Ooit was op vakantie gaan ontspannen. Echt ontspannen. Dan namen we even een break van het alledaagse leven, mocht alles en hoefde niks. Natuurlijk bezocht je het Pantheon in Rome en de Notre-Dame in Parijs, maar waar je at, of naar welk museum je ging, liet je in het ongewisse. Al helemaal op strandvakanties. Naast dagelijks een zanderige bikini en ’s avonds uitblussen voor de airco was niks zeker. Tegenwoordig hebben we een vakantie nodig na het op vakantie gaan. Of eigenlijk: na er eentje plannen. In het huidige digitale tijdperk, waarin we toegang hebben tot een schat aan tips en aanbevelingen én waarin het leven alsmaar duurder en duurder wordt, vinden velen goed voorbereid op vakantie gaan belangrijker dan ooit. En zelfs in die mate, dat reizen als een fulltime job begint te voelen. Hoewel ik iemand ben die de neiging heeft alles uit te stippelen, ben ik ook de eerste die zal toegeven: it kills the whole vibe. Daardoor rijst de vraag: hoe zorgen we ervoor dat het plannen van een trip niet ten koste gaat van de vakantie als vorm van ontspanning?
Reizen is veranderd
Als je de kop van dit artikel niet zou hebben gelezen, zou je even denken dat ik nu een pleidooi zou gaan houden voor de comeback van de spontane trip. Waarbij je je vlucht boekt, het eerste beste hotel vastlegt, je koffer inpakt, en wel ziet wat er komen gaat. Een pleidooi voor de spontane vakantie zoals een oudere generatie gewend is, simpelweg omdat het internet toen nog niet bestond. Die goeie ouwe tijd.
Travelling zou daar bovendien om draaien, beargumenteert het type vakantieganger dat zich reiziger noemt, geïnspireerd door de reisfilosofie van Anthony Bourdain. Het plan is om géén plan te hebben, en dat ook op geen enkele manier na te streven. Reizen zou volgens die filosofie moeten draaien om nieuwsgierigheid en unieke ontdekkingen; om het onverwachte en het onvoorspelbare; een vorm van verkennen, in plaats van een vorm van uitvoeren.
Maar dat pleidooi voor spontaniteit bespaar ik jullie – en bespaar hem mij vooral ook. Want de wereld waarin we reizen is veranderd, en daarmee onvermijdelijk ook wat daaraan voorafgaat.
Een koffer vol tips
Dat komt voornamelijk door social media, en de toegang die het ons biedt tot talloze tiplijstjes en aanbevelingen. Dankzij een onuitputtelijke bron aan informatie hebben we anno 2026 de mogelijkheid om onze trips tot in de puntjes te plannen. Welke hightlights moet je afvinken? Waar moet er gegeten worden? Welke koffietent heeft het meest inspirerende interieur? En welke tentoonstellingen mag je echt niet missen?
Het is doodvermoeiend. Maar ook heel logisch. Want in een tijd waarin kosten de pan uit rijzen, wil je er zeker van zijn dat je waar krijgt voor je geld. Reizen is kostbaarder geworden, en dat maakt het ook emotioneler.
It’s getting emotional
Die nieuwe manier van reizen heeft van de ontspannen vakantieweek een emotionele rollercoaster gemaakt. Beladen emoties als stress, frustratie, spijt en teleurstelling spelen in de moderne tijd een veel grotere rol. Waar moet je in die korte tijd zijn, eten, verblijven? Stress. Kost het verzamelen van die tips veel tijd? Frustratie. Toch bij restaurant A aangeschoven in plaats van restaurant B? Spijt. Viel het allemaal gruwelijk tegen? Teleurstelling.
En dat terwijl de euforie niet per se groter is geworden. Wanneer we nu lunchen bij een leuk café, voelen we wellicht eerder opluchting dan echte excitement, zoals je voelt wanneer je spontaan op een heel fijne plek bent beland. Opluchting dat je waar krijg voor je geld, én opluchting dat ook jij heus een leuke vakantie hebt. Iedereen lijkt op de socials tenslotte op weelderige trips te gaan. Dus jij kan niet achterblijven.