Vogue
25 jaar Viktor & Rolf: de grootste hoogtepunten van de afgelopen kwart eeuw

magazine / Vogue

25 jaar Viktor & Rolf: de grootste hoogtepunten van de afgelopen kwart eeuw

Datum
Auteur
Fiona Hering
Collectie Bedtime Story, FW05. Serie: The House at the End of the World, 2005, David LaChapelle.

Het beste bewijs dat Viktor & Rolf gewaardeerde leden zijn van de internationale mode-elite is wel het feit dat ze, net als Karl en Coco, geen achternaam nodig hebben. Sterker nog: V&R will do. De Kunsthal in Rotterdam viert hun vijfentwintigjarig jubileum met een overzichtstentoonstelling.

Viktor Horsting en Rolf Snoeren groeiden beiden op in een dorp, ver weg van inspirerende steden als Parijs en Londen, in een tijd waarin mode in Nederland nog als hobby werd gezien. Een samenvatting van de shows, elk halfjaar vijfenveertig minuten lang op tv in Antonia Hilkes Neues vom Kleidermarkt, was de enige manier om hoogte te krijgen van wat zich op internationaal modegebied afspeelde. Later, toen Viktor en Rolf elkaar leerden kennen op kunstacademie ArtEZ in Arnhem, raakten ze bevriend. En omdat ze vonden dat ze er eigenlijk niets van de leraren opstaken  – ‘op wat techniek na’ – besloten ze elkaars collecties maar te bespreken. Een eigengereidheid die ze geen windeieren heeft gelegd.

Noem het stronteigenwijsheid, gedreven door een passie om koste wat het kost als ontwerpers in het buitenland een carrière op te bouwen (‘Er was voor ons niets anders, alles moest ervoor wijken’), of het zich slim en geestig presenteren als een soort Gilbert & George van de mode. Een twee-eiige tweeling, die zich hetzelfde kleedde en elkaars zinnen afmaakte. Maar al snel werd duidelijk dat het duo een kleine aardverschuiving in de modewereld teweeg zou brengen, te danken aan hun originele en conceptuele aanpak van shows, waarbij de spectaculaire performance even belangrijk, zo niet belangrijker, was als de collectie. Waarbij gevierde vrienden als fotografenduo Inez van Lamsweerde en dj Eddy de Clercq aanhaakten om een bijdrage te leveren aan de muziek, uitnodigingen, casting en ideeën voor haar- en make-up.

Viktor & Rolf door Inez & Vinoodh.

De schoonheid van verval

De reden om na al die jaren juist hun allereerste succes weer op te rakelen, is dat dat rake begin nog steeds zo veel zegt over hun manier van werken. Puur vanuit emotie, in plaats van commercieel en productgericht. Direct na hun afstuderen in 1992 vertrokken ze naar Parijs, om zich met couturiers aldaar te gaan meten. Een jaar later, op de prestigieuze talentenwedstrijd Salon Européen des Jeunes Stylistes in het Franse Hyères, sleepten ze alle – jawel álle – prijzen in de wacht. Met tien looks, waarbij fragmenten van verknipte oude pakken en overhemden in ‘afgeragde’ volumineuze baljurken terugkwamen, zoals een archeoloog een Griekse vaas restaureert. Met de baljurken was woest geëxperimenteerd door ermee te smijten, ze tussen deuren te klemmen en eraan te trekken, de fik erin te steken, de jurken deels ‘te amputeren’ en te appliqueren met kanten ‘vlekken’, om daarmee de schoonheid van verval te tonen.

Waarom ze zo woedend waren? ‘Dat was het niet, maar we voelden ons compleet verloren en nietig in dat piepkleine appartement in Parijs. Dat gevoel wilden we vertalen,’ vertelden ze in september op het Vogue Fashion Festival tijdens een zeldzaam relaxed interview op bed met Zwaantje, de teckel van Rolf. Viktor sliep destijds in Parijs op een matje dat ’s avonds werd uitgerold. ‘Ik heb er een hernia aan overgehouden.’ Rolf sliep met een voormalig klasgenoot (‘een hetero, dus niks aan de hand’) op een paar schuimrubberen driehoeken die overdag werden gebruikt als speldenkussen. Rolf: ‘Er bleef er helaas nog weleens één zitten.’ Hun ontwerpen waren het liefst zo groot mogelijk, patronen besloegen de hele vloer van het appartement, van muur tot muur.

Viktor & Rolf, Herfst/Winter 1999, Russian Doll.

Broodnodige push

Kort na Hyères verscheen één van de ‘vernietigde’ jurken op de cover van het vernieuwende Franse cultmagazine Purple Prose, over mode, kunst en literatuur, waarin V&R bejubeld werden. In Nederland drong die internationale bewondering nog maar mondjesmaat door. José Teunissen, tegenwoordig decaan van de School of Design and Technology in Londen en de enige echte professor in Fashion Theory, was destijds modejournalist en herinnert het zich goed. ‘Ik heb nog een stuk over ze geschreven voor Trouw, maar dat kreeg ik niet gesleten, want zowel Hyères als Viktor & Rolf waren onbekend.’

Het werk van V&R zou vanaf dat moment via installaties in diverse musea (onder meer het Musée d’Art Moderne de la Ville in Parijs en art space P.S. 1 in New York) meer als kunst dan als mode worden tentoongesteld. Hun conceptuele aanpak van couture, volgens Viktor en Rolf zelf ‘de ne plus ultra of luxury’ plaatste ze in de avantgardistische, deconstructieve en kunstzinnige hoek, tussen namen als de Belg Martin Margiela en Japanners Yohji Yamamoto en Rei Kawakubo.

Boulevard of Broken Dreams, Viktor & Rolf lente/zomer 2017.

Maar waar Margiela, Yamamoto en Comme des Garçons zich bezighielden met prêt-à-porter, pakten V&R de heilige, elitaire couturewereld aan. En gaven daarmee die ingedutte en inmiddels flink uitgedunde couturewereld de broodnodige push. Eindelijk gebeurde er weer iets spectaculairs. In 1997 werden ze als eerste Nederlanders toegelaten tot de prestigieuze en elitaire Chambre Syndicale de la Haute Couture. (Viktor: ‘Ze konden niet om ons heen.’) En zetten daarmee de deur op een kier voor een nieuwe generatie: Iris van Herpen en Ronald van der Kemp.

Een V&R-show slash -performance was en is nog steeds een vernieuwende, surrealistische totaalbeleving. Neem hun eerste couturecollectie (SS’98), waarbij de modellen als standbeelden op sokkels stonden en met een knal respectievelijk een reusachtige keramieken ‘parelketting’ en hoed op de grond kapot gooiden.

Opgeblazen proporties

Hun carrière bevat vele hoogtepunten. Het opblazen van proporties, hetzij door lagen, hetzij door coupe (waarmee ze al begonnen in hun eerste collectie) kan voor eeuwig aan de heren worden toegeschreven sinds het succes van de Atomic Bomb-collectie (FW’98). Als Nostradamus gelijk had, was het einde van de wereld nabij, dus inspireerden V&R het extreme silhouet op de champignonvormige rookwolk die wordt geproduceerd door een atoombom. De kleding kon deels worden opgeblazen of was opgevuld met ballonnen. De modellen kwamen een tweede keer op, dit keer ontdaan van hun reusachtige ‘implantaten’, waardoor de prachtige valling zichtbaar werd, technische hoogstandjes. V&R hadden eveneens gebruikgemaakt van vintage Chanel-, Balenciaga- en Pucci-stoffen, tegenwoordig zie je dat een merk als Vetements ook doen. En bekijk de Balenciaga-collectie voor komende winter en je ziet dat Demna Gvasalia zijn bijna karikaturale volumineuze gelaagdheid niet van een vreemde heeft.  

Andere highlight is de Babushka- of Russian Doll-collectie (FW’99), waarbij het Amerikaanse model Maggie Rizer op het podium door de mannen zelf werd aangekleed met negen opeenvolgende lagen. Je kon een speld in de zaal horen vallen. Het was een bijna religieus modemoment. Rolf: ‘We voelden de energie in de zaal zich opbouwen, niemand wist wat er ging gebeuren.’ Rizer had uiteindelijk zestig kilo aan haar schouders hangen en verklaarde later dat ze bijna was flauwgevallen van de hitte, de spanning en het gewicht. Had het duo ingecalculeerd dat dit zou kunnen gebeuren? Rolf: ‘Het was wel in ons opgekomen, maar we konden niet meer terug.’ De collectie is de favoriet van Thierry-Maxime Loriot, de Canadese conservator verantwoordelijk voor de komende tentoonstelling in de Kunsthal in Rotterdam. ‘Modeontwerpers kunnen vaak hun werk niet editen, geen keuzes maken. Deze collectie was behoorlijk gewaagd, slechts negen items die tezamen één stuk werden. Dat moet je maar durven.’

Het modeduo had ook vaak een kritische boodschap, zo zijn ze voor FW’96 ‘on strike’ gegaan uit protest tegen het starre, ouderwetse modesysteem, waardoor het modevak een onbereikbare droom was voor jonge ontwerpers zonder een batterij geldschieters achter zich. Ook eisten ze meer aandacht van de pers. In plaats van een show te geven verzonden ze posters – met daarop de mededeling dat V&R aan het staken waren – naar belangrijke journalisten en stylisten. Door heel Parijs werden ze op muren en in metro’s geplakt. De waanzinnige NO-collectie in 2008, waarin alle kleding in elkaar was geniet, het woord No driedimensionaal uitgevoerd op kledingstukken, is ook zo’n protest. Dit keer tegen de snelheid van de modewereld.

Viktor & Rolf, lente/zomer 2010.

Black Hole, FW’01, was geïnspireerd door schaduwen en hun eigen depressie. Er waren alleen zwarte kleren, de gezichten van de modellen waren ook zwart geschminkt, waardoor alle aandacht naar het silhouet ging. Ook een opvallende collectie was Action Dolls, voor FW’17. Met modellen als mascottes, sommigen met patchworkhoofden gemaakt van diverse stoffen, die samen de ultieme diversity casting vormden. Zoals ze nu de snelheid, verspilling en hysterische drang naar vernieuwing van die industrie aan de kaak stellen door oude collecties te recyclen. Een weg die ze een seizoen eerder waren ingeslagen, waarbij gerecyclede stuks werden ‘gerepareerd’ met gouddraad (naar het principe van kintsugi, Japans aardewerk, waarbij schoonheid ontstaat vanuit imperfectie). Ook hierin spelen ze een voortrekkersrol: waarom zou je je eigen ideeën niet recyclen? We komen immers al om in de spullen.

Verrassing uit de kist

Vrijwel vanaf de start van hun carrière kregen mode-exposities in Nederlandse musea een boost. José Teunissen was van 1996 tot 2007 conservator Mode en Kostuum van het Centraal Museum in Utrecht en in die functie verantwoordelijk voor de opbouw van de nu aanzienlijke modecollectie. ‘Toen ik begon was er zo’n goede generatie aan het opkomen, onder meer met Alexander van Slobbe en Hussein Chalayan. Het museum had al wat werk verzameld van Martin Margiela, Ann Demeulemeester en Fong Leng en ik haastte me om Nederlanders te gaan aankopen. Mijn eerste V&R was één van de witte skai jurken die tegen glas stonden gedrukt in het Musée d’Art Moderne de la Ville in Parijs. De jurk was gestrand in New York, lag daar ergens te verpieteren in een kist en V&R hadden geen geld om haar terug te halen. Toen we de kist in het museum openden, kwam daar als verrassing ook nog een Hyères-paillettenjurk uit.’

Waarom is Viktor en Rolf gelukt wat veel van hun tijdsgenoten niet lukte? Viktor: ‘We hadden een beetje een plank voor ons hoofd en zijn er behoorlijk naïef ingestapt.’ Teunissen benadrukt dat ze mazzel hebben gehad met de tijd. ‘Ik zou niemand aanraden om hun weg te volgen. Zij wisten de couturewereld binnen te dringen met iets wat laboratoriumachtig en artistiek was, niet direct verkoopbaar, maar conceptueel heel sterk. Dat functioneerde in die context op dat moment. Ze zijn opgepikt als nieuw en anders omdat ze het modesysteem becommentarieerden, maar tegelijkertijd ook vierden, want ze wilden niets liever dan zelf onderdeel worden van die modedroom. Belangrijk is ook een aantal startstipendia geweest die ze ontvingen van het Mondriaan Fonds (inmiddels overgegaan in het Stimuleringsfonds). Veel museumaankopen zijn mogelijk gemaakt met steun van de Mondriaan Stichting en van kunstmecenas en verzamelaar Han Nefkens.

Andere manier van kijken

En er is nog iets wonderlijks aan hun carrière. ‘Heel knap is het,’ zegt Teunissen, ‘dat ze een plek in de internationale modewereld hebben veroverd zonder dat ze veel verkochten. V&R zijn vooral sterke beeldmakers en tegelijkertijd makers van museale of artistieke objecten. Uiteindelijk heeft dat ervoor gezorgd dat ze van het maken van couture alleen konden leven, al heeft het parfumcontact met L’Oréal ook meegeholpen. Met de limited edition bruids- en avondjurkencollectie doen ze nu precies waar ze heel goed in zijn. Iets wat ze ook volledig zelf kunnen controleren. Prêt-à-porter paste eigenlijk niet bij ze. Hun kracht zit ’m in overweldigende beelden, bijna spectaculair visueel geweld, met een geweldig concept erachter waardoor het museale kwaliteit krijgt.

Viktor & Rolf staan voor een radicaal andere manier van kijken, zegt Nefkens. ‘Ze leggen verbanden met wat er gaande is in de wereld die we met elkaar delen en de innerlijke wereld van de ontwerpers zelf. Iedere collectie contrasteert met de vorige, maar draagt wel duidelijk het stempel van Viktor & Rolf. Ze maken niet alleen onderdeel uit van het Nederlandse maar ook van het wereldwijde culturele erfgoed.’

Nefkens heeft tot nu toe driëentwintig werken van ze aangekocht (waaronder drie van de Van Gogh Girls,  SS’15)  die als promised gift deel uitmaken van de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen. Zijn steun is van groot belang geweest. Als V&R een concept bedachten waarvoor ze een behoorlijke investering moesten doen, deelden ze het idee met Nefkens, die dan de garantie gaf dat hij een aankoop zou doen voor het museum, waardoor het duo de investering kon doen. Zo waren er van Zen Garden, voor FW’13, (hun comeback na dertien jaar couture) voor vertoning in Parijs al negen stuks door Nefkens gekocht.

Viktor & Rolf, lente/zomer 2005, Flower Bomb.

Gesynchroniseerd

Een zestal van de ‘Nefkens-jurken’ zal dit voorjaar te zien zijn in de tentoonstelling in de Kunsthal, waar in totaal vijftig couturestuks te zien zijn, naast toneelkostuums voor opera en Het Nationale Ballet. Uiteraard is ook The House of Viktor & Rolf, het zes meter hoge poppenhuis present, met de continu uitbreidende collectie porseleinen poppen in hun meest iconische looks. Naast nooit eerder tentoongestelde stukken, zoals de kostuums voor Madonna’s Art Basel Miami-liefdadigheidsconcert in 2016, zowel de trouw- als de rouwjurk van prinses Mabel, en stukken uit hun laatste collecties Boulevard of Broken Dreams en Action Dolls. Het is de eerste keer dat al het werk tezamen komt, door Loriot bijeen gesprokkeld uit het eigen grote archief van het modeduo, geleend van het Groninger Museum, het Centraal Museum in Utrecht, Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam en diverse internationale musea.

De expositie was eerder te zien in Melbourne. Loriot: ‘It’s gonna be similar, but it’s gonna be very different. Ik hou er niet van twee keer hetzelfde te doen. Hun boodschap is voor mij net zo belangrijk als hun kleding en de manier waarop ze aan een collectie beginnen te werken, is uniek, dat is ook te zien’. De Canadees leerde het duo kennen via een gezamenlijke vriend, zanger Rufus Wainwright, ‘eveneens uit Montreal’. Twee jaar lang werkte hij close met ze samen aan de tentoonstelling. ‘Een groot plezier, ze hebben een fantastisch gevoel voor humor. Ik was vooral benieuwd naar hun samenwerking, of ze met twee verschillende visies continu water bij de wijn moeten doen? Maar nee, zij beschouwen zichzelf als één. Ze zijn erg gesynchroniseerd in hun ideeën. Ze hoeven elkaar alleen maar aan te kijken om te weten wat de ander bedoelt. Ze spreken een non-verbale taal.’

Het duo zelf over hun manier van werken: ‘Een rolverdeling is er niet, we gaan tegenover elkaar zitten aan tafel en een beetje pingpongen.’ Of ze elkaar weleens spuugzat zijn? Viktor: ‘Ik denk dat we elkaar af en toe wel achter het behang kunnen plakken, maar we zijn een soort van getrouwd.’ Rolf: ‘Dat vinden we het allermooiste van die vijfentwintig jaar, dat daar zo’n innige vriendschap uit is voortgekomen.’

De tentoonstelling Viktor & Rolf: Fashion Artists 25 Years is van 27 mei tot 30 september te zien in Kunsthal Rotterdam.

Vogue's nieuwe juninummer mét Vogue x Rika tas voor een eindeloze zomer

 

Beste bezoeker,

Wij zien dat je een adblocker gebruikt die ervoor zorgt dat je geen advertenties ziet op Vogue.nl.
Dit vinden wij jammer, want Vogue.nl is mede dankzij deze advertenties gratis toegankelijk.
Wil je een uitzondering maken voor Vogue.nl, of meer lezen over hoe wij met advertenties omgaan?
Klik dan hier. Veel dank!

Maak een uitzondering voor Vogue.nl > Sluiten