Vogue
In Memoriam: Bart van Leeuwen

fashion

In Memoriam: Bart van Leeuwen

Datum
Auteur
Fiona Hering
Bart van Leeuwen, Apollonia in Dior, Parijs 1986

In Memoriam: 5 februari 1950 - 17 juni 2017

Zaterdag overleed fotograaf Bart van Leeuwen, die een belangrijke rol speelde in de modefotografie in de jaren zeventig, tachtig en negentig. De periode van de onbegrensde mogelijkheden, waarin naakte modellen, rock ’n roll en lijntjes cocaïne hand in hand gingen. Herman Brood regelmatig ‘s nachts bij hem thuis op de stoep stond, Gala, de 79-jarige vrouw van schilder Salvador Dalí hem probeerde te versieren, en hij zijn vrouw Plonja (het succesvolle model Apollonia van Ravenstein) samen met stylist Frans Ankoné schitterend vastlegde voor tijdschrift Avenue. ‘Ik ensceneerde vaak uitzonderlijke of extreme, maar altijd realistische situaties die ik op filmische wijze vastlegde, als in een documentaire’, vertelde hij me ooit. 

Bart van Leeuwen

Op zijn foto’s – echte classics – baanden vrouwen in avondjurken zich rennend een weg door het verkeer of lagen champagne drinkend, achterover op een trap, maar stonden nooit vrijblijvend hun jurkjes aan te prijzen. En humor speelde ook een rol. Iemand in een unieke, uitbundig gedecoreerde Fong Leng-jas kwam op straat, tot haar afgrijzen, iemand tegen met net zo’n jas. En bij een campagne voor een automerk lag er al gauw iemand geblinddoekt en gekneveld in de openstaande kofferbak. 

Foto’s waarin spontaniteit,  verrassing en verhaal een rol spelen, en  waarin door de fotograaf minimaal werd geregisseerd. ‘Ik zorgde dat er allerlei sfeerelementen en interessante locaties waren en keek dan wat er gebeurde. Openstaan voor toevalligheden, jezelf niet vastleggen in een concept, dingen vinden die je eigenlijk niet zocht, maar leuker waren dan je had kunnen bedenken. Dat was wat me intrigeerde.’

In januari 2000, na een 5-sterrencruise door de Caraïben voor een modereportage, sloeg het noodlot van de ene op andere dag toe. Zijn apparatuur leek ineens loodzwaar, een dag later zag hij alles dubbel. Het bleek Myasthenia Gravis Pseudo Paralytica, een zeldzame spierziekte waarbij de impulsoverdracht van zenuwen op spieren verstoord is door een fout in het immuunsysteem.

Daardoor kon hij niet meer werken en kwam nooit meer op feestjes, uit angst ziek te worden. Sociaal stond hij de laatste 17 jaar buitenspel, maar hij zei in zekere zin nu toch gelukkiger te zijn. ‘Ik hoéf niets meer. Niet op reis, niet op vakantie. Thuis is het ook leuk. Ik heb mijn zoon zien opgroeien, zijn vrienden eten nóg graag bij ons, weer eens iets anders dan met de au pair. Ik kan gelukkig worden van kleine dingen en dat is echt een verrijking. Ik word blij te kijken naar een hond die enthousiast op zijn baas afloopt, naar een kind dat met zijn eigen schaduw danst, proeven van een nagerecht. Maar ook van het besef dat ik kan ademen, iets kan vastpakken, naar muziek kan luisteren. Dat mijn zintuigen werken en mijn spieren het tenminste nog een beetje doen! Ben me heel bewust van het leven op zich, en dankbaar dat ik zo ontzettend veel heb mogen meemaken.”

Het interview dat ik met hem had, gepubliceerd in Vogue in 2012, is hier te lezen.

Bart van Leeuwen, de Richard Avedon van Nederland

Hij maakte legendarische Avenue-reportages en was getrouwd met topmodel Apollonia van Ravenstein. Maar twaalf jaar geleden kwam op slag een einde aan het rock ’n roll-leven van fotograaf Bart van Leeuwen, door een spierziekte. Nu verschijnt zijn autobiografie.

Je kon hem gerust de Richard Avedon van Nederland noemen, Bart van Leeuwen. Hij was de fotograaf die vanaf de jaren 70 legendarische modereportages voor Avenue maakte en trouwde met hét topmodel van toen, Apollonia ‘Plonja’ van Ravenstein. Werken met Van Leeuwen betekende een beetje verliefd op hem worden. Die lange donkere, hippieharen, die jongensachtige twinkeling in zijn ogen, die kunstenaarsnonchalance, en altijd boordevol interessante verhalen. Over die keer bijvoorbeeld dat hij met zijn vriendin Louise, nu de vrouw van Henk Schiffmacher, naar Brazilië ging, de Amazone af, op zoek naar Indianen om zich door te laten tatoeëren. Maar ook de verhalen over de grote reis die hij maakte, op zoek naar nieuwe inzichten, ‘dwars door de beschaving liftend’, via Griekenland, Turkije en Iran naar Afghanistan. Voor de meisjes en de waterpijpen met hasjiesj, maar ook om kennis te maken met de cultuur. Of de verhalen over zijn legendarische reportages voor Avenue met chef-mode Frans Ankoné, waarvoor ze in een oude Datsun kriskras door Parijs reden, over busbanen en tegen het verkeer in. Wanneer ze een plek zagen waar het licht mooi was, werd het topmodel van die tijd, Apollonia van Ravenstein, in een bar-tabac snel in een peperdure couturejurk van Dior of Chanel gehesen, maakten ze de foto en gingen weer door.

Plots voorbij

Plots was dat spectaculaire, snelle leven voorbij. In januari 2000, na een vijfsterrencruise door de Caraïben voor een modereportage in tijdschrift Jewels & Watches, leek zijn apparatuur ineens loodzwaar. Een dag later zag hij alles dubbel. De oogarts verwees hem meteen naar de neuroloog, die de diagnose overbracht: Myasthenia Gravis Pseudo Paralytica, een zeldzame spierziekte waarbij de impulsoverdracht van zenuwen op spieren verstoord is door een fout in het immuunsysteem. Slechts zo’n achthonderd à duizend mensen in Nederland lijden eraan. ‘Ik was gedeeltelijk verlamd, kon niet meer praten, nauwelijks ademhalen, niet slikken, niks,’ vertelt Van Leeuwen thuis in Bussum. Een zware operatie volgde, waarbij de thymus, een klier die deel uitmaakt van het immuunsysteem, werd verwijderd: er bleek een tumor in te zitten. Maandenlang verbleef hij in het ziekenhuis, aan heel veel slangen. Meer dood dan levend. En aan de Prednison: ‘Ga je van hallucineren, ik zag apen voetballen op de vensterbank. Lag gewoon te trippen in mijn bed. Maar wat was ik blij dat ik weer kon ademhalen. Door mijn ziekte kwam er geen geld meer binnen, we moesten ons huis verkopen en ik leerde mijn vrienden kennen. Hulp kwam vaak uit onverwachte hoek. Iemand die ik al een tijd niet meer had gezien, heeft nachtenlang – om tramgeluiden te vermijden – een boek voorgelezen. Kreeg ik elke week een cassettebandje opgestuurd.’

Bart van Leeuwen, Terry, Miami, 1990

Kunstenaarskind

Koffie voor het bezoek maken lukt hem niet. Dat doet zijn huidige vrouw Irah van Deurzen, ex-model en tegenwoordig talentscout bij Wilma Wakker Model Management. ‘Ik kan niet lang staan, koken doe ik zittend.’ Zijn neuroloog adviseerde hem een scootmobiel. ‘Maar dat doe ik echt niet. Dan maar na honderd meter lopen uitgeput, dan wacht ik wel even. Ik heb ooit een rolstoel geprobeerd, maar mensen gaan tegen je praten of je niet goed wijs bent. Ik kom ook nooit meer op feestjes, zie ik constant mensen niezen en kuchen zonder hand voor de mond. Mijn immuunsysteem wordt onderdrukt met medicijnen, ik word zó ziek. Sociaal sta ik al twaalf jaar buitenspel, maar in zekere zin ben ik nu toch gelukkiger. Ik hoéf niets meer. Niet op reis, niet op vakantie. Hier thuis is het ook leuk. Ik heb mijn zoon zien opgroeien, zijn vrienden eten nóg graag bij ons – weer eens iets anders dan met de au pair. Ik kan gelukkig worden van kleine dingen en dat is echt een verrijking. Ik word blij van kijken naar een hond die enthousiast op zijn baas afloopt, naar een kind dat met zijn eigen schaduw danst, proeven van een nagerecht. Maar ook van het besef dat ik kan ademen, iets kan vastpakken, naar muziek kan luisteren. Dat mijn zintuigen werken en mijn spieren het tenminste nog een beetje doen! Ik ben me heel bewust van het leven op zich, en dankbaar dat ik zo ontzettend veel heb mogen meemaken.’ Van Leeuwen groeide op in een Amsterdamse kunstenaarsfamilie vol schilders en musici. Met zijn ouders en zus woonde hij op de Prinsengracht, dichtbij het Vondelpark. Op zondagochtend waren Rijks- of Stedelijk Museum verplichte kost. ‘Ik groeide op tussen steengruis, gips, klei en dikke naaktmodellen en droeg de te klein geworden truien van de oudste zoon van Jan Wolkers. Die werden door de vrouw van Wolkers in een grote papieren zak aan mijn moeder meegegeven als we op zaterdagmiddag bij de beeldhouwer, die ‘ook schilderde en boeken schreef’, op bezoek waren geweest. Met Sinterklaas gingen we naar Arti et Amicitiae, de kunstenaarssociëteit aan het Rokin en met kerst aten we bij ‘tante’ Constance Wibaut (beeldhouwster en mode-illustratrice voor Elsevier, red.) die prachtig tafelzilver had en waar ‘oom’ Wim voor het diner nog snel even een schilderijtje maakte. Later, toen we verhuisd waren naar de nieuwbouwatelierwoningen aan de Rapenburgerstraat, bespioneerden we Prinses Beatrix, die op boetseerles ging bij onze buurvrouw, beeldhouwster Katinka Limpers-van Rood. Kunst was overal.’ De theorie van de Gulden Snede, de meetkundige verklaring voor de ideale proporties van een schilderij, werd erin gestampt door zijn dominante vader. Net als het clair-obscur, de contrast-techniek uit de schilderkunst, film en fotografie. ‘Licht en donker, dat is waar het allemaal om gaat,’ zei mijn vader streng wanneer hij mijn tekeningen bekeek en met zijn vinger in de lucht, telkens weer, vertelde hoe het moest. Toen ik als twaalfjarige een blauwe woestijn schilderde met rode cactussen, werden mijn verftubetjes in beslag genomen.’

Bart van Leeuwen, Apollonia in Chanel, Parijs 1986

Een wit ei op een wit bord

Op andere momenten eindigden de door frustratie en drankgebruik veroorzaakte woedeaanvallen van zijn vader in een flinke afranseling. ‘Toen mijn vader op een gegeven moment voor onbepaalde tijd naar Spanje was vertrokken, zonder mijn moeder, mijn zus en mij zelfs maar gedag gezegd te hebben, was voor mijn moeder de maat vol. We verhuisden. Die zomer kreeg ik mijn eerste camera, het was liefde op het eerste gezicht.’ Uiteindelijk zou hij het technische gedeelte van het vak vanaf zijn zeventiende, twee jaar lang, leren als assistent van de illustere fotograaf Efgee, die een studio had aan de De Lairessestraat, ‘vol met een ongekend grote, zeer gevarieerde hoeveelheid apparatuur van de beste merken, Rollei, Hasselblad, Sinar. En omdat Efgee vond dat hij alles kon, fotografeerden we dus ook van alles. Van Russische dansgezelschappen in Carré, tot platenhoezen, reisbrochures, recepties en enorm veel stillevens. Dagenlang waren we bezig met een foto van een glas bier. De exact juiste kleur, de twinkeling van de zuurstofbelletjes, de rand van het schuim precies door het sterretje van het logo. Ik leerde hoe je een wit ei op een wit bord met een wit servet op een wit kleed moest fotograferen, in talloze nuances grijs. Na het fotograferen hielp ik in de doka, maar ook bij het schilderwerk in de huiskamer, het verzorgen van de marmotten, het halen van sherry, het geven van advies betreffende de voortgang van Efgees relatie. In mijn vrije tijd fotografeerde ik rockbandjes of vriendinnetjes, met of zonder kleren aan.’ Die foto’s werden soms gepubliceerd in Hitweek of Gandalf, het alternatieve cultuurtijdschrift dat in de periode 1964–1971 een taboedoorbrekende rol in Nederland had. In 1976, hij was 26, vertrok Van Leeuwen als jong en talentvol modefotograaf naar New York. ‘Weliswaar een jaar later dan ik me had voorgenomen, maar ik was er. Ooit had ik mezelf wijsgemaakt dat je vóór je vijfentwintigste in Amerika geweest moest zijn, anders ‘schoot het niet op’. Ik was inmiddels gespecialiseerd mode- en reclamefotograaf met misschien wel de hoogste dagprijs van Nederland. Langzamerhand had ik bij mijn opdrachten een artistieke vrijheid verworven en ensceneerde ik vaak uitzonderlijke of extreme, maar altijd realistische situaties die ik op filmische, documentaireachtige wijze vastlegde. Een gecreëerde werkelijkheid die ik Kunstmatig Realisme noem. Op mijn foto’s baanden vrouwen in avondjurken zich rennend een weg door het verkeer, beschermden zich tegen buitenaardse straling of lagen in extase achterover op glanzende trappen, rokend en champagne drinkend; ze stonden nooit vrijblijvend hun jurkjes aan te prijzen. Iemand in een unieke, uitbundig met vogels en bloemen gedecoreerde jas, ontworpen door Fong-Leng kwam buiten op straat, tot haar afgrijzen, iemand tegen met net zo’n jas. En bij een campagne voor een automerk lag er al gauw iemand geblinddoekt en gekneveld in de openstaande kofferbak.’ 

Warhol en Studio 54

Werk was er in overvloed, de telefoon stond zelden stil, maar hij kwam niet verder. Het was tijd geworden om de wereld te veroveren. Vandaar New York, want daar gebeurde het. De jonge fotograaf nam er zijn intrek in het Chelsea Hotel, het feest kon nu echt beginnen. Het waren de hoogtijdagen van Studio 54 en Andy Warhol. De ene wonderbaarlijke ontmoeting volgde op de andere. Zo ontmoette en fotografeerde hij er kunstenaars als Andy Warhol en Jean-Michel Basquiat – de foto’s leverden later veel op bij veilingen van Sotheby’s. Ook borrelde hij af en toe met Mathilde, de vrouw van magisch-realistisch schilder Carel Willink. Ze leek in de war, was weg bij haar man en nu ‘tijdelijk even’ in New York. ‘We zaten in het café-restaurant van het Algonquin Hotel aan de 44e straat, waar ook Salvador Dalí logeerde. Volgens Hollandse kranten was er iets moois aan het ontstaan tussen Dalí en Mathilde, maar ik voelde niets voor haar plan om tijdens een diner met zijn vrouw Gala te moeten flirten, zodat zij haar slag kon slaan. Gala was al 79 en haar reputatie van mannenverslindster boezemde me enige angst in. Kort daarop werd Gala echter verliefd op een rockster, Jeff Fenholt, bijna zestig jaar jonger dan zijzelf. Ze schonk hem een fortuin, onder andere vele Dalí-schilderijen en een miljoenenpand op Long Island. 

Bart van Leeuwen, Andy Warhol, New York 1983

Humor en charisma

Nu ik door de Prednison een dikke kop heb, vallen trouwens heel andere vrouwen op me dan vroeger; van die stevige blondines. Van Prednison word je heel vreemd plaatselijk dik, je krijgt een dikke kop, een dikke buik en een dikke rug.’ Hij stroopt zijn mouwen op. ‘Kijk, mijn armen zijn bijvoorbeeld nog normaal. Prednison-slikkers herkennen elkaar daar ook aan, ze zwaaien nog net niet naar elkaar.’ Zijn humor en charisma heeft hij gelukkig behouden. Samen met modeduo Puck & Hans, hun tienerdochter Carmen en Apollonia ging Bart graag naar Mustique, het vakantieoord van de sterren in de Caraïben. Op een dag, op een prachtig wit, door palmen en struikgewas beschut verlaten strand, werden ze opgeschrikt door enorm gevloek. ‘Was het Jerry Hall, die een zwerm Jack Spaniards, grote roodbruine wespen, van zich af probeerde te slaan. Even later kwam ook de bleke kop van Mick Jagger uit de bosjes te voorschijn. ‘Hi Apples’, zei Mick, ‘that’s what I call a surprise!’ De Jaggers hadden onlangs het stuk grond waar dit strand deel van uitmaakte gekocht en wilden er een huis op laten bouwen. Mick vertelde uitgebreid over de gunstige ligging en dat het Japans geïnspireerd zou moeten zijn. Het had iets komisch dat dit symbool van tegendraadsheid, vrijheid en opstandigheid die de hele wereld zijn blote kont had laten zien, daar met mij een bourgeoisgesprek voerde over de grootte van de serre en de plaatsing van de keuken.’

Nooit meer samen op pad

Hij mist het allemaal niet. Het is geweest, hij heeft het meegemaakt. 62 is hij nu, en dolgelukkig met zijn gezin. ‘Bang dat Irah me zou verlaten, ben ik nooit geweest. Hoewel ik mezelf wel erg gelukkig prijs dat ze dat niet heeft gedaan. Ze is ontzettend sterk geweest, en we zijn door mijn ziekte enorm naar elkaar toe gegroeid. En gelukkig heb ik ook nooit het gevoel gehad tekort te schieten als vader. ‘Ik denk juist dat ik een betere vader voor Django heb kunnen zijn doordat ik er altijd voor hem was, hij was vier toen ik ziek werd. Ik kon dan wel niet met hem voetballen, maar daar zat hij nooit mee, omdat hij totaal niet in sport is geïnteresseerd. Hij heeft op judo, atletiek en voetbal gezeten, maar mist op dat gebied elke competitiedrang. Met gitaarspelen wilde hij van heel jongs af aan al wel de beste zijn. Ik leerde hem de eerste akkoorden, nu is hij me ver voorbij. Er staan filmpjes van hem op YouTube die duizenden keren zijn bekeken. Laatst heeft hij zelfs met Candy Dulfer opgetreden. Op zijn vijftiende!’ Met z’n drietjes met vakantie gaan ze nog zelden. ‘Irah en Django gaan regelmatig samen. Altijd naar een grote stad: Rome, Parijs, New York, Berlijn. Mensen, musea, cultuur, winkels. Horizon verbreden. De laatste keer dat we met z’n drieën in Parijs waren, voelde ik me een blok aan hun been. Zij vonden het fijn dat ik erbij was en we hebben het erg leuk gehad, maar ik realiseerde me dat ze meer uit de stad konden halen als ze samen op pad zouden zijn. En dat is prima. Ik geniet enorm van hun constante stroom sms’en, neem de dagen zoals ze komen, schrijf veel, maar zit het liefst in de tuin, leef van dag tot dag en zie wel wat er gebeurt.’

Bart van Leeuwen, Apollonia in Frank Govers, Napels 1985

Waarom het internet opnieuw struikelt over een tas van Balenciaga

 

Beste bezoeker,

Wij zien dat je een adblocker gebruikt die ervoor zorgt dat je geen advertenties ziet op Vogue.nl.
Dit vinden wij jammer, want Vogue.nl is mede dankzij deze advertenties gratis toegankelijk.
Wil je een uitzondering maken voor Vogue.nl, of meer lezen over hoe wij met advertenties omgaan?
Klik dan hier. Veel dank!

Maak een uitzondering voor Vogue.nl > Sluiten