Vogue Living: Cilento, het stil bewaard geheim van Zuid-Italië

In de zomereditie van Vogue Living ontdekken we de mediterraanse keuken en ruig, adembenemend landschap van de Cilento.

image
Brenda van Leeuwen

De Cilento begint waar de veelbezongen Amalfi kust ophoudt. Het binnenland is onherbergzaam, de kliffen en dorpen langs de grillige kustlijn zijn ruig en authentiek. Dat geldt ook voor het palazzo waar we logeren en de oneindige lunch die Pina haar gasten voorzet aan haar keukentafel in Monte Cicerale. Alles hier vraagt om een bis! Lees en bekijk hier een preview van de reportage uit de zomereditie van Vogue Living, dat dinsdag 28 mei in de winkels ligt.

Spartano betekent zoiets als ‘spartaanse nederzetting’, en dat zegt meteen alles over de ligging van het dorp waar we naartoe onderweg zijn. Geïsoleerd, aan het einde van een vallei met steile wanden en omringd doorbergen die je het zicht op zee ontnemen. Bij toeval ontdekten we daar vorig jaar het elegante Palazzo Gallotti, een juweel van een kasteel aan de rand van een slaperig Italiaans bergdorp. Je kunt er logeren bij kasteelheer Roberto Simoni Gallotti en zijn Duitse vrouw Miriam. Nog voor we voet over de drempel van het palazzo zetten, wisten we zeker dat wij hier nog een keer zouden terugkomen. Om samen met de familie eindeloos te lunchen in de patio, hen alle kasteelgeheimen te ontfutselen, om lange wandelingen langs de ruige kust te maken en om ’s avonds in slaap te vallen tussen de kanten lakens van ons bed. Op het nachtkastje een veldboeket, in de tuin een koor van honderden krekels. Een Zuid-Italiaanse droom om nooit meer uit te ontwaken.

image
Palazzo Gallotti is het best bewaarde geheim van de Cilento. Je kunt er logeren bij Roberto en Myriam Simoni in een van de kamers in het familiekasteel.
Brenda van Leeuwen

Veertig minuten heen, veertig minuten terug voor een pizza is voor Italianenheel gewoon

Twee katten en een mensenschuwe schildpad

Het is de week voor Pasen en de judasbomen langs de weg staan in purperrode bloei als we voor de tweede keer de vallei inrijden. Onderweg passeren we de Cascate Capelli de Venere, watervallen die omlaag storten als de blonde lokken van Venus op het beroemde doek van Botticelli. In de verte luiden de kerkklokken van Casaletto Spartano. Het is lunchtijd, een heilig moment hier in het diepe zuiden van Italië. We haasten ons als Assepoester naar de kasteelpoort.

Palazzo Gallotti is nog zo mooi als in onze herinnering. Na een klop op de zware poort zwaait die bijna onmiddellijk open. We worden verwacht. Binnen heeft Miriam de tafel gedekt om onze komst te vieren met een pranzo. Alle kasteelbewoners schuiven aan. Roberto’s grootmoeder is vorige week 102 geworden en woont boven in de toren – al 102 jaar lang. Zijn ouders wonen op de eerste verdieping met hun twee katten en een mensenschuwe schildpad, waardoor we hen alleen op afspraak kunnen bezoeken. Dochters Sofie (9) en Sara (7) komen binnen en schuiven aan in hun blauwe schoolschortjes. Er is pasta met bonen, salade uit de moestuin, crespelle met ricotta en wijn van eigen druiven. Toe wacht ons een traditionele paastaart met veel eieren, ricotta en gekonfijte sinaasappel. De taart is traditie in het zuiden en wordt gebakken in de week voor Pasen. Iedere familie heeft zijn eigen recept; Miriam doet een forse hand hele graan-korrels door de vulling. De vorige dag heeft ze er vijf gebakken want het is gewoonte dat je ze onderling ruilt. Tegen alle gebruiken in snijdt ze een van de taarten speciaal voor ons een week te vroeg aan omdat we dit echt niet mogen missen.

image
Bij Ristorante Boccaccio aan de lungo mare in het dorp Acciaroli serveren ze geweldige gefrituurde anjovis en gebakken courgette met een paar druppels azijn.
Brenda van Leeuwen

Net als de pizza trouwens, die we die avond gaan eten in Ustaria Rosella in het dorp Sicili. Veertig minuten heen, veertig minuten terug voor een pizza is voor Italianen heel gewoon. Eigenaar Antonio Pellegrino is een vriend van Roberto en Miriam en maakt zijn pizza- en pastadeeg van vergeten graansoorten die nog met een steen worden gemalen. Niet zomaar een pizza dus, en bovendien belegd met de pancetta en salami van de legendarische worstendraaier Giovanni Cammarano van Salumi Cellito – over niet te missen gesproken.

Zoals in Italië wel vaker het geval is, komt de hoop uit de keuken

Pittoresk tot in het krankzinnige

Vanuit Casaletto rijd je in twintig minuten naar zee. De weg komt langs het middeleeuwse dorp Vibonati dat als een lint hoog over een heuvelrug is gedrapeerd. De huizen, in alle tinten rood en oranje, zijn gestapeld alsof er een kind met een blokkendoos heeft gespeeld en de boel elk moment kan instorten. Maar dat doet het niet want Vibonati hangt daar al eeuwen tegen die bergkam, onaangeroerd door de tijd.

We parkeren de auto buiten het gehucht en wandelen door de lange straat die als een ruggengraat door het dorp loopt. Er is een bar, een pizzeria, een kleine supermarkt en onder de oude brug kun je een ijsje eten. Dat is het wel zo’n beetje. Wie niet meer weg wil kan blijven slapen in Casa La Cappella van het Nederlandse echtpaar Hans en Marga Pilon. Dit palazzo signorile ligt hoog boven in het dorp, niet ver van de Cappella Maria delle Grazie. Vanaf het dakterras heb je een ongelooflijk uitzicht over de groene vallei en de Golf van Policastro. We kopen een pond mispels bij de groentehandel die zo krankzinnig pittoresk oogt, dat eraan voorbijlopen geen optie is. We eten het fruit zitten dop de rand van de fontein als ons oog ineens valt op een bordje Vendesi (te koop)– het verkleurde plakkaat bungelt aan één spijker. De verleiding is te groot: we bellen de makelaar om te weten wat er schuilgaat achter die vervallen gevel met z’n loshangende luiken. Het woord ‘opknappertje’ lijkt een understatement. Gelukkig belt hij pas terug als we het dorp alweer uit zijn.

image
Op palmzondag lopen de kinderen van Caseletto Spartano zwaaiend met hun gevlochten olijftakken naar de kerk voor de mis.
Mirjam van Leeuwen

Verder zuidwaarts rijden naar Maratea is zeker de moeite waard. Na het stadje Sapri – vergeet hier niet te stoppen bij de kiosk van Gelateria Crivella voor het beste ijsje van de regio – begint de kustweg die naar Maratea leidt. De weg is hoog, soms steil en heeft prachtige uitzichtpunten waar je met helder weer tot aan Calabrië kunt kijken. De route doet in schoonheid niet onder voor die langs de Amalfi kust en het is een klein wonder dat er nog maar zo weinig mensen zijn die dat weten.

Lees en bekijk de rest van de reportage in de zomereditie van Vogue Living, dat dinsdag 28 mei in de winkels ligt. Of bestel het nieuwe issue hier.


Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Living