De tentoonstelling Can Love Be A Photograph. – die achttien zalen beslaat – blikt terug op het leven en het creatieve partnerschap dat Inez & Vinoodh sinds 1986 delen. Als pioniers op het vlak van digitale beeldvorming nemen zij een unieke positie in op het snijvlak van mode en kunst, van waaruit ze de grenzen van het medium fotografie voortdurend verleggen. Kenmerkend voor hun werk is de verweving van het vertrouwde en het verontrustende, het alledaagse en het buitengewone. Die benadering komt onder meer naar voren in hun campagnes voor grote modemerken als Dior, Gucci en Chanel.
Tentoonstelling Inez & Vinoodh
Conservator Francesco Bonami verwoordt het aldus: “Inez & Vinoodh creëerden iets fenomenaals; een onzichtbare werkelijkheid die schijnbaar kunstmatig is. Een werkelijkheid die de ongrijpbaarheid van onze innerlijke wereld uitdrukt en laat zien hoe die zich verhoudt tot onze perceptie en verbeelding. Een wereld waarin liefde en passie elkaar ontmoeten en nooit meer gescheiden kunnen worden. Tegelijkertijd een vloek en een zegen.”
De tentoonstelling belicht vier decennia aan kunst, mode en portretten en verloopt thematisch, niet chronologisch. Bij gebrek aan een lineaire tijdlijn ontstaan verrassende dwarsverbanden tussen de beelden, die het onderscheid tussen tijd en geschiedenis benadrukken. Door elk beeld te interpreteren als een soort zelfportret brengen Inez & Vinoodh met deze tentoonstelling een ode aan de liefde, die zij omschrijven als de ander oprecht zien, waarderen en koesteren.
LEES OOK
45 portretten, 7 covers: Vogue lanceert aprilnummer met iconisch fotografenduo Inez & Vinoodh
De kus
In het hart van de expositie worden onder het thema The Psychomorphic Phenomenon voor het eerst drie sleutelseries samen getoond. In deze onheilspellende series uit het begin van de jaren negentig gebruikte het duo digitale beeldmanipulatie om de verwoestende impact van emoties op de mens te verbeelden. De sleutelseries richten zich op de intimiteitsbreuk die ontstaat door het streven naar fysieke perfectie in een digitaal tijdperk (Thank You, Thighmaster, 1993), naar een schijnbaar onschuldige jeugd (Final Fantasy, 1993) en naar de constante bevestiging van mannelijke machtsposities (The Forest, 1995).
De kus is voor de kunstenaars meer dan een intiem moment; het is het symbool van de tentoonstelling. De kus is sinds 1999 een veelvoorkomend motief in hun werk en verwijst zowel naar fysieke als emotionele versmelting – het punt waarop twee individuen niet langer van elkaar te onderscheiden zijn. Voor het eerst worden drie iconische werken uit de serie Me Kissing… tentoongesteld in combinatie met hun meest recente reeks rond dit thema, Think Love, waarin intentie en affectie worden doorgegeven aan de volgende generatie.