaar voordat ik in plaats van Bailey’s met ijs wijn ging drinken en dat leerde waarderen. De tot dan toe gevreesde azijn uit de nachtclub werd een mooie fles rood bij het eten, en ik leerde próeven. Meepraten over terroir, zuur en fruitnoten. De fles in het restaurant werd vervolgens een fles thuis bij het eten, want samenwonen brengt veel gezelligheid met zich mee. Vrienden en vriendinnen wineden en dineden mee, een creatieve scene van mensen zonder vaste werktijden en met veel behoefte om tot diep in de nacht ideeën te bespreken. Het leven bruiste, de wijn stroomde. Wijn was het nieuwe bier tussen 1990 en 2010, toen sterke drank even uit de mode was. Etentjes aan lange tafels en dan de volgende ochtend met tassenvol lege flessen naar de glasbak. Wijn is een vrij gemakkelijke drank en met wat oefening kun je de effecten ervan prima beheersen. Kijk om je heen einde dag in een (hotel)bar of op een feestje: menig vrouw zit met een bel witte wijn. Witte wijn bevat veel suiker en is een goed recept om vermoeiheid weg te drinken en dooooor te gaan (van rode word je slaperig). En vergeet de factor ‘beloning’ niet, na een dag hard werken, een lastige vergadering of binnengesleept succes. Tegelijkertijd werkt alcohol ontspannend. Hè hè, even die nekspieren slap laten hangen, bijkomen van die ene collega, dat rottige telefoontje. Witte wijn was mijn recept voor menig happening na werktijd, zoals die nou eenmaal een paar keer per week in de agenda staat van een (beauty)editor van een grote titel. Opening? Wijntje. Presentatie? Champagne. Diner? Meerdere glazen, soms dankbaar genuttigd want aan beide zijden een saaie disgenoot. Ongemerkt dronk ik meer dan me lief was, en dat maakte de ochtenden trager. Bovendien kon ik me soms niet meer precíes herinneren wat ik iemand ongeveer had toevertrouwd, of beloofd (nog erger!), of wat diegene mij met dubbele tong in het oor had gefluisterd. #MeToo’s waren er gelukkig nooit, maar achteraf bekeken had het in sommige situaties slecht kunnen aflopen. Ook voor die ander!

Advertentie - Lees hieronder verder

Niet preken

In de tussentijd stopte ik met roken dankzij het boek van Allen Carr, die als geen ander het verslavingsmechanisme helder kon uitleggen. Hij vergeleek verslaafd worden aan een zekere substantie met een vlieg die gelokt wordt door een vleesetende plant. De plant houdt zijn aantrekkelijk gekleurde kelkje open, de vlieg landt, kan met zijn pootjes bij de substantie die hem zo aanspreekt, ontspant en glijdt dan langzaam, heel langzaam, zonder dat hij het merkt – want bezig met de lekkere substantie – steeds dieper in de keel van de plant, die op zeker moment de vlieg volledig vast heeft gezet en … hem begint te op te lossen. Slik! Dank Allen Carr! Met dat beeld voor ogen besloot ik op 1 november tien jaar geleden dat het welletjes was geweest. Genoeg gedronken!

Advertentie - Lees hieronder verder

Déze vlieg wilde niet verdrinken, en als ik al mijn dromen waar wilde maken, moest ik mijn hoofd er absoluut bijhouden. Noem het ambitie. Ook wist ik dat alcohol de kans op kanker verhoogt, reden te meer om het te laten staan. Nu is stoppen met drinken gelukkig een fluitje van een cent, je doet het gewoon. Maar dan wel rigoureus. Simple as that. Ik had wel met mezelf afgesproken dat ik niet zou gaan oordelen over andervrouws drankinname en ook niet zou gaan preken. Iedereen moet maar lekker zelf weten wat hij doet, nietwaar. Toch moest ik voortdurend aan andere mensen uitleggen dat ik nee, dankjewel, geen wijntje wil, geen cocktail en nee, dank u, geen champagne. Nee ook niet ééntje, en nee lieve vriendin, ik drink ‘nog steeds’ niet. Zoals ik al zei, in het creatieve circuit is alcohol als smeerolie. Het was grappig. Na verbazing volgde bij de ander meestal een moment van zelfreflectie. Dan kreeg ik uitleg over zijn of haar drinkpatroon. Dat de persoon in kwestie het helemaal in de hand had. Of er ook weleens aan dacht om te stoppen. Als dat behandeld en diegene een paar glazen verder was, was ook het inzicht meestal verdwenen. Of zoals een goede vriend van me uitlegt: ‘Na het eerste glas denk ik ‘wat doe ik toch moeilijk!’ en dan schenk ik een tweede in.’

Nieuwe strategie

Ik besefte wel opeens dat mensen die aangeschoten zijn best vervelend zijn. Ze praten te hard, spugen in je glas, doen ontboezemingen waar je niet op zit te wachten, lopen rood aan en worden slordig. Mensen boven de vijfendertig zien er onappetijtelijk uit als ze te veel drinken, en zowel mannen als vrouwen worden te intiem. Als niet-meer drinker ben je een partypooper, je doet niet gezellig mee. Ben je wel te vertrouwen? Er waren vriendschappen die alleen bleken te gedijen op alcohol. Qua feestjes en happenings moest ik een nieuwe strategie ontwikkelen, namelijk die van het ongemerkt ontwijken, rondjes lopen, korte praatjes maken en dan gelijkgestemden opzoeken. Het ergste wat ik ooit zag was een vrouw van mijn leeftijd in een nachtclub in Nice die zich, op een tafel staand, liet overgieten met champagne, terwijl twee heren ongemerkt haar rok omhoogduwden tot zij in een vleeskleurige string stond.

Advertentie - Lees hieronder verder

Tien jaar later ben ik nog steeds blij met mijn alcoholvrije leven. De gin-hype is aan me voorbijgegaan – het maakte menig feestje heel kort leuk, sterke drank hakt er in hè – en ook de whiskeymode is niet aan mij besteed. Vriendinnen die nog steeds best wel regelmatig wat drinken kunnen nu moeilijker stoppen dan ik tien jaar geleden. Hun pootjes zitten te vast. Ze zijn verder afgegleden in die ingesleten gewoonte. Het enige wat ik mis, ik geef toe, is dat ene, perfecte glas volle rode wijn bij dat perfecte bord eten. Maar het is net als met roken: je weet nooit welke sigaret écht zal smaken, en wanneer. Het gros smaakt eigenlijk helemaal niet. Dus drink ik dat glas wijn niet. Ik ben vier kilo en een paar vrienden kwijt, nieuwe vrienden en ongetwijfeld vele euro’s rijker en ik heb nooit meer een kater. Maar ik doe het eigenlijk alleen voor de helderheid, om precies te weten hoe-wie-wat-wanneer-en-waarom-en-wat ik er eigenlijk van vind. Partypooper? Dat maak ik zelf wel uit.