all-eyes-on-pieter-mulier-de-industry-shaper-die-nooit-van-plan-was-modeontwerper-te-worden-403682
©Alaïa

Het had weinig gescheeld of het talent van Pieter Mulier (49) was nooit door het grote publiek ontdekt. In 2020 stond de Belgische ontwerper namelijk op het punt de mode-industrie voorgoed vaarwel te zeggen en terug te keren naar de architectuur. Na ruim twintig jaar als rechterhand van Raf Simons te hebben gewerkt, voor Jil Sander, Dior en Calvin Klein, kampte hij met een mode-burn-out. Hij voelde zich niet langer geïnspireerd en laste een lange pauze in om rustig te onderzoeken wat hij wilde doen.

Onder geen beding wilde hij terug naar het tempo van Calvin Klein, waar hij onder Simons vanaf 2016 alle lijnen overzag, van ready-to-wear Calvin Klein 205W39NYC, tot ondergoed en jeans. Zijn baan bestond meer uit vergaderen op kantoor dan ontwerpen; veel liever wilde hij terug naar werken in een atelier. Hij sprak met een aantal modehuizen, maar vond dat het menselijke aspect ontbrak. En dus keek hij verder dan mode en overwoog huizen te gaan inrichten of eindelijk iets te doen met zijn studie architectuur.

De ontdekking van Pieter Mulier

Pieter Mulier behaalde in 2003 zijn diploma aan het Instituut Saint-Luc in Brussel en wist toentertijd naar eigen zeggen niets van mode. Hij groeide op in de Belgische badplaats Oostende en was als kind geïnteresseerd in tekenen, piano en theater. Hij begon aan een studie rechten in Leuven, maar dat bleek niets voor hem. Architectuur wel, vooral toen hij de minimalisten ontdekte: Álvaro Siza, Peter Zumthor, Toyo Ito en Rem Koolhaas.

Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief

Raf Simons, die destijds een revolutie teweegbracht met zijn gelijknamige mannenmodelabel, zat in de jury voor afstudeerprojecten en merkte hem op. Hij zei tegen Mulier dat hij een modeontwerper in hem zag, en vroeg hem om stage te komen lopen. Zo begon een van de meest succesvolle mentor-leerlingrelaties in de recente modegeschiedenis.

Onverwacht telefoontje

Na twee decennia aan de zijde van Simons te hebben gestaan, besloot Mulier in 2020 een stap terug te doen. Totdat er onverwachts een telefoontje kwam van Richemont, het luxoconglomeraat achter onder meer Alaïa. Na het overlijden van Azzedine Alaïa in 2017 was het huis in alle stilte op zoek gegaan naar een opvolger: iemand die het erfgoed niet alleen begreep, maar het ook naar het heden kon vertalen.

Mulier moet de headhunters onder meer zijn opgevallen in de documentaire Dior and I. Daarin volgde filmmaker Frédéric Tcheng Raf Simons acht weken lang, in aanloop naar zijn debuutcouturecollectie voor Christian Dior in 2012. Het leverde een van de rauwste en mooiste modedocumentaires van deze tijd op, waarin de kijker wordt meegenomen achter de schermen van een van de meest gesloten werelden van de mode. We zien hoe Simons de petites mains ontmoet, die voor de gelegenheid hun schoonste labjassen hebben aangetrokken, en kijken mee tot aan de nacht voor de show, als het atelier doorwerkt om de looks op tijd af te krijgen.

De verbindende factor

Aan zijn zijde, vrijwel onafscheidelijk, staat Mulier. De docu laat zien dat hij zich het dichtst bij de artisans in het atelier bevindt en door zijn charme en warmte een persoonlijke band weet op te bouwen met de premières, de hoofden van de afdelingen tailleur (tailoring) en fou (dressmaking), die op hun beurt de petites main aansturen om schetsen te vertalen naar jurken. Als Simons zo snel mogelijk een zwarte versie van een wit jasje wil zien, is het Mulier die zich letterlijk in het stof werkt in de tuin, in zijn uniform van jeans en een wit T-shirt met V-hals, en met een bus spuitpaint de stof zwart verft. Terwijl Simons zichtbaar worstelt met de verlammende druk en extreme spanning voorafgaand aan zijn debuutcollectie, blijft Mulier de kalmte zelve, de verbindende factor die alles bijeenhoudt.

Pas een jaar nadat Mulier het eerste telefoontje van Alaïa kreeg, hoorde hij dat hij de baan had. Hij deed bijna een jaar lang auditie voor de rol van creative director: ontwierp een aantal testcollecties, reed midden in de pandemie van Antwerpen naar Parijs om met de directie van Richemont te overleggen en beloofde hen dat hij geen andere aanbiedingen zou accepteren totdat ze een beslissing hadden genomen.

Uit de schaduw van Simons

Alaïa bezat het menselijke aspect dat Mulier zocht, dat bij veel modehuizen verloren was gegaan door commercie. Onder de Tunesisch-Franse ontwerper en naamgever Azzedine Alaïa volgde het modehuis altijd zijn eigen weg en opereerde het buiten het traditionele modesysteem. De ontwerper weigerde te showen volgens de vaste kalender van de modeweken en presenteerde collecties alleen als ze af waren en hij vond dat het moment rijp was.

Azzedine studeerde aanvankelijk beeldhouwen, maar was meer geïnteresseerd in de modebladen die zijn medestudenten lazen. Hij ontwikkelde zich tot een meester in patroonontwerp en draaide zijn ontwerpen rechtstreeks op de lichamen van levende modellen. Zijn grootste kracht was dat hij jurken maakte die leken alsof ze om het lichaam geboetseerd waren. Jurken die de mooiste vormen versterkten, die minpunten wegpoetsten en aanvoelden als een harnas, waardoor zijn modellen, onder wie Naomi Campbell (die als een dochter voor hem was), de beste versie van zichzelf werden.

Het was Muliers uitdaging om die waarden te behouden en tegelijkertijd een nieuw, jonger publiek aan te spreken. Hij deed diepgaand onderzoek naar de esthetiek en werkwijze van Azzedine Alaïa en maakte inspiratieboeken en stijlbijbels, nog voordat hij wist of hij de baan überhaupt zou krijgen. Al dat materiaal nam hij mee naar Parijs toen hij werd aangesteld. Het huis gaf hem de kans om uit de schaduw van Raf Simons te treden en voor het eerst een collectie te tonen die volledig door hemzelf was ontworpen, gemaakt samen met de 35 artisans die na het overlijden van Azzedine trouw waren gebleven aan het huis.

Intieme shows

Voor zijn eerste show bleef Mulier letterlijk en figuurlijk dicht bij huis: hij showde pal voor de deur van het atelier aan Rue de Moussy. Het voelde voor het jonge publiek als een kennismaking met de liefhebbers van Alaïa bijna als een reünie met alles wat het huis kenmerkt: zandloperfiguren, jurken van stretchstof, strakke snitten en blouses met capuchon. Op hun stoelen vonden genodigden een brief gericht aan Azzedine: ‘Ik heb geprobeerd in je hoofd te kijken, maar dat is onmogelijk… We hebben elkaar ontmoet, maar ik heb nooit de kans gehad je te leren kennen. Nu heb ik de kans om je te bedanken’, schreef Mulier.

Dat persoonlijke aspect vormde de afgelopen jaren een rode draad. Zijn vierde show voor Alaïa vond plaats bij Mulier thuis, in zijn strakke penthouse op de linkeroever van Antwerpen. Modellen liepen door de keuken en woonkamer, terwijl sommige gasten zelfs op zijn bed zaten. Het was een knipoog naar Azzedine Alaïa, bij wie ook iedereen over de vloer kwam. Aan het einde van de dag kookte hij voor modellen, medewerkers, vrienden, kunstenaars en beroemdheden.

Opnieuw relevant

In de collecties die volgden, drukte Mulier steeds duidelijker zijn eigen stempel, terwijl hij het huis tegelijkertijd moderniseerde. Waar Azzedine Alaïa bekendstond om zijn uitgesproken vrouwelijke, sensuele signatuur, blijft Mulier trouw aan dat idee, maar vertaalt hij het naar iets architectonischers. De kenmerkende body-con blijft, maar wordt aangevuld met nieuwe silhouetten: oversized jassen, capes en meer hoekige vormen, ontworpen met een moderniteit die ook in het dagelijks leven draagbaar is.

Het lukte hem om Alaïa niet alleen te eren, maar ook relevant te maken voor nu. Dat vertaalde zich zelfs commercieel, met de introductie van de mesh ballerina en de Le Teckel-tas, die voor lege rekken zorgden. Zijn recentste collectie, afgelopen maart, werd ontvangen met een staande ovatie. Zelf omschreef hij die als een vocabulaire van de afgelopen vijf jaar, een verzameling van alles wat hij bij Alaïa had geleerd. Alsof hij de sleutels op tafel achterliet voor de volgende ontwerper.

Pieter Mulier bij Versace

Vanaf 1 juli zal Pieter Mulier de rol van creative director bij Versace op zich nemen, het modehuis dat vorig jaar werd overgenomen door de Prada Group. Slechts twee dagen nadat het overnamenieuws naar buiten kwam, werd bekend dat de toenmalige creative director Dario Vitale, die net zijn eerste collectie had geshowd, en de nieuwe eigenaar gezamenlijk hadden besloten uit elkaar te gaan. Opmerkelijk, aangezien Vitale vijftien jaar onder Miuccia Prada voor Miu Miu had gewerkt.

Mulier werd al snel genoemd als kandidaat, gezien zijn nauwe band met Raf Simons, die sinds 2020 samen met Miuccia Prada aan het roer staat bij Prada. Begin dit jaar kondigde Mulier, na vijf jaar, zijn vertrek aan bij Alaïa en enkele dagen later werd bevestigd dat hij Versace gaat leiden.

Nieuwsgierigheid overheerst

Sindsdien houdt niets de industrie zo bezig als de vraag hoe het nieuwe Versace eruit zal zien, op Matthieu Blazy’s revolutie voor Chanel na dan. Met Blazy had Mulier overigens jarenlang een relatie; samen zijn ze co-ouder van labrador-pointermix John John en ze supporten elkaar nog altijd door bij elkaars shows op de eerste rij plaats te nemen.

Onder Donatella Versace waren de collecties op-en-top sexy, glamorous en maximalistisch. De enige collectie van Dario Vitale was allesbehalve ingetogen, maar minder expliciet sexy. Het was een viering van jarentachtiginvloeden en kleur, met zijscheidingen en prints zo fout dat ze weer cool werden. Daarmee refereerde hij aan de beginjaren van Gianni Versace en maakte hij het huis aantrekkelijk voor een nieuw publiek. Hoewel op Vitales vertrek teleurgesteld werd gereageerd en de consensus is dat men graag meer van hem had willen zien, overheerst ook de nieuwsgierigheid. Want als iemand in staat is Versace nieuw leven in te blazen en relevant te maken voor nu, dan is het Pieter Mulier.

Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd in het juli/augustus 2026-issue van Vogue Man, dat nu samen met Vogue’s juli/augustus 2026-nummer in de winkel ligt.