Gisele Azad (33) is geboren in Teheran en werkt al bijna tien jaar als creatief consultant in de wereld van selfcare en humanitaire projecten. Tijdens de pandemie nam ze de beslissing haar leven compleet om te gooien en op zoek te gaan naar een plek in de natuur. Dit keer schrijft Gisele een ode aan haar moeder, die haar kinderen grootbracht terwijl ze tegelijkertijd een nieuw bestaan moest opbouwen, en aan alle andere alleenstaande moeders in een land dat vreemd voor ze is.
Alleenstaande moeders in een vreemd land
Op de ochtend van haar inburgeringsexamen stond het ontbijt al voor 07.00 uur op tafel. Mijn broer en ik zaten aan de keukentafel zoals op elke andere dag. We hadden geen idee dat het voor onze moeder een van de spannendste dagen van haar leven was.
Mijn moeder vluchtte op haar tweeëndertigste met twee kinderen naar Nederland. Ze sprak de taal niet, kende niemand en moest haar weg vinden in een land dat niet het hare was. Het eerste wat ze leerde, was fietsen, zodat ze ons naar school kon brengen; haar Iraanse rijbewijs was hier niet geldig. Overdag volgde ze taallessen, tussendoor maakte ze huizen schoon. Langzaam bouwde ze een leven op. Ze deed vrijwilligerswerk, behaalde haar mbo en daarna haar hbo. Dit alles terwijl ze twee kinderen in haar eentje opvoedde.
Maar dat wist ik toen niet. Ze liet het nooit merken.
Twee maanden geleden nam ik mijn moeder mee naar Griekenland, op een girls trip. Ze genoot volop, en dat raakte me. Ik realiseerde me hoe anders ik nu naar haar kijk. Niet alleen naar wat ze vroeger deed, maar naar hóé ze het deed. Ze gaf ons nooit het gevoel dat we iets tekortkwamen. Nooit liet ze ons het gewicht voelen dat zij droeg. Wij groeiden op in de warmte die ze creëerde, zonder te weten hoeveel kracht dat haar kostte.

Geen vangnet
Begin 2025 telde Nederland bijna 638.000 eenoudergezinnen. Daarmee is ongeveer één op de vier gezinnen met thuiswonende kinderen een eenoudergezin. In veruit de meeste gevallen is de alleenstaande ouder een moeder. Dat zijn honderdduizenden vrouwen die elke ochtend opstaan, ontbijt maken, kinderen naar school brengen, werken, zorgen en ’s avonds de volgende dag alweer voorbereiden. Veel van wat zij doen, speelt zich af buiten beeld.
En dan zijn er de moeders die dit alles doen in een land dat vreemd voor ze is, zonder vangnet. Die niet alleen de last van het alleenstaand moederschap dragen, maar ook die van een nieuw leven opbouwen in een vreemde taal, een vreemde cultuur, een vreemd systeem. Dit raakt in het bijzonder alleenstaande moeders met een migratieachtergrond: onderzoekers noemen deze groep kwetsbaar. En als je kijkt naar inkomen, huisvesting, taalbarrières en toegang tot een netwerk, is daar veel voor te zeggen. Maar wanneer ik aan mijn moeder denk, denk ik zelden aan kwetsbaarheid. Ik denk aan moed. Aan doorzettingsvermogen. Aan iemand die in een vreemd land een thuis wist te bouwen voor haar kinderen terwijl ze zelf opnieuw moest beginnen.
Veerkrachtig en veel meer
Want er is iets wat cijfers niet meten. Ze meten niet hoe mijn moeder ons een gevoel van veiligheid gaf terwijl zij alles opnieuw moest uitvinden. Ze meten niet hoe ze een thuis bouwde in een land waar ze niemand kende. Ze meten niet dat ze iedere ochtend weer opstond en doorging, zonder dat wij zagen wat het haar kostte. De omstandigheden waren kwetsbaar, maar de persoon die erin stond was veel groter dan dat woord.
Vaak noemen we dit veerkracht. Maar dat woord voelt te licht voor wat ik heb zien gebeuren. Misschien bestaat er geen woord dat helemaal recht doet aan wat het vraagt om een leven opnieuw op te bouwen terwijl je tegelijkertijd voor anderen blijft zorgen.