Vogue Living: Artipoppe's oprichter Anna van den Bogert over zelfvertrouwen, skin-to-skin en diversiteit

In gesprek met de vrouw achter het Nederlandse Artipoppe, de geliefde luxueuze draagdoeken.

image
Ellen van Bennekom voor Vogue Living, Najaar 2017.

Dit interview verscheen in de najaarseditie van Vogue Living 2017.

Steeds meer jonge moeders van over de hele wereld worden gespot met de luxueuze draagdoeken van het Nederlandse Artipoppe. Vogue Living praat met oprichtster Anna van den Bogert, the queen of babywearing, over zelfvertrouwen, huidcontact en diversiteit. ‘Draagdoeken zorgen voor meer equality.’

image
De hooiberg staat pal op het huis. Anna draagt een trui van Dries van Noten en een jurk van Vilshenko. De oranje fluwelen laarsjes zijn van Tibi.
Ellen van Bennekom voor Vogue Living, Najaar 2017.

Ergens in Zuid-Holland, ingeklemd tussen twee polders, ligt de monumentale boerderij van Anna van den Bogert (36), oprichtster van het luxe draagdoekenmerk Artipoppe, en haar partner Floris van der Kooij (35), die ook voor het bedrijf werkt. Een grindpad leidt naar het erf met de zogeheten terpboerderij, een hooiberg en een gepotdekselde schuur. Onder de fruitbomen in de tuin grazen vier schapen. Binnen puilen de kamers uit van kasten vol lappen stof, drentelen de kinderen Paco (7), Livvi (6) en Karel (3) rond en moet baby Sofia (1) de borst. Rustpunt te midden van de georganiseerde chaos is Anna, de vrouw die de wereld verovert met haar kleurrijke baby wraps – de draagdoeken gaan crescendo in onder andere Amerika, Rusland en Scandinavië. ‘Van drop-out tot geslaagd zakenvrouw’ zou zomaar de ondertitel van haar autobiografie kunnen zijn. Het verhaal begon in 2012, met een – haar woorden – oprotpremie. ‘Ik heb een jaar muziekwetenschap gestudeerd aan de universiteit van Amsterdam, maar studeren was niets voor mij. Daarna ben ik het bedrijfsleven ingegaan en ben ik uiteindelijk directiesecretaresse geworden. Nadat ik bij mijn laatste werkgever weg moest, kreeg ik wat geld mee. Het werd mijn startkapitaal voor Artipoppe.’

image
In een weitje onder de boomgaard grazende vier Ouessant-schaapjes van de familie.
Ellen van Bennekom voor Vogue Living, Najaar 2017.

‘Ik ben heel hands-on: proefweefsels maken, nieuwe garens testen, dozen sjouwen …’

Hoe kwam je op het idee om draagdoeken te gaan maken?
‘Door mijn oudste dochter Livvi. Na haar geboorte had zij veel behoefte aan huidcontact; daar werd ze rustig van. Tegelijkertijd wilde ik mijn handen vrijhouden omdat er al een dreumes rondliep, Paco. Draagdoeken bleken de ideale oplossing, maar ik kon nergens exemplaren vinden van fijne stoffen als kasjmier. Waarop Floris zei: waarom maak je ze niet zelf? Dat bleek een gat in de markt.’

Nu heb je vijftien medewerkers, maar vijf jaar geleden moest je alles nog zelf ontdekken.
‘Belangrijkst was een goede weverij vinden, dat was niet zo eenvoudig. Uiteindelijk ben ik in Brabant terechtgekomen en vervolgens kreeg ik allerlei lastige vragen, zoals hoeveel ‘schot’ ik wilde weven. Dat bleek de hoeveelheid draden per centimeter te zijn waarmee je de dichtheid van een weefsel bepaalt. Wist ik veel. Ik heb zoveel geleerd de afgelopen jaren, daar ben ik best trots op. Ik ben een laatbloeier, maar nu floreer ik. Tegenwoordig ben ik nog steeds een dag in de week in de weverij, dan ben ik heel hands-on: proefweefsels maken, nieuwe garens testen, onze limited editions bekijken, dozen sjouwen ...’

image
Anna met Sofia. Sofia draagt een vest van Louise Misha.
Ellen van Bennekom voor Vogue Living, Najaar 2017.

Waar haal je de garens vandaan?
‘Voornamelijk uit Italië en Japan. Ik reis twee keer per jaar naar Florence, daar koop ik garens in. Van linnen en kasjmier tot babykamelenhaar en aloë vera: het kan me niet gek genoeg zijn. We spinnen bijvoorbeeld zijde met zeewier. Dat is koel, zacht, hypoallergeen en heel prettig tegen de blote huid. Ik gebruik ook parels. Die worden tot poeder gemalen en daar wordt met hulp van nanotechnologie prachtig glanzend garen van gesponnen. Het lijkt op zijde, maar je kunt het makkelijker wassen. De meest exclusieve stof die we gebruiken is wol van de vicuña, een beschermde lamasoort die alleen in de Andes voorkomt. Slechts eens in de drie jaar wordt van hun superzachte ondervacht wol gemaakt.’

Bij je Instagram-posts van de draagdoeken gebruik je vaak de hashtag #equality. Wat bedoel je daarmee?
‘Misschien schop ik tegen een paar zere benen, maar ik vind dat moderne ouders verwend zijn geraakt – zeker in het westen. Na hun bevalling zie ik mensen om mij heen in andere wezens veranderen; ze praten alleen nog over hun baby, luiers, smaakjes Olvarit en zijn verder in weinig geïnteresseerd. De focus ligt hier mijns inziens erg veel op de kinderen, helemaal als je het vergelijkt met Afrika en Azië. Jonge moeders verliezen vaak een deel van hun identiteit. Met een draagdoek loop je dat risico niet: je kind is wel nabij, maar je behoudt je bewegings- én keuzevrijheid. Zo kun je alles doen wat je wilt – ook naar je werk gaan – en blijf je meer jezelf. Het zou veel meer geaccepteerd moeten worden dat vrouwen baby’s bij zich dragen, waar dan ook. Dat levert meer gelijkheid en diversiteit op. Toen mijn jongste dochter acht weken was, droeg ik haar bij me in een nachtclub in Moskou. Geen mens had het in de gaten, zijzelf ook niet. Daarbij kun je met een draagdoek ook laten zien waar je voor staat. Een simpele jeans, een wit shirt en een mooie draagdoek: meer heb ik niet nodig om me goed te voelen.’

image
De afgebladderde muur kwam te voorschijn toen ze twaalf lagen behang verwijderden. Het kastje werd door Anna's vader opgeknapt voordat ze werd geboren, voor haar babykleertjes.
Ellen van Bennekom voor Vogue Living, Najaar 2017.

‘Het zou meer geaccepteerd moeten worden dat vrouwen baby’s bij zich dragen, waar dan ook’

Voelt een baby zich er ook goed door?
‘Cruciaal in de eerste maanden van een kind is een goede binding met zijn ouders. Baby’s die gedragen worden huilen minder en hebben minder stresshormonen in hun bloed. Voor hen is het makkelijker om te leren: ze maken van dichtbij spraak en intermenselijk contact mee en zien de wereld vanuit een volwassen perspectief – niet vanuit de kinderwagen. Het bevordert hun ontwikkeling en daarmee hun zelfvertrouwen.’

Naast ‘designer, dreamer, woman, mother’ omschrijf je jezelf als ‘sceptic’ en ‘animal’. Vertel …
‘Ik heb een grote voorliefde voor filosofie. Toen ik vijfentwintig was, las ik Grondslagen van het scepticisme van Sextus Empiricus en dat veranderde mijn leven. Hij stelt dat – in mijn woorden – kennis onmogelijk is en dat je daarom je oordeel moet uitstellen. Het boek heeft me geleerd tot een onverstoorbare levenshouding te komen, niet te verwarren met asociaal. Ik voel me daar gelukkig bij. En ik noem mezelf animal vanuit een soort gelijkheidsprincipe: we zijn allemaal dieren. Daarvan ben ik me altijd bewust en daardoor kijk ik niet snel op tegen mensen. In the end zijn we allemaal hetzelfde.’

image
De gang in het voorhuis, dat dienst doet als werkruimte; het gezin woont in het achterhuis. Anna draagt een jurk van Vilshenko en een jas van Racil.
Ellen van Bennekom voor Vogue Living, Najaar 2017.
image
Anna's werkkamer.
Ellen van Bennekom voor Vogue Living, Najaar 2017.

‘We spinnen zijde met zeewier: dat is koel, hypoallergeen en heel prettig tegen de blote huid’

Iets heel anders: hoe zijn jullie op deze prachtige boerderij terechtgekomen?
‘Nou, over organiseren gesproken: wij zochten simpelweg een groot huis binnen een straal van vijftien kilometer van onze ouders, zij doen heel veel voor ons. En toen floepte op Funda dit pand tevoorschijn. Daarnaast wilde ik per se een huis met een ziel, ik zocht alleen naar woningen van vóór 1905. Het oudste deel stamt zelfs uit de Middeleeuwen. Het is een rijksmonument en daarom heeft de verbouwing heel wat voeten in de aarde. Zo moeten originele details als de bedstee van de knecht behouden blijven. Ik hou van authenticiteit, ook in kleding en accessoires. Ik draag een gouden trouwring – Floris en ik zijn nog niet getrouwd – uit 1823. Hij is ergens gevonden in de bodem en er staan initialen in van mensen die ik niet ken; dat prikkelt mijn fantasie. Ik heb ook een vintage Kelly Bag waarvan het leren hengsel helemaal vergrijsd is. Die tas is van verschillende vrouwen geweest en heeft de hele wereld over gereisd. Dat idee vind ik mooi, zo’n ziel wil ik ook aan mijn draagdoeken meegeven.’

image
Het grote bed, waar Anna en Floris de nacht meestal eindigen met een paar kinderen tussen hen in.
Ellen van Bennekom voor Vogue Living, Najaar 2017.

Meer verhalen? De nieuwe voorjaarseditie van Vogue Living ligt nu in de winkels.


Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Living