Mijn gevoelens over haar weerspiegelen al lang mijn gevoelens over vuur. Zoals bij de meeste dingen maakt de context het verschil. Een brandende open haard midden in de winter? Hemels. Je eigen huis in vlammen? Niet zo geweldig. Een gezonde haardos die qua glans en weelderigheid niet onderdoet voor de staart van een volbloedpaard? Een droom. Losse haartjes op je kin die je plotseling ziet in het felle licht van de autospiegel? Dat leidt tot een crisis van zelfvertrouwen. De relatie tussen lichaamshaar en vrouwen is op z’n zachtst gezegd ingewikkeld.
Gladheid is good business
Het is opmerkelijk dat iets wat biologisch gezien zo fundamenteel is, cultureel gezien zo’n grote lading heeft. We zijn zoogdieren. We krijgen haar. En toch blijft lichaamshaar – vooral bij vrouwen – onderworpen aan een intense vorm van kritische blikken die volkomen buiten proportie lijkt. We scheren, waxen, epileren, ontharen met draad, suiker en laser, allemaal in de hoop het nooit meer te zien. Geen wonder dat de wereldwijde markt voor ontharing in 2025 meer dan 25 miljard euro waard was en naar verwachting de komende tien jaar sterk zal groeien. Alleen al de markt voor laserontharing – oh, de belofte van bevrijding van de tirannie van het scheermes – bedraagt nu wereldwijd meer dan 1 miljard dollar. Gladheid, zo blijkt, is good business.
Dit is niet zomaar gebeurd. Zoals Rebecca Herzig beschrijft in Plucked: A History of Hair Removal, werd in de modeadvertenties van het begin van de twintigste eeuw vrouwelijk lichaamshaar al snel afgeschilderd als onhygiënisch en onvrouwelijk. Toen mouwloze jurken hun intrede deden, ontstond er ook bezorgdheid over de oksels. Modern zijn betekende haarloos zijn. Glad zijn betekende beschaafd zijn. En zo werd lichaamshaar iets wat we moeten managen, net als onze inbox. Of een dronken familielid op een bruiloft.
Lichaamshaar van vrouwen
Het is onmogelijk om de rol van het patriarchaat in dit alles te negeren. De dwang voor vrouwen om zich te scheren ontstond niet in een vacuüm; het kwam voort uit een cultuur die zich toelegde op het reguleren van vrouwelijke lichamen, die werden afgeschilderd als iets dat voortdurend verzorging vereiste om acceptabel te blijven. Zo werd het werk van ontharing een van de vele onbetaalde taken die nodig waren om als vrouwelijk te worden beschouwd.
Die ouderwetse opvattingen blijven hangen. Onze collectieve reactie op zichtbaar lichaamshaar – van onszelf of van anderen – kan nog steeds vreemd genoeg heel instinctief aanvoelen. Haar op het hoofd is wenselijk. Wimpers? Onmisbaar. Wenkbrauwen? De mooiste omlijsting voor je gezicht. Haar in de afvoer? Walgelijk. Haar onder de oksel? Blijkbaar een noodsituatie voor de volksgezondheid.
Rebellie of teken van uitputting?
Waarom roept lichaamshaar dan zo’n reactie op? Voor een deel is het psychologisch. Walging is een evolutionaire emotie – ontstaan om ons te beschermen tegen besmetting en ziekte. We zijn van nature geprogrammeerd om terug te deinzen voor dingen die grenzen doen vervagen: lichaamsvloeistoffen, verval, alles wat ons er te levendig aan herinnert dat we vleselijke, hormonale wezens zijn. Lichaamshaar bevindt zich in die ruimte en verstoort op brutale wijze de gepolijste fantasie die de beautycultuur ons al zo lang voorschotelt.