Ivania Carpio (37) runt een ontwerpstudio in Antwerpen. De basis van haar werk ligt bij het materiaal. Ze gebruikt verschillende technieken, waaronder glasgieten, om objecten die zich bewegen tussen design en sculptuur te kunnen maken. Carpio werkt nu samen met SAMSØE SAMSØE voor de nieuwe lente/zomer 2026-collectie van het merk. Vogue spreekt met Carpio over haar werk en waardoor ze zich keer op keer laat inspireren.
Designer Ivania Carpio
Ivania Carpio ontwikkelt zowel kleine oplages en series als ruimtelijk werk, waaronder setdesigns en installaties voor tentoonstellingen. En daar is een hoop creativiteit voor nodig. Gelukkig zit dat er bij haar al van jongs af aan in. “Eigenlijk maak ik al dingen sinds ik heel klein was”, vertelt ze. “Het voelde voor mij altijd vanzelfsprekend om materiaal om me heen opnieuw te gebruiken. Denk aan het kapot knippen van een oud gordijn als ik een jurk wilde maken. Pas later besefte ik dat die drang niet voor iedereen zo vanzelfsprekend is.”
Haar specifieke interesse in glass casting, ook wel glasgieten, is de afgelopen vijf jaar ontstaan. “Die techniek fascineert me enorm, omdat het oud en arbeidsintensief is, maar ook omdat je er details mee kunt vastleggen die met geblazen glas niet kunnen.”

Open blik
Als het om inspiratie gaat, kijkt Carpio met een open blik naar de wereld. “Ik haal eigenlijk overal inspiratie uit: grote dingen, kleine dingen, zelfs het meest alledaagse kan ik magisch vinden. Van een historisch glazen flesje uit Palestina tot een simpel takeaway-bakje. Inspiratie komt in cycles: soms stroomt het, soms is het even droog, maar toch blijf ik altijd terugkeren naar mijn atelier.”
Daarbij laat ze zich inspireren door het werk van Ursula Le Guin, met name haar essay Carrier Bag Theory of Fiction. “Dat idee van objecten als dragers resoneert heel erg met waarom ik steeds weer schalen, bakjes of andere ‘containers’ maak. Het voelt heel menselijk en natuurlijk om zulke objecten te creëren.”
Lang proces
Haar werk gooit hoge ogen, maar Carpio ervaart succes op een authentieke manier. “Ik ben eigenlijk nooit trots op wat ik maak in de traditionele zin van het woord. Het gevoel dat ik bij mijn werk heb, is anders. Omdat het proces zo lang is, zit er altijd een soort delayed gratification in. Tegen de tijd dat iets uit de oven komt, ben ik meestal in mijn hoofd al met het volgende project bezig.”

Toch zijn er uitzonderingen. “Het enige moment dat echt bijzonder voelt, is wanneer ik het gips openbreek en zie dat het glas technisch helemaal gelukt is. Dat is voor mij niet per se trots, maar een motivatie om verder te gaan en terug te kijken op wat ik precies heb gedaan. Die constante drang om te blijven maken, dat is het gevoel dat mijn werk oplevert.”
Kijk op mode
Ook haar kijk op mode sluit naadloos aan bij die focus op objecten en materiaal. “Mode gaat voor mij om stijl en gevoel, niet om trends. Ik zie kledingitems ook als objecten, maar dan objecten die heel dicht op je lichaam zitten. Het zijn letterlijk de dingen die je het meest bij je draagt. Eigenlijk weerspiegelt kleding wat er van binnen gebeurt.”
