De pandemie is voor mensen over de hele wereld een tijd van rouw, eenzaamheid en bezorgdheid. We kunnen onze geliefden veel minder zien dan we zouden willen, en onze oude manier van leven staat op z'n kop. In een poging om troost te vinden en te ontstressen, ervaren veel mensen een nieuwe waardering voor de natuur: de zang van vogels, die rijker en luider lijken te klinken, de rozen in de voortuin van de buren die in bloem staan, en de bomen die ineens in felgroene bladeren zijn uitgebarsten.

We hebben ontdekt hoeveel leven er eigenlijk om ons heen is, zelfs in steden. Met de extra tijd die we om handen hebben zijn we de levende wereld in onze buurt gaan opmerken. Ik heb mijn plaatselijke stedelijke begraafplaats in Hampshire veel beter leren kennen: de gierzwaluwen die binnenvliegen en de verse eikenbladeren; de geur van seringen en de bladeren van de walnotenboom; de diepe karmozijnrood van de pauwvlinder.

Velen van ons hadden niet door hoeveel menselijke activiteit – verkeer, lawaai, vervuiling – onze omgeving beïnvloedde. Tijdens de lockdown heb ik voor het eerst sinds mijn kindertijd een koekoeksvogel gehoord, vijf keer. Verhalen en foto's van wilde dieren die terugkeren naar stedelijke gebieden, van wilde geiten die door de Welshe stad Llandudno dwalen tot buffels die over de snelweg in Delhi lopen, gingen viral. Andere, soortgelijke berichten – zoals zwanen die terugkeren naar Venetië – bleken nep, maar zeiden wel iets over onze aangeboren wens om de natuur te zien bloeien, ondanks de destructieve maatschappelijke systemen waar we onderdeel van zijn.

De pandemie heeft ook duidelijk laten zien hoe ongelijk onze toegang tot een groene omgeving is, vooral in steden. De lockdown lijkt gemakkelijker voor mensen met tuinen of bewoners in welvarende gebieden die vaker toegang hebben tot mooie parken en groen.

Groene ruimtes zijn geen franje of luxe.

Het laat zien dat het integreren van natuur in huisvesting en stedelijk stadsontwerp essentieel en urgent is, in plaats van enkel een aanvinkoefening. Groene ruimtes zijn geen franje of luxe. Je verbonden voelen met de natuur zou een fundamenteel mensenrecht moeten zijn. We lijken ons nu te herinneren dat het een essentieel onderdeel is van onze gezondheid.

De natuur kan genezen

Ik begon het verband tussen de natuur en onze geestelijke gezondheid te onderzoeken nadat ik, tijdens een periode waarin ik worstelde met verslaving en depressie, het wandelen op de Londense Walthamstow Marshes als heel therapeutisch had ervaren. Pas net sober en op zoek naar gezonde manieren om de daaropvolgende achtbaan van emoties te doorstaan, merkte ik dat ik voor het eerst op volwassen leeftijd tot de natuur werd aangetrokken, op zoek naar genezing en herstel. Sindsdien maakte ik iedere dag even verbinding met de natuur, naast de hulp die ik kreeg uit de psychiatrie, psychotherapie en de ondersteuning van vrienden, familie en andere verslaafden.

Het effect was zo krachtig dat ik al snel begon te onderzoeken hoe en waarom contact en verbinding met de natuur onze psychologische en emotionele gezondheid beïnvloeden (en omgekeerd, of onze moderne vervreemding van de natuur slecht is voor ons mentale welzijn).

De natuur beïnvloedt ons van ons hoofd tot onze tenen via verschillende paden.

Ik werd overweldigd door de hoeveelheid aan wetenschappelijk bewijs. De natuur beïnvloedt ons van ons hoofd tot onze tenen via verschillende paden. We herstellen sneller en vollediger van stress na blootstelling aan de natuur in vergelijking met bebouwde omgevingen, en ons immuunsysteem heeft er veel baat bij om in deze ontspannen toestand te verkeren. Ondertussen worden de geluiden van de natuur – vogelenzang of stromend water – gekoppeld aan een evenwichtiger zenuwstelsel. Lopen door een met bomen gelijnde straat vermindert de activiteit in de hersenen die gepaard gaat met verdriet, piekeren of overdenken.

Velen van ons zullen intuïtief weten dat we ons beter voelen na een verblijf in het bos (wat de Japanners 'forest bathing' noemen) of aan zee. Nu laat de moderne wetenschap zien wat mensen altijd hebben geweten: we hebben een relatie met de rest van de levende wereld nodig om onze geestelijke gezondheid te waarborgen.

Onze plek in de natuur begrijpen

De pandemie zorgt ervoor dat velen van ons onze relatie met de rest van de natuur op een andere manier zien – niet in de laatste plaats omdat we momenteel midden in een klimaat- en biodiversiteitscrisis zitten. Al langere tijd is onze relatie met de natuur aan een flinke herziening toe, van de impact die we hebben op andere soorten leven, tot de manier waarop we het land gebruiken en domineren.

Het virus heeft laten zien hoe verbonden we zijn met de ecosystemen en soorten om ons heen, en hoe onze acties rampzalige gevolgen kunnen hebben. Om bedreigingen zoals het coronavirus in de toekomst te helpen voorkomen, moeten onze samenlevingen dit serieus nemen. Covid-19 is waarschijnlijk een zoönose, wat betekent dat het overdraagbaar is van dier op mens. Het risico op dergelijke ziekten wordt vergroot doordat mensen ecosystemen binnendringen, waardoor ziekteverwekkers kunnen overspringen. "Met Covid-19 heeft de planeet tot nu toe de sterkste waarschuwing gekregen dat de mensheid moet veranderen", zegt Inger Andersen, uitvoerend directeur van het milieuprogramma van de VN.

Kunnen we de natuur eindelijk het respect geven dat ze verdient?

We zijn te lang vergeten dat ook wij deel uitmaken van de natuur. Ook al leven we binnen, weg van de processen die onze levende ondersteuningssystemen zijn, eten, ademen en leven we alleen vanwege planten en de grond en alle andere wezens. Dat is iets wat we willen onthouden, terwijl we een nieuwe manier vinden om met onze omgeving om te gaan. Een manier die van ons goede gasten maakt voor de tijd dat we hier op aarde mogen zijn.

Verdergaand dan deze pandemie, zullen we nadenken over hoe we op een duurzamere, herstellende manier kunnen leven en wederzijdse relaties kunnen hebben met de levende wereld om ons heen – variërend van eenvoudige tot meer structurele veranderingen. Kunnen we onze wegbermen bijvoorbeeld niet meer maaien, zodat de bestuivende soorten die in gevaar zijn met uitsterven, voedsel en leefomgevingen hebben? Zullen we de klimaatcrisis serieus nemen en onze CO2-uitstoot verminderen om verdere schade te voorkomen? Kunnen we de natuur eindelijk het respect geven dat ze verdient?

Wij zijn de natuur, de natuur is ons. Dat zullen we moeten erkennen als we willen dat wij – en onze planeet – kunnen bloeien.

Lucy Jones is de schrijver van Losing Eden: Why Our Minds Need the Wild (Allen Lane).