Dit artikel verscheen eerder in Vogue Nederland, oktober 2018.

De schoonheid van vergankelijkheid, verlangen naar melancholie en patina – wabi-sabi druist in tegen bijna alles wat de vluchtige modewereld voorschrijft. Vogue’s Alja Bakker onderzoekt wat materialisten kunnen leren van deze eeuwenoude Japanse traditie.

Als kind kregen mijn zussen, broers en ik een gulden van mijn vader voor elke mot die we de nek omdraaiden. In een huis vol antiek, Perzische kleden en geërfde bontjassen werd hij razend van de textielvretende beesten, een obsessie die ik jammerlijk van hem heb overgenomen. Ik kan de beige fladderaars die elke lente mijn huis bestormen en zich niet laten verdelgen, niet verdragen – de gedachte aan kleine kaakjes in mijn dierbare kasjmieren truien en zijden Hermès-shawls maakt me gek. Full disclosure: ik kan niet tegen kapotte en beschadigde kleding. Een kras op een tas, haaltje in de stof van een T-shirt – voor mij is de lol er dan meteen vanaf. Theorie en werkelijkheid ontlopen elkaar hier, want bij ándere mensen vind ik een verweerde leren tas heel mooi en kan ik genieten van een antieke gouden ketting met butsen en krassen. Maar als het om mijn eigen spullen gaat, denk ik aan de hoop geld die ik ervoor heb neergeteld en wil ik ze vooral koesteren en beschermen.

'Een kras op een tas, haaltje in de stof van een shirt – voor mij is de lol er dan meteen vanaf'

Dat vind ik uitermate tuttig, plat en materialistisch van mezelf. Ik wóu dat ik kon denken: wat maakt zo’n mottengaatje nou uit, zo zie je tenminste dat het leven eroverheen gegaan is en krijgt je kleding karakter. Ik wou dat ik de schoonheid van verval kon inzien. Ik wou, kortom, dat ik wabi-sabi was.

Prachtige ontbinding

Het boekje Wabi-Sabi for Artists, Designers, Poets & Philosophers van Leonard Koren legt uit dat het Japanse begrip zijn oorsprong kent in het zenboeddhisme en beschrijft wabi-sabi als: ‘de schoonheid van imperfectie, tijdelijkheid en incompleetheid van alles dat bescheiden en nederig is.’ Wabi, zo legt Koren uit, betekent oorspronkelijk de miserie van een afgezonderd leven, alleen in de natuur, ver weg van de beschaving; een leven waarin ruimte is voor een spirituele zoektocht. Sabi refereert aan een esthetisch ideaal, kunst, literatuur. Acceptatie dat verval een onvermijdelijk deel van het bestaan is, hoort hierbij. Koren: ‘De weelderige zomerboom is nu niets meer dan vergane takken onder de winterhemel. Alles wat overblijft van een majestueus bouwwerk is een ruïne, begroeid met onkruid en mos. Uitingen van wabi-sabi dwingen ons onze sterfelijkheid in te zien, ze roepen existentiële eenzaamheid op, alsook tedere droefheid. Ze wakkeren een gevoel aan van bitterzoete berusting, omdat ze ons doen inzien dat elke schepping hetzelfde lot beschoren is.’

Zien: Cher haar meest iconische modemomenten

Wabi-sabi is een way of life die Japanners met de paplepel ingegoten krijgen, maar in het Westen wordt de term vooral gebruikt om een bepaalde stijl aan te duiden. Met name in de designwereld zijn stijlmakers en ontwerpers als de Belgische interieurgrootheid Axel Vervoordt (die het Hollywoodhuis van Kim en Kanye inrichtte) er dol op: grofgekalkte muren, verwassen linnen, houtwerk dat meer buts is dan verf, balken met houtworm, porseleinen servies met craquelé en een brok grof natuursteen als salontafel. Deze interieurs ademen tijd en vieren de schoonheid die schuilt in ontbinding.

Anti-wabi-sabi

Dan nu terug naar de modewereld, die ronduit haaks staat op deze filosofie. Mode, zeker massamode, is immers een cyclus van elkaar opvolgende trends en draait nu meer dan ooit om consumeren en de ‘wedstrijd’ tussen influencers om telkens weer als eerste die ene nieuwe, glanzende tas of schoen te posten. Aan die vluchtige insteek doen ook grote modehuizen mee, door om de paar seizoenen van hoofdontwerper te wisselen. Doel lijkt niet langer werkelijk een band op te bouwen tussen modehuis en liefhebber, maar om het merk telkens weer opnieuw uit te vinden, om nieuwe consumenten te doen verlangen naar Dior, Valentino of Céline 2.0. Kleding gaat hierdoor simpelweg niet lang genoeg mee om er echt van te gaan houden en verweerd of afgedragen te raken. En als er dan plots een trend de kop opsteekt die verweerde mode voorschrijft, je raadt het al, dan zijn modemakers best bereid voor veel geld een spijkerbroek te bleken en scheuren, een trui te pillen of een T-shirt van eigenwijze gaten te voorzien. En dat heeft uiteraard niets, maar dan ook helemaal niets met wabi-sabi van doen.

Buy less, choose well

Hoe zou wabi-sabi in de mode er dan wel uit kunnen zien? Allereerst is het belangrijk te beseffen dat gevoel voor stijl tussen de oren zit, niet in de portemonnee. De ‘normale’ hiërarchie tussen materialen en merken doet niet ter zake: modder, bamboe en papier zijn even waardevol als zilver, goud en diamanten. Eenvoudig leven staat voorop: een bescheiden voetafdruk op aarde achterlaten en het besef dat je soms beter een trend of wens aan je voorbij kunt laten gaan. Denk daarbij aan de woorden van Vivienne Westwood: buy less, choose well, make it last. Ofwel: je hóeft niet elk seizoen achter de hypes aan te lopen, koop alleen wat werkelijk bij je past en koester kledingstukken waarvan je houdt. Oók als die flink slijten en volgens de modepolitie hun beste tijd hebben gehad. Koren beschrijft hoe gehavende spullen het verloop van tijd weergeven en hierdoor niet in waarde afnemen, maar juist steeds meer karakter tonen: ‘We zien hierin de zon terug, wind, regen, hitte en kou, in de vorm van verkleuring, roest, oxidatie, vlekken, vervorming, krimping, rimpels en scheuren.’ Denk aan afgedragen denim, broeken met zakkende knieën, vergeelde witte T-shirts, overhemden met rafelranden, het oude tweedcolbert van je vriend, waarin het label vergaan is en de boord een tikkie ranzig. Je houdt ervan omdat je van hém houdt.

'Denk aan de woorden van Vivienne Westwood: buy less, choose well, make it last'

Het is wellicht even doorbijten, maar dit betekent dat je dure, zorgvuldig uitgekozen kledingstukken uit het museum (ofwel je veilige kledingkast) getrokken mogen worden, de wijde wereld in! Die gloednieuwe Céline-tas? Hup, over je schouder, op de fiets, ook als het regent. Je beeldschone Trinity-ring van Cartier? Gewoon elke dag omdoen en niet piepen als hij af en toe flink tegen je fietsslot beukt. Accepteer krassen en butsen niet alleen, maar leer ervan te genieten, zoals je ook leert te genieten van de rimpels in je gezicht. Want als je een eerste kras niet kunt verdragen, zul je nooit zo’n prachtig geleefde leren tas met uniek patina bezitten; een lekker ‘vettig’ laagje door intensief gebruik en een plooi precies daar waar jij hem altijd vastgrijpt.

Wat betreft eerdergenoemde motten: in plaats van knarsetandend te accepteren dat die gaten er nu eenmaal bij horen, ligt de oplossing wellicht in het Japanse gebruik kintsugi, dat een barst in gebroken porselein niet verstopt, maar víert door deze op te vullen met goudlak. Elk mottengaatje voorzichtig dichtnaaien met een gouddraadje - als dát geen liefde is.