Interview: Vogue Man in gesprek met Marwan Kenzari

Vogue Man spreekt de Nederlandse acteur over zijn jeugd in Den Haag, de rol in Wolf en literatuur.

image
Philippe Vogelenzang, Vogue Man Nederland, voorjaar/zomer 2016

Marwan is in 2019 te zien als Jafar in de langverwachte Disney-klassieker Alladin. Vogue sprak Marwan twee jaar geleden over zijn succes in de Verenigde Staten. Dit interview verscheen in de voorjaarseditie van Vogue Man 2016. Meer Vogue Man? Volg al ons mannen-nieuws op Vogue.nl/man.

In het halletje voor de wc, waar niemand ons kan zien, trekt Marwan Kenzari zijn broek naar beneden. Ik hurk en buig iets naar voren. De letters zijn klein en onregelmatig, maar ze staan er, inkt op huid, op elk van de bovenbenen een paar regels. Ze zijn afkomstig uit Nature , vertelde hij eerder, een essay van Ralph Waldo Emerson, over het feit dat de mens te ver verwijderd is van de natuur. Kenzari las het toen het net uit was met zijn vriendin. ‘Ik werd er zo door gegrepen dat ik steeds meer ben gaan geloven dat wij als mensen de natuur een beetje uit het oog zijn verloren. Emerson schrijft dat als je de natuur terugvindt, ook in jezelf, dat dat je completer maakt.’ Dit fragment – dat te lang is om hier weer te geven, maar kort door de bocht is het voor Kenzari een ode aan Emerson, de natuur en de liefde met al haar prachtige en pijnlijke kanten – heeft hij een paar dagen eerder op zijn benen laten tatoeëren, op 31 december om precies te zijn. ‘De laatste dag van een intens jaar met enorm veel leegte, maar ook overwinningen en mooie projecten, en veel verdriet. Een jaar waarin ik opnieuw ben geboren.’

Philippe Vogelenzang, Vogue Man Nederland, voorjaar/zomer 2016

Steeds sterker

Marwan Kenzari (nu 35) – ‘Chico’ voor vrienden – wandelt twee uur eerder de lobby van Hotel V binnen in trainingstenue, met een sporttas over zijn schouder. Het is moeilijk om niet meteen aan zijn doorbraakrol in Wolf te denken. Dat afgetrainde lijf, de onbewogen blik, die ongenaakbare uitstraling – ze lijken sprekend op die van de rauwe kickbokser Majid. Hij is het niet, natuurlijk. Maar toch. ‘Men zegt altijd wel dat een acteur ‘in zijn rol’ is,’ vertelt Kenzari later, als we aan tafel zitten en de ongenaakbaarheid is verruild voor een ontwapenende openheid, ‘maar dat is natuurlijk voor een gedeelte lariekoek. Het is mij nog nooit gelukt om mijn eigen gevoelens en gedachten uit te schakelen als ik op de set sta. Dat hoeft voor mij ook helemaal niet. Je bent als acteur een soort sluis, je portretteert het karakter dat op papier staat, maar gebruikt wel je eigen stem en gevoel en nuances.’

Majid was ook niet zomaar een rol. Hij is Kenzari op het lijf geschreven, al is het maar omdat Wolf speciaal voor hem is gemaakt. Regisseur Jim Taihuttu vertelde mij in aanloop naar dit interview hoe het hem al tijdens de opnames van Rabat opviel hoe goed Kenzari is: ‘Ik dacht maar één ding: ik moet iets maken waar deze jongen zijn tanden in kan zetten.’

Kenzari werd Shooting Star bij het Filmfestival in Berlijn en Variety bestempelde hem als een Intern

En zo geschiedde. Voor Wolf trainde Kenzari ruim anderhalf jaar lang zo intensief dat hij zeven kilo aankwam – in spiermassa. Op de site van Men’s Health staat een filmpje van de krachttraining die hij vier dagen per week met Arie Boomsma volgde, naast twee dagen kickbokstraining. Zelfs Boomsma was onder de indruk van Kenzari’s toewijding. Het leverde hem een Gouden Kalf op, én interesse uit het buitenland. Kenzari werd Shooting Star bij het Filmfestival in Berlijn en Variety bestempelde hem als een International Star You Should Know. De rollen lieten niet lang op zich wachten. Dit jaar speelt hij naast Christian Bale en Oscar Isaac in The Promise , met Noomi Rapace, Glenn Close en Willem Dafoe in What Happened To Monday? , met Anthony Hopkins, Felicity Jones, Ben Kingsley en Nicholas Hoult in Collide , en hij speelt naast Jack Huston en Morgan Freeman in de remake van filmklassieker Ben-Hur.

En – vandaar het trainingstenue – hij traint nog steeds. Twee keer per dag, met personal trainer Sefton Clarke. ‘Deels voor werk,’ vertelt hij, hij mag er niet bij vertellen voor welke rol, want die is nog niet bevestigd. ‘Maar het is ook ijdelheid. Het is echt niet zo dat ik me altijd beter voel na een training. Sinds ik met Sefton train, voel ik me wel sterker en sterker en sterker worden. Dat is ook wat hij antwoordt als mensen hem vragen waarvoor hij mensen traint: to get stronger .’ Hij lacht. ‘Een beetje boers antwoord misschien, maar ik begrijp precies wat hij bedoelt.’

Philippe Vogelenzang, Vogue Man Nederland, voorjaar/zomer 2016

Zen zijn

Kenzari heeft altijd veel getraind. Toen hij opgroeide, in Den Haag op de grens tussen de Transvaalbuurt en de Schilderswijk, deed hij aan karate. En dat deed hij zoals alles wat hij doet: vrij fanatiek. ‘Karate heeft een bepaalde klasse,’ vindt hij. ‘Iets spiritueels en zens. Ik heb niets met vechten, maar van alle vechtsporten vind ik karate wel de mooiste. Het is Japans en daar heb ik op een of andere manier veel mee. Ik heb ook een voorliefde voor Japanse ontwerpers. Ik ben fan van wat Rei Kawakubo bij Comme des Garçons maakt, en van Yohji Yamamoto. Er zit altijd een bepaalde gedachte achter, het is niet makkelijk te consumeren en je ziet eraan dat het met veel aandacht en precisie is gemaakt. Ik vind het bijna kunst. Dus ja, Japan fascineert me op vele vlakken. Die fascinatie wordt nog versterkt als ik Haruki Murakami lees, wat ik ook graag doe.’

Dansen en lachen zijn de twee belangrijkste dingen die je moet doen

Sowieso houdt hij veel van lezen. ‘Soms denk ik weleens dat Chico niet helemaal van deze tijd is,’ zei Taihuttu in een interview, ‘waar vind je nou nog een jongen die op zaterdagavond thuis een boek leest?’ Nou, hier dus. Al moet Kenzari erom lachen. ‘Het is echt niet zo dat ik de charme van de nacht niet inzie. Dansen en lachen zijn de twee belangrijkste dingen die je moet doen; volgens mij was het Nietzsche die dat zei. Maar ja, ik ga wel minder uit de laatste jaren. Ik vind het steeds moeilijker dat je elkaar niet kunt verstaan in clubs. En ik zit in een fase dat mijn leven zo goed als alleen maar bestaat uit lezen en trainen en filmen. Ik heb zo weinig gelezen in mijn jeugd, dat ik best wat heb in te halen nog.’

Nescio in Italië

Kenzari’s liefde voor literatuur begon in Maastricht, waar hij op de toneelschool zat en een wereld aan boeken voor hem openging. ‘Mijn eerste dichtbundel kocht ik bij de Tribune, bij Henk Groenewegen. Die bundel, van Wislawa Szymborska, heeft me zo geraakt. Daarna ben ik altijd teruggegaan naar Henk en heeft hij me steeds weer nieuwe boeken aangeraden. Wereldliteratuur. Ik heb ze allemaal gelezen.’

Nu zit hij in een Nederlandse fase. ‘Vorig jaar liep ik op de Haarlemmerstraat antiquariaat Egidius binnen. Daar werkt een prachtige man, Jan Fictoor. Hij raadde me Nescio aan. Ik nam het mee naar Italië, waar ik een paar maanden moest filmen voor Ben- Hur , en ben er verliefd op geworden. Ik zat nog net niet huilend – van blijdschap en ontroering – in park Villa Borghese in Rome. Ik vond het zo krankzinnig mooi, dat mijn liefde voor Nederland werd aangewakkerd en nog steeds exponentieel groeit. Ik denk dat ik dat in mijn jeugd altijd een beetje heb tegengehouden.’

Philippe Vogelenzang, Vogue Man Nederland, voorjaar/zomer 2016

Starende wolf

Kenzari groeide op in twee werelden: enerzijds in de Haagse straatcultuur, anderzijds in Tunesië, waar hij lange zomers doorbracht met zijn Tunesische ouders. Hij wil daar niet te veel over kwijt, maar één ding wil hij er wel over zeggen: ‘Het heeft een tijd geduurd voor ik verliefd werd op Nederland. Niet dat ik me ooit zielig heb gevoeld. Het voelde als een rijkdom juist, om ook de Tunesische cultuur mee te krijgen. Ik kom uit een jagersfamilie, de verhalen die mijn pa nog dagelijks vertelt zijn als de jagersverhalen uit de Russische literatuur.’ Als Kenzari erover begint, lichten zijn ogen op en gaat hij op het puntje van zijn stoel zitten. ‘Op een bepaalde leeftijd mocht ik mee met de jacht. Ik wilde altijd mee met mijn favoriete oom, een echte boef is dat. Ik moest dan wel in een boom zitten. Eén keer stond er onder aan die boom een wolf die mij aan bleef staren. Sindsdien ben ik gefascineerd door wolven. Er komt ook nog weleens een tatoeage van een wolf ergens hier.’ Hij wijst naar zijn borststreek, waar op zijn linkerborst al het woord ‘Rabat’ staat getatoeëerd. ‘In Nederland hoorde ik er op een bepaalde manier ook gewoon bij. Ik was een klein pikkie, met zo’n pet met Gullit-haar en het shirt van 88 dat iedereen wilde hebben, en als Nederland scoorde, stond ik net zo hard te juichen als iedereen. Maar verliefd op het land werd ik pas op de toneelschool. Als ik nu terugkijk, denk ik: waarom heb ik vroeger niet een goede lijst gelezen voor Nederlands? Ik koos de dunste Hermans-boekjes die ik kon vinden en Turks Fruit , want dan had je gegarandeerd 189 pagina’s lang een stijve. Dat had toch te maken met een soort verzet. Ik ben blij dat dat is verdwenen. Dit is ook gewoon mijn land, en om de cultuur daarvan nu op te snuiven, dat doet me goed. Een van mijn grootste helden nu is Peter van Straaten, en ik heb het geluk dat ik hem als vriend mag beschouwen. Samen met Géza (Weisz, ml) ben ik een keer bij Peter langs geweest en we hadden zulke mooie gesprekken, we hebben met open mond zitten luisteren naar zijn verhalen. Hij heeft me een lijstje Nederlandse schrijvers gegeven die ik echt moet lezen, en zo wordt die liefde alleen maar groter. Daar ben ik blij mee.’

Visserman

We kijken op de klok. ‘O mijn god,’ roept Kenzari, ‘hebben we zo lang gepraat?’ We zijn inderdaad twee uur verder. Best lang voor een man die de reputatie heeft niet graag over zichzelf te praten. Maar hij heeft dan ook veel te vertellen. Hij heeft dat intense jaar achter de rug, een sleuteljaar noemt hij het zelf. ‘Het begon in Ierland, daar was ik op vakantie, verliefd op een vrouw, verliefd op het ruige landschap. Volgens mij ben ik in mijn kern een Ierse visserman. Dat simpele, rauwe, pure leven dicht bij de natuur past heel goed bij een gedeelte van mij.’ Wat volgde was een jaar vol opnames in Spanje, Roemenië, Italië, weer Spanje, weer Roemenië. Tussendoor ging hij naar IJsland, kamperen, in zijn eentje. ‘Het was een reis die ik ooit met mijn vriendin zou maken. Maar het ging uit. Toen moest ik voor mijn gevoel die reis zelf maken. Dat is een van de heftigste dingen die ik ooit heb gedaan. Ik ben het hele eiland rondgereden, zo’n 2500 kilometer. Soms stopte ik de auto om te luisteren hoe stilte klinkt. Misschien wilde ik mezelf leren kennen, mezelf tegenkomen, de leegte aangaan.’

Philippe Vogelenzang, Vogue Man Nederland, voorjaar/zomer 2016

Brief van tien kantjes

Aan het einde van de reis schreef hij een brief aan zichzelf. ‘Tien kantjes. Ik heb ze geschreven op de dag dat ik weer douchte, want dat had ik een week niet gedaan. Ik voelde me een ander mens. Ook op emotioneel en mentaal gebied had het water een wassende functie. Ik was met veel dingen aan het worstelen geweest en ik wist al tijdens de reis dat ik er geen voldoening uit zou halen. Maar ik wist ook: er komt een dag dat ik snap waarom ik hier ben geweest.’ Als hij er iets heeft geleerd, dan is het dit: ‘Dat je grootste krachten ook je zwaktes zijn.’ Zijn grootste zwakte is waar hij zo om wordt geroemd: zijn gedrevenheid. ‘Als ik ergens iets in zie, dan wil ik er kilometers voor rijden. Dat is gelijk ook mijn achilleshiel. Ik merkte in IJsland dat ik alleen maar aan het wegrijden was. Kwam ik ergens en reed ik gelijk weer weg. Ik heb zo veel kilometers gemaakt, dat zegt ook wel iets.’ Namelijk dat die gedrevenheid verstikkend kan zijn, voor jezelf, of voor een ander. ‘Je moet iemand niet te hard omhelzen, anders krijgt diegene geen lucht.’

Vandaar die tatoeage. ‘Om het jaar te markeren. Ik heb de tekst op een blaadje geschreven en dat laten tatoeëren. Het is mijn handschrift. De letters kloppen niet helemaal, het zijn hoofdletters en kleine letters door elkaar, ze bewegen, ze druisen in tegen het zijn van een perfectionist. Wat ik aan een kant dus ook ben. Ik ben een Japanse monnik én een Ierse visser. En daar tussenin ben ik – een boom. Een verliefde boom, in de wind.’

Hij lacht en leunt achterover.

‘Wil je hem zien?’ —

Dit interview verscheen in de voorjaarseditie van Vogue Man 2016. Meer Vogue Man? Volg al ons mannen-nieuws op Vogue.nl/man.

Advertentie - Lees hieronder verder
Meer van Vogue Man