Ik voelde de bui al maanden hangen. We waren verliefd, we zagen elkaar elke dag, we fietsten met tassen vol spullen door de stad alsof we studenten waren – onszelf intussen hardop afvragend hoe charmant zoiets nog is als je al lang en breed over de dertig bent. We hadden twee eigen huurhuizen – wat in Amsterdam neerkomt op een onevenredig hoge kostenpost en een flinke dosis woonschaamte; een toenemend aantal kennissen begon te informeren of zij niet een van onze woningen konden betrekken. Ik liet mijn telefoonlader bij hem liggen, hij vergat zijn messen bij mij. (‘Kun je niet het mes van je souschef gebruiken?’ vroeg ik toen hij erover belde. Aan de andere kant bleef het stil.) Eén keer klapte ik tijdens een meeting mijn laptop open om pagina’s aan te treffen vol recepten en menu’s. Dat we dezelfde MacBook Pro hadden, hielp niet.
Doortje Smithuijsen over apart slapen in een relatie
Het s-woord begon zich op te dringen – samenwonen, een praktijk waar ik me al meermaals toe had laten verleiden, maar die me steeds minder goed af leek te gaan. Niet omdat ik niet hou van de nabijheid van een geliefde, omdat ik slecht tegen rommel kan of van die rare hyperfixaties heb op het wel of niet terugdraaien van tandpastadoppen. Mijn probleem met het concept concentreerde zich rondom de slaapkamer – meer specifiek rondom de praktijk van samen slapen. Belangrijk te vermelden dat ik hier niet ‘samen slapen’ bedoel in de romantische zin van het woord – ik bedoel niet ‘samen slapen’ als in: ‘met elkaar naar bed gaan’, als in: een eufemisme voor seks. Ik bedoel samen slapen, als in: het gezamenlijk ervaren van de nodige nachtrust. Samen slapen als in: elke nacht, naast elkaar, als het even kan zonder onderbreking en liefst acht uur lang.
Ochtendmens
Er zijn mensen – mijn geliefde is er zo één – die ‘slaap lekker’ zeggen, gaan liggen, en tot de volgende ochtend onverstoorbaar onder zeil zijn. Mensen die voor ze hun ogen dichtdoen nog even door TikTok scrollen, daarna met mobiel in de hand knock-out gaan. En je hebt mensen zoals ik, die bij de achttien stappen tellende slaaproutine van Arie Boomsma denken: daarmee begin je pas. Als onverbeterlijk ochtendmens (elke dag om zeven uur wakker, al mijn hele leven, ook als ik er om vier uur in lig) heb ik de afgelopen jaren een vergaande liefde ontwikkeld voor het concept: vroeg naar bed.
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief.
Zeker in drukke periodes kan ik behoorlijk geobsedeerd raken met het idee dat ik te laat in slaap zou vallen. Ik heb etentjes verlaten omdat het ‘al’ negen uur was; ben voorstellingen uitgelopen vanwege het vooruitzicht dat de laatste scène pas na tienen aan bod kwam. Ben een radicaal lobbyist tegen schermen in de slaapkamer – een lastige als heterovrouw, gezien een opvallend groot deel van de mannen niet lijkt te kunnen slapen zonder eerst minimaal een vierde keer naar Game of Thrones te staren. Ik moet voor ik ga slapen in een boek lezen, anders kalmeren mijn gedachten niet. De afgelopen tijd heb ik dit ritueel extra gespecificeerd – ‘een boek’ is vervangen door ‘een boek dat niet te veel informatie over de realiteit bevat’. Een roman helpt me een stuk beter de remslaap in dan een non-fictietitel over pakweg Elon Musk. Toen ik zijn biografie las, lag ik de hele tijd te dromen over het afschalen van de overheid en op hol geslagen Tesla’s.