Wie deze week het programma van Amsterdam Fashion Week bekijkt, ziet opvallend veel namen die ooit op hetzelfde punt begonnen: als vers afgestudeerd ontwerper die diens graduate collectie toonde bij Lichting. Van Duran Lantink en Tess van Zalinge tot een nieuwe generatie die inmiddels internationaal gaat en eigen labels sticht. Voor founder en ‘mama-Lichting’ Mariette Hoitink is het het beste bewijs dat het concept dat ze twintig jaar geleden bedacht nog altijd werkt.
Dit jaar bestaat Lichting twintig jaar. Traditiegetrouw presenteren tien pas afgestudeerde ontwerpers van Nederlandse modeacademies hun werk tijdens Amsterdam Fashion Week, maar voor de verjaardag wordt ook teruggekeken. Met twee exposities, waaronder nooit eerder gepubliceerd backstagebeeld van fotograaf Peter Stigter, brengt Lichting twintig jaar Nederlands designtalent bij elkaar. Vogue spreekt Hoitink over de begindagen, de veranderende mode-industrie en de ontwerpers die er hun eerste stappen in zetten.
Het debutantenbal van de Nederlandse mode
Het idee voor Lichting ontstond vanuit een gemis dat Hoitink zelf al te goed kende. Na haar afstuderen aan ArtEZ in Arnhem ontdekte ze dat de overgang van academie naar mode-industrie niet bepaald vanzelfsprekend was. Ze vond haar carrière in de mode en richtte een recruitment- en consultancybureau op, waarmee ze mensen in de industrie aan banen en opdrachten hielp. Rond dezelfde tijd stond Amsterdam International Fashion Week nog in de kinderschoenen. Toen de HKU aanklopte met het idee om een show te organiseren, zag Hoitink een grotere mogelijkheid: “Ik dacht meteen: waarom bedenken we niet een concept dat het beste talent van iedere academie laat zien?” Samen met toenmalig AFW-directeur en medeoprichter James Veenhoff bedacht ze de naam: Lichting.
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief
De missie was vanaf het begin even praktisch als ambitieus: het gat tussen de academie en de industrie kleiner maken. “Pers, stylisten en andere decision-makers kunnen niet van Maastricht naar Rotterdam en Utrecht gaan om iedereen te bekijken”, zegt Hoitink. Door de sterkste afstudeerders op één plek samen te brengen, kon juist die ontmoeting ontstaan. “Het idee was om het toekomstige werkveld en de ontwerpers elkaar te laten ontmoeten. Het debutantenbal van de Nederlandse mode: dé kans om je voor het eerst aan het bedrijfsleven te presenteren.” En die formule sloeg vrijwel direct aan. De deelnemers werden meteen internationaal opgepikt, aangenomen bij modehuizen in Parijs en Milaan of begonnen hun eigen label. Dat ging heel snel.”
View this post on Instagram
