Drie jaar geleden stond ik in een tweedehandswinkel in Kyoto. De zaak zat in een onopmerkelijke galerij, maar vanbinnen leek ie op een winkel uit de Harry Potter-boeken. Een krakende houten vloer, rijen aan oude kasten en glazen planken, kleding op hangers tot aan het plafond. Het deed wat mysterieus aan. Ik zag luxe pumps en vintage trouwjurken, maar er was ook een hele selectie aan oversized vesten met geometrische prints en rekken vol super kawaii-stukken die deden vermoeden dat Japanse streetstyle-iconen het adresje kenden.
De herkomst van high-end vintage
Tussen dat alles vond ik tot mijn verbazing een blouse met een labeltje van een oer-Hollands warenhuis. En het oversized suède jasje waar ik voor viel was ‘made in Italy’. Ik fantaseerde dat de jas tot voor kort van een Japanse meneer was geweest, maar na aankoop begon ik aan dat romantische beeld te twijfelen. Voor hetzelfde geld was het kledingstuk door een Italiaanse gedoneerd en via allerlei omwegen in Japan geëindigd. Misschien hadden er al een hoop mensen plezier van gehad of eraan verdiend. Het jasje kon er niets aan doen, maar het deed mij beseffen hoe weinig we eigenlijk weten over de herkomst van al het vintage moois.
Over een deel van de internationale tweedehandsketen is de laatste jaren veel geschreven. Dankzij speurwerk van verschillende media weten we welke reis afgedankte kleding maakt nadat ze in een container van een goed doel of fastfashionketen gegooid is. Een aanzienlijk deel blijkt te worden gedumpt in derdewereldlanden, waar enorme problemen zijn met de aangeleverde hoeveelheden textiel en de verwerking ervan. Andere items komen terecht bij Europese sorteerders en recyclers en worden dan opgekocht om weer in tweedehandswinkels op te duiken.
Modesmaken verschillen
Bij dit soort stromen tweedehands textiel kun je je iets voorstellen. Maar het is haast ondenkbaar dat er Chanel-tassen en couturestukken uit de textielcontainer van het Leger des Heils tevoorschijn komen. Waar komt de meest exclusieve vintage vandaan? Meestal niet uit Nederland, zeggen experts. Dat geldt voor de kleding en accessoires die je op een online platform als Vestiaire Collective kunt vinden, maar ook voor wat je ziet in fysieke winkels voor high-end vintage in Nederlandse winkelstraten. “In Nederland zijn we niet gewend een groot deel van ons inkomen aan designermode uit te geven. In het buitenland komt er meer designervintage op de markt”, zegt Fleur Feijen. Zij is mode-expert bij veilingplatform Catawiki en stelt daar veilingen van de meest unieke tweedehands mode-items samen. “Italië en Frankrijk zijn de grootste inkoop- en verkooplanden op ons platform. Toepasselijk, aangezien de grootste couturemerken ook van Italiaanse en Franse bodem komen.”
Ook Aarti O’Varma, die The Collectives oprichtte, stelt dat de topstukken met name uit de modelanden pur sang komen. Dagelijks speurt zij voor haar winkel in de Amsterdamse Jordaan naar Prada, Alaïa en meer begerenswaardigs. Soms in opdracht van particulieren die iets bijzonders zoeken, soms om haar collectie aan te vullen – die zowel te koop als te huur is. “In Frankrijk en Italië is er meer liefde voor het ambacht. In Nederland geven we gemiddeld minder geld uit aan luxe mode, maar we hebben ook een andere smaak. We kiezen voor opvallender, voor trends. De klassieke en tijdloze stukken vind ik vooral over de grens.”