Afgelopen donderdag 9 april kreeg het historische Hotel des Indes in het centrum van Den Haag hoog bezoek uit Thailand. Niemand minder dan prinses Sirivannavari Nariratana Rajakanya, dochter van de Thaise koning Rama X, presenteerde een van de grootste ambachten van haar land: de traditionele Thaise klederdracht Chud Thai. Vogue kreeg de exclusieve kans om te spreken met de prinses. Een gesprek over haute couture, ambacht en hoe de Thaise traditie zijn plek weet te behouden in de moderne modewereld.
Prinses Sirivannavari over Chud Thai
Wanneer de Thaise royal de statige hotelkamer van het Hotel des Indes binnenkomt, valt haar beeldschone indigoblauwe, mouwloze jurk met hoge boothals en een wijd uitlopende rok van Thaise zijde direct op. “Het is een ontwerp van een Thaise ontwerper”, zegt de prinses, die altijd creaties van Thaise makelij draagt en zelf overigens ook ontwerper is. “Het is heel licht – voel maar”, instrueert ze me, terwijl ze naar mij toe beweegt zodat ik de stof van de rok kan voelen. Ze heeft gelijk: de Thaise zijde waarvan haar jurk is gemaakt, is vederlicht. Het is een kenmerk van de hoogwaardige stof, die bekendstaat om zijn rijke textuur, unieke glans en levendige kleuren, en de basis is van Chud Thai.
Prinses Sirivannavari is naar Nederland gekomen om te praten over de nationale klederdracht van Thailand, die uit acht vrouwenstijlen en drie herenstijlen bestaat die variëren van daytime chic tot formeel. Achter de ambacht schuilt een interessante, tijdrovende techniek. Chud Thai, dat letterlijk ‘Thaise outfit’ betekent, wordt met de hand vervaardigd door ambachtslieden die technieken beheersen die generaties oud zijn. Maar dat betekent niet dat het stoffig is: de klederdracht is juist verrassend modern. En dat is precies wat de prinses wil uitdragen. Het is de reden dat ze een fervent pleitbezorger is van Chud Thai, en naar Den Haag is gekomen om de ambacht van haar land te etaleren door middel van een fashion show en een tentoonstelling.

Samenwerking met Pierre Balmain
“Binnen Chud Thai bestaat er een duidelijke balans tussen overdag en ’s avonds. Alle acht looks hebben hun eigen functie, gelegenheid en tijdstip”, legt de royal uit. Als voorbeeld neemt ze de Boromphiman, een stijl met een lange kolomrok en een getailleerd, hooggesloten jasje met opstaande kraag. “Dit is voor de avond. Je ziet dat het volledig bedekt is, maar toch accentueert het de taille en het lichaam van een vrouw. Dat is wat ik zo fascinerend vind aan Chud Thai: het is volledig bedekt, maar toch zie je de rondingen. Het verhult de vormen die we niet willen laten zien, terwijl het de vormen benadrukt die we wél willen laten zien. Ik denk dat Chud Thai heel sexy kan zijn, zonder dat het opzichtig is.”
Chud Thai kreeg internationale erkenning in de jaren zestig, toen de Thaise koningin Sirikit, de grootmoeder van Sirivannavari, de kostuums droeg tijdens talloze officiële gelegenheden. Daarbij zette ze mode in als een middel voor culturele diplomatie, bijvoorbeeld tijdens staatsbezoeken aan de Verenigde Staten en Europa, waaronder Nederland in 1960. Voor die momenten werkte ze samen met Pierre Balmain.

