Saskia de Brauw (37) is topmodel, moeder én kunstenaar. En dat gaat prima samen, vindt ze. ‘Ik kan als kunstenaar doen wat ik wil, omdat ik succes heb als model. Ik weet dat er behoefte is aan hokjes, maar ik ben niet het een óf het ander en ik ben ook niet méér het een dan het ander. Ik ben het allebei,’ zegt De Brauw. Foam opent morgen de Ghosts Don’t Walk in Straight Lines-tentoonstelling, een nieuw project van Saskia de Brauw en Vincent van de Wijngaard. Tijd voor een gesprek met de geboren Amsterdamse.

Broadway and West 42nd Street, 2018 - Ghosts Don’t Walk in Straight Lines
SASKIA DE BRAUW & VINCENT VAN DE WIJNGAARD

Ontdekt in de tram

Ze is belachelijk knap, maar niet op een intimiderende manier. Er gaat iets rustgevends van haar uit, alsof ze alle tijd heeft. Of dat nou tijdens een lunch in Hyères is – ze zat vorig jaar in de jury van het jaarlijkse modefestival – of tijdens een gesprek via Skype, samen met haar vriend Vincent van de Wijngaard (51). De Brauw is volledig aanwezig. Ze heeft geen haast, beantwoordt rustig alle vragen en valt alleen stil als het te lang over haar modellencarrière gaat. Die is min of meer toevallig zo gelopen. Op haar veertiende werd ze ontdekt in de tram. Jarenlang deed ze af en toe wat commerciële klussen, cataloguswerk dat ze makkelijk kon combineren met de middelbare school. Ze stopte toen ze met een studie textiel aan de Gerrit Rietveld Academie begon, de vrijste kunstopleiding van Nederland. En ze was 28 – dat was toen oud in de modellenwereld – toen wijlen fotograaf Miep Jukkema, met wie ze bevriend was, haar aanraadde om weer eens wat modellenwerk te gaan doen. Ze besloot het werk nog een kans te geven, ook omdat het financieel lastig was als beginnend kunstenaar. Van het een kwam het ander. Ze liep een show in New York en werd door Ashley Brokaw – een van de belangrijkste castingdirectors ter wereld – gevraagd voor de show van Balenciaga. Vervolgens werd ze een halfjaar exclusief geboekt door Riccardo Tisci – hij was op dat moment, als hoofdontwerper van Givenchy, een van de belangrijkste smaakmakers in de mode.

Die karakteristieke en serieuze aanpak maakt haar geliefd bij fotografen.

Troefkaarten

Inmiddels heeft De Brauw een iconische status: ze is een van de sprekendste gezichten van de afgelopen jaren, heeft in alle toonaangevende modeglossy’s gestaan, en shows en campagnes gedaan voor onder meer Céline, Prada, Calvin Klein, Chanel en Givenchy. Haar belangrijkste troefkaart als model is haar androgyne uitstraling; ze heeft iets jongensachtigs. Niet omdat het toevallig in de mode is, maar omdat het bij haar past. Haar korte haren zijn geen statement; al sinds haar twaalfde draagt ze haar haren zo. Dat ze van veraf weleens voor een jongen wordt aangezien, maakt haar niet zoveel uit. Ze voelt zich vrouwelijk, dat is wat telt. Nog een troefkaart: haar eigenheid. Ze heeft altijd een zekere individualiteit behouden; ze is op een positieve manier ongenaakbaar, alsof ze een beetje losstaat van de rest van de modewereld. Mode is niet zaligmakend voor haar, het is werk. Hetzelfde geldt voor van de Wijngaard. Ze gaan nauwelijks naar de feestjes van de modejetset en op De Brauws Instagram-account vind je geen selfies met popsterren of foto’s van haar zwangere buik. Ruim tweeënhalf jaar geleden kregen zij en Van de Wijngaard een baby, maar privé is privé. In één woord is De Brauw een performer. Zo benadert ze haar modellenwerk ook, als een performance. Natuurlijk is ze als model onderdeel van de visie van iemand anders, maar ze geeft daar óók haar eigen invulling aan. Modellenwerk, zegt ze, is net zo goed een ambacht als het kunstenaarschap. Die karakteristieke en serieuze aanpak maakt haar geliefd bij fotografen. ‘Ik zoek artiesten: vrouwen die kunnen performen, acteren, dansen voor de camera – niet veel vrouwen kunnen dat op het niveau waarop Saskia dat kan,’ aldus topfotograaf Paolo Roversi een paar jaar geleden in Vrij Nederland. Van de Wijngaard, die een fotografieopleiding afrondde aan de kunstacademie in Den Haag, werkte als documentair fotograaf toen hij en De Brauw elkaar leerden kennen. Sinds hij wordt vertegenwoordigd door Art + Commerce in New York, dat ook bekende fotografen als Steven Meisel en Willy Vanderperre representeert, werkt hij ook veel in opdracht van grote merken als Louis Vuitton en Dior en toonaangevende modebladen als Interview en Another Magazine.

‘Ik ben nu helemaal thuis in New York, maar eerst voelde ik me niet meteen op mijn gemak.'

image
Saskia de Brauw en Haider Ackermann.
Getty Images

Thuis in New York

Anderhalf jaar geleden verhuisden De Brauw en Van de Wijngaard van Parijs naar New York. Omdat ze daar toch al veel waren voor werk en omdat ze daar prettiger wonen met hun dochter; in Brooklyn hebben ze meer ruimte dan in Parijs. Ik vond de snelheid nogal overweldigend en het is ook een luidruchtige stad. Om tot mezelf te komen ben ik toen korte, langzame wandelingen gaan maken,’ zegt De Brauw. Die wandelingen waren het startpunt van haar nieuwste kunstproject: Ghosts Don’t Walk in Straight Lines, dat ze met haar vriend heeft gemaakt en bestaat uit een korte film en een boek. Het project is nog tot en met 10 februari te zien in fotografiemuseum Foam in Amsterdam. De Brauw vroeg zich af wat er zou gebeuren als ze een etmaal lang met vertraagde tred door de stad zou lopen. Wie zou ze tegenkomen? Welke verhalen zouden die mensen te vertellen hebben? En wat zou het langzame lopen met haar doen?

image
SASKIA DE BRAUW & VINCENT VAN DE WIJNGAARD

Twintig uur onderweg

Met Van de Wijngaard bedacht ze een route dwars door de stad, van noord naar zuid. Ze wilde zo min mogelijk in een rechte lijn lopen en onderweg zoveel mogelijk verschillende mensen tegenkomen. Het was de eerste keer dat ze zo intensief samen aan een kunstproject werkten. Maar het lag voor de hand om dit gezamenlijk te doen, Van de Wijngaard is geworteld in de documentairefotografie en heeft een sterke no-nonsense aanpak als fotograaf. Bovendien: er zit ontzettend veel tijd in dit project. Ruim drie jaar geleden, op 21 mei 2015, heeft De Brauw de hele route gelopen. Van de hoek van 225th Street en Broadway, tot aan Battery Park. Ze was twintig uur onderweg. ‘Toen ik net begon met lopen vond ik het lastig om volledig in het moment aanwezig te zijn en kostte het me moeite me aan het trage tempo over te geven. Maar na een tijdje kwam ik in een bepaalde cadans en ging het vanzelf. Die twintig uur waren zo voorbij,’ zegt ze. Langs de hele route hebben ze verhalen van mensen verzameld en die aangevuld met gevonden tekstfragmenten, quotes, stukken papier. ‘Voor ons was dit project een unieke kennismaking met de stad. Toen we ermee begonnen, woonden we nog in Parijs. Langzaamaan zijn we verliefd geworden op New York. We zijn in zoveel verschillende wijken geweest en we hebben met zoveel verschillende mensen gesproken. Dat was heel bijzonder,’ zegt Van de Wijngaard. Ook modeontwerper Haider Ackermann, met wie De Brauw bevriend is, heeft meegewerkt aan Ghosts Don’t Walk in Straight Lines. Hij ontwierp een lange jas van restmateriaal, die ze droeg tijdens de wandeling. ‘Ook die jas vertelt het verhaal van de stad. Hij was zo lang dat ie over de grond sleepte en delen van de stad meenam. Ik heb ’m nog, maar draag ‘m niet vaak, daarvoor is ie te theatraal.’ Na die ene wandeling – een performance – hebben ze nog jaren aan het project gewerkt, om alle verzamelde fragmenten een plek te geven. Vorig jaar ging de film in première in galerie The Store X in Londen en onlangs was hij ook te zien bij Red Hook Labs in New York. Het boek is onder meer via De Brauws website.

image
West 25th Street and Broadway Bridge, 2018 - Ghosts Don’t Walk in Straight Lines.
SASKIA DE BRAUW & VINCENT VAN WIJNGAARD

Voor haar is de wereld een groot netwerk, vol herinneringen en gevoelens.

De wereld is een groot netwerk

‘Dit project geeft een beeld van de stad en van hoe snel die verandert. Sommige plekken zien er nu alweer heel anders uit dan op de beelden uit 2015. Voor mij is dit project een soort patchwork van de stad. Ik hoop dat anderen in de verzameling fragmenten iets vinden waarin ze zich herkennen. Iets dat hen raakt,’ zegt ze. Dat is typisch Saskia. Ze is al van jongs af aan gefascineerd door de wegen die we afleggen en de plaats die we innemen. Ruim twee jaar geleden publiceerde ze in eigen beheer haar eerste boek: The Accidental Fold, ook dat is een poëtische verzameling fragmenten. Van gevonden knopen, bloemen en bladeren tot een achtergelaten schoen en gekreukelde stukjes papier – allemaal voorwerpen die ze in de loop der jaren had verzameld. ‘Voor mij is het verzamelen en ordenen van bestaande materialen en verhalen een heel natuurlijke manier van werken als kunstenaar,’ zegt ze. Ze trekt altijd lijnen in haar hoofd; voor haar is de wereld een groot netwerk, vol herinneringen en gevoelens. ‘Op de kunstacademie was ik al bezig met hoe onze levens verbonden zijn. We staan helemaal niet zo los van elkaar als we soms denken. Dat vind ik een mooi en ontroerend idee.’

"Ghosts Don’t Walk in Straight Lines" is nog tot en met 10 februari te zien in Foam, waar je ook het gelijknamige boek kunt kopen, www.foam.nl