In gesprek met Vogue's nieuwe columnist Kim van Kooten

Vogue introduceert drie nieuwe columnisten in het maartnummer, meet Kim van Kooten.

image
Kim van Kooten door Paul Bellaart voor Vogue Nederland, maart 2019.

Vanaf het maart 2019 nummer vind je in Vogue Nederland elk nummer drie nieuwe columns: volg de mini-memoires van Kim van Kooten, Madeleijn van den Nieuwenhuizen en Romy Boomsma.

We kennen Kim van Kooten (44) al twintig jaar als actrice en schrijver. Ze schreef speelfilms, een kinderboek en een roman en waagt zich voor Vogue nu voor het eerst aan columns.

Hoe lang schrijf je al?
‘Al heel mijn leven. En ik hou ook al zo lang ik me kan herinneren van films. Dus op mijn tiende vroeg ik aan m’n ouders of er een beroep was waarbij ik met schrijven én films bezig kon zijn. Scriptschrijver, zeiden ze toen. Ik was twintig toen ik m’n eerste scenario schreef. Columns zijn nieuw voor me. Het is de kunst om in een korte tekst toch iets te zeggen dat mensen aan het lachen maakt of troost biedt. Woorden kunnen je echt zelfvertrouwen geven. En aan de andere kant kan een nare zin je jaren achtervolgen. Dat is het magische van taal.’

Schrijven zit in de familie.
‘Ja, ik merk nu al dat mijn kinderen ook heel gevoelig zijn voor taal. Ze zijn erfelijk belast. Door mij, mijn man (die naast acteren ook toneelstukken vertaalt en bewerkt), mijn vader (cabaretier en schrijver Kees van Kooten, red.) en mijn moeder, die altijd vertaalster is geweest. Ik heb het geluk gehad dat ik opgegroeid ben met ouders die me veel hebben laten lezen. Het begon met voorlezen. Een beetje van de gekke hoor, toen ik acht was begon m’n vader al met Willem Elsschot. Villa des Roses, met een heftige abortusscène. Lezen is nog steeds iets dat ik deel met m’n ouders. Als we elkaar zien wisselen we altijd stapels boeken uit. Ik ben ze eeuwig dankbaar dat ze me hebben gestimuleerd om veel te lezen. Alleen al vanwege de grote woordenschat die ik eraan heb overgehouden. Als ik een synoniem zoek hoef ik nooit naar Synoniemen.net.’

Je scripts worden bejubeld om de levensechte dialogen. Je columns zijn ook enorm ongekunsteld. Hoe is die schrijfstijl ontstaan?

‘Daar doe ik erg m’n best voor. Als kind kon ik al enorm cringen in de bioscoop als een personage opeens een lelijke zin uitsprak die niemand in het echte leven ooit zou gebruiken. Ik kon helemaal opgaan in een verhaal, maar zodra er iets onnatuurlijks werd gezegd, was ik er meteen weer uit. Toen dacht ik al: zo ga ik later nooit schrijven. Zeker in Nederlandse films zijn dialogen nog veel te vaak van hout, onbegrijpelijk.’

Schrijf je met plezier?
‘Nee, het gaat nooit ontspannen. Als iets af is kan ik heel gelukkig zijn, maar daar gaat wel veel zweet en schreeuwen aan vooraf. Ik heb de filmacademie nooit afgemaakt, daardoor heb ik me in het begin van mijn carrière weleens onzeker gevoeld. Ik ben autodidact, zowel in spelen als in scriptschrijven. Misschien was het goed voor me geweest als ik een paar jaar had mogen klooien in een lokaaltje. Mijn man heeft de toneelschool gedaan en heeft daar duizend keer op z’n bek kunnen gaan. Dat heeft hem veel zelfvertrouwen opgeleverd. Al weet ik inmiddels dat het uiteindelijk altijd wel goed komt met schrijven.’

Wat staat er op de planning voor 2019?
‘We zijn nu het derde seizoen van Hollands Hoop aan het filmen. Er komt een tweede deel uit van Pom Ti Dom viert Sinterklaas, het kinderboek over een verwend prinsesje dat ik in 2009 heb geschreven. En ik ben een kinderfilm aan het ontwikkelen gebaseerd op het eerste deel. Daarnaast werk ik nog aan een ander filmscriptidee en een televisieserie, maar die projecten staan allebei nog erg in de kinderschoenen. En deze column dus.’

Kim van Kooten woont met haar man – acteur Jacob Derwig – en twee kinderen in Amsterdam.

Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Magazine