Nederlandse actrice Jouman Fattal spreekt openhartig over haar vluchteling-verleden voor bijzonder project van Amnesty International

De actrice vertelt over haar vlucht naar Nederland ter ondersteuning van Amnesty's glossy 'Glamoria' dat de hopeloze situatie in Griekse vluchtelingenkampen aan de kaak stelt.

image
Sacha de Boer

Amnesty International presenteert het magazine Glamoria in samenwerking met Bureau Tosti Creative. In dit magazine vind je echter niet het laatste mode-nieuws, maar kom je als lezer alles te weten over de hopeloze situatie in de Griekse vluchtelingenkampen. De initiatiefnemers willen op deze manier meer handtekeningen verzamelen voor de petitie Kijk Niet Weg, die inmiddels door meer dan 40.000 Nederlanders is ondertekend. Actrice Jouman Fattal (26), met een Gouden Kalf-nominatie voor haar hoofdrol in de serie Zuidas, heeft een zelf een verleden als vluchteling en ondersteunt dit project. In een interview met Amnesty International spreekt de actrice openhartig over haar vlucht naar Nederland vanuit Syrië en wat voor een rol het label 'vluchteling' in haar leven speelt.

Vluchteling-identiteit

Op haar vierde vluchtte Jouman Fattal met haar ouders, tegenstanders van het Assad-regime, van Syrië naar Nederland. Ze woonde bijna twee jaar in verschillende azc’s en werd uiteindelijk in ‘t Gooi geplaatst, waar ze ook opgroeide. ‘Als ik al een Syriër was, dan was ik een overgelopen Syriër. Ik wilde zo wit mogelijk zijn: zat ik daar op het terras in Hilversum aan de Chardonnay met mijn gestylde haar.’ Toch kreeg ze op jonge leeftijd te maken met pesterijen. Ze kreeg toegebeten ‘terug naar Marokko’ te moeten, zonder op dat moment te weten waar Marokko lag. Maar kwam ze ‘thuis’ op vakantie in Syrië, nog voor de oorlog uitbrak, dan was ze ‘die Nederlandse’. ‘Ik heb me nooit een Syriër of een Nederlander gevoeld, wel altijd iemand anders, een allochtoon. Maar ik pas er voor een excuus-allochtoon te zijn.

‘Ik wilde zo wit mogelijk zijn’

'Gelukszoeker'

Voor het eerst vertelt ze openhartig over haar vluchteling-identiteit, over hoe schuld en schaamte haar pad naar de podiumkunsten tekenden en hoe de crisis in vluchtelingenkamp Moria haar ‘doet rillen’. In de Volkskrant zei je ‘Ik schrik van de sfeer hier in Nederland als het gaat om vluchtelingen’.

Leg eens uit?
‘Ja, ik zie twee dingen gebeuren als het gaat om vluchtelingen. Enerzijds de vele mooie initiatieven zoals kledinginzamelingen, oproepen en demonstraties die me deden beseffen dat er veel liefde in de mens zit. Maar ik zie ook kortzichtige krantenkoppen en een vijandige houding naar vluchtelingen. Ik schrok eens enorm van een figurant die ik hoorde praten over “gelukzoekers”: ze waren ratten en profiteurs en moesten zo snel mogelijk oprotten. Ik werd er spontaan misselijk van, mijn handen trilden van woede, terwijl ik er niet zoveel tegen kon beginnen.’

Je bent er niet tegenin gegaan?
‘Nee, ik voelde “dit wordt óf ruzie, óf een gespannen sfeer en ik moet nog wel met hem op de set staan”. Je kunt wel een discussie over onrechtvaardigheid aangaan, maar voor hem ben ik waarschijnlijk iemand die niet objectief kan zijn. Ik heb geleerd mensen te begrijpen. Waar komt die woede over vluchtelingen vandaan, waar komt de angst en onwetendheid vandaan?’

Accepteer je daarmee het onrecht?
‘Nee, het is alleen een rationeel begrijpen. Je hoofd denkt “hoe kan dit?”. Je ziet je eigen familie worstelen en mensen om je heen die zo hun best doen om erbij te horen, om vervolgens op straat te worden uitgescholden. Maar vluchten doe je niet zomaar, je legt je lot in andermans handen. Dat is een bizarre gewaarwording, dat je zo afhankelijk bent dat je niets meer te zeggen hebt over je eigen lot. Wat er nu gebeurt, doet mij denken aan wat er met Joden is gebeurd.’

Sasha de Boer

Je vergelijkt de genocide met de huidige vluchtelingencrisis?
‘Nee, waar het mij om gaat is het universele mensenleed en het wegkijken, iets wat we vaak in het verleden hebben gedaan. Weer wordt een minderheidsgroep mensonwaardig behandeld. Ik heb drie jaar lang niet meegedaan aan de Dodenherdenking, omdat ik zo kwaad was. Niet om iets aan het leed van de Joden af te doen, dat vind ik vreselijk, maar het voelt zo hypocriet.’

Eigenlijk zeg je ‘het gebeurt gewoon nog steeds’?
‘Ja, één dag zijn we heel erg bezig met mensenleed en een dag na de Dodenherdenking zijn we het alweer vergeten. We zappen weg als er weer een kind is aangespoeld. Maar ik herken het wel. Ik trok het niet om de kapotgeschoten huizen en kinderlijken te zien, ik kreeg er nachtmerries van. Droomde dan dat mijn eigen familieleden dood op de grond lagen… Toch was ik ook kwaad op mezelf vanwege het wegkijken.’

Waarom was je zo boos op jezelf?
‘Omdat ik hier was. Ik zat op de toneelschool en ik schaamde me. Hoe kon ik oefenen op een pirouette terwijl mijn oma in Syrië werd gebombardeerd? Ik ging niet meer naar lessen, voelde zoveel woede, opstand en verdriet. Op vakantie gaan voelde ook enorm hypocriet, dat doe je toch niet, terwijl je familie in angst leeft en alleen droog brood heeft. Mijn ouders zijn mijn helden, gevlucht om ons gezin een toekomst te geven. En ik? Ik ben de antiheld die met een gouden lepel pap eet uit een Nederlandse kom.’

‘Hoe kon ik oefenen op een pirouette terwijl mijn oma in Syrië werd gebombardeerd?’

Ben je niet wat hard voor jezelf?
‘Misschien, maar ik voelde me zo schuldig. Ik dacht “ik moet naar die kampen, ik moet helpen”. Wist je dat in Moria vluchtelingen niet eens allemaal een dak boven hun hoofd hebben en een bed om op te slapen? Ze hebben nog minder dan gevangenen in Nederland hebben. Dat is toch absurd?’

In je solovoorstelling ‘Terug’ ga je terug naar je Syrische wortels en onderzoek je je woede en verdriet. Was dat bevrijdend voor je?
‘Ja, het voelde achteraf als een afgeronde therapiesessie. Toen ik jong was, wilde ik zo Nederlands mogelijk zijn. Maar toen de oorlog in Syrië uitbrak, was het alsof ik niet wist wat ik had totdat ik het kwijt was. Een deel van mezelf ging kapot toen Syrië kapot werd gemaakt. Ik voelde me lang ontworteld, tot ik merkte dat je onmacht om kan zetten in “kleine macht”.’

Wat bedoel je met die onmacht en kleine macht?
‘De onmacht, de moedeloosheid, het toekijken. Twee mannen in mijn familie, mijn oom en een aangetrouwde neef, zijn als bootvluchteling Europa binnengekomen. We hebben doodsangsten uitgestaan, maar je kunt niks doen. De misselijkheid die ik voelde bij die uitspraken van die figurant, terwijl we de kloof juist kleiner moeten maken. Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn, maar je moet wel in gesprek blijven. Ik merkte dat het mij hielp te focussen op kleine dingen. Denk aan vrijwilligerswerk in azc’s maar ook tentoonstellingen maken over Syrië.’

Wat riep ‘Terug’ op bij het publiek?
‘Mensen vroegen na afloop hoe ze konden helpen. Ontroerend. Maar er was ook iemand die heel boos werd, zich aangevallen voelde. Zo’n reactie vind ik ook tof, dan hebben we een gesprek en proberen we elkaar te begrijpen. Voor mij is dat wat kunst is. Ik wil niet alleen maar de mooie dingen van het leven laten zien.’

Wat raakt je het meest aan Moria?
‘Onrecht is universeel en doordat de geschiedenis zich herhaalt, kan het elk volk overkomen. Wat als het Nederlanders waren geweest?’

De petitie van Amnesty International Kijk Niet Weg kun je ondertekenen via deze website.

Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Interviews