Met een nieuw restaurant in Amsterdam keert de chef wiens achternaam staat voor een heel imperium terug naar de stad waar hij als jonge filosofiestudent leerde koken. Werken met zijn handen haalde hem uit zijn hoofd, en dat doet het nog steeds. Yotam Ottolenghi: “Het leven is beter in mijn keuken dan op social media.”
Ottolenghi-restaurant in Amsterdam
In de winter van 1996 vroren de Amsterdamse grachten dicht. De Brits-Israëlische chef Yotam Ottolenghi (57), toen een jonge student die in een zolderkamer aan de Herengracht woonde, bond zijn schaatsen onder en ging vervolgens meermaals op het ijs onderuit – “Ik ben geen goede schaatser”. Later die dag warmde hij zich op in Café de Jaren met een kom soep, terwijl buiten mensen over de Amstel gleden.
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief
Het is een van de beelden die hem zijn bijgebleven van de twee jaar die hij in de jaren negentig in Amsterdam doorbracht. De stad waar de vermaarde chef nu naar terugkeert om er een restaurant te openen in hotel Mandarin Oriental Conservatorium. Het is zijn eerste zaak in Nederland en pas zijn tweede op het Europese vasteland, na Genève.


Studententijd in Nederland
Als twintiger woonde Yotam in Amsterdam om zijn filosofiescriptie af te ronden. Hij schreef voor de Hebreeuwse pagina’s van het Nieuw Israëlitisch Weekblad en bracht lange dagen door in de bibliotheek. Intussen volgde hij Nederlandse les en reisde hij door het land. ’s Nachts werkte hij in een troosteloos hotel aan de Haarlemmerstraat, waar hij de telefoon opnam terwijl op de achtergrond voortdurend een televisie met videoclips aanstond. Lachend: “Ik sprak nauwelijks Nederlands, dus mijn baankansen waren vrij beperkt.” Hij leerde de architectuur en het eten kennen; de literatuur liet hij noodgedwongen links liggen. “Ik wilde het wel lezen, maar begreep er geen fluit van.”
Amsterdam was in veel opzichten heel anders dan Tel Aviv, waar hij als student woonde voordat hij naar Nederland kwam. Maar toch voelde Yotam zich er meteen op zijn gemak. Net als in Israël speelde het leven zich grotendeels buiten af. Overdag fietste hij door de stad, van afspraak naar afspraak; ’s avonds zat hij met een glas wijn op de stoep of in het park. Ook werd er volop gefeest. Amsterdam gold in die jaren als de Gay Capital of the World, en voor Yotam, destijds een jonge homoseksuele man, ging er een wereld open. “Ik ging veel uit. Vaak wel een paar keer per week, naar de iT en de RoXY.”

