god-save-mcqueen-over-alexander-mcqueen-en-de-toekomst-van-zijn-modehuis-291899
©RICHARD YOUNG/Rex Features/ANP

Het was op een druilerige maandagmorgen, veertien jaar geleden, dat ik totaal onverwacht, maar zeer gewenst, getuige was van een klein onderdeel van een van de belangrijkste modegebeurtenissen van de jaren tien. Nauwelijks student-af was ik, nog nat achter de mode-oren en een paar dagen in Londen met een van mijn beste vriendinnen. Overdag shopten we en liepen we musea af, ’s avonds flirtten we met Britse lads in bruine kroegen in flirtten we met Britse lads in bruine kroegen in achterafstraatjes.

We sliepen in een hostel vlak bij St. Paul’s Cathedral en passeerden de barokken kathedraal op weg naar het Tate Modern, toen ik plots Sarah Jessica Parker in het oog kreeg, die pal voor ons uit een limousine stapte en op zwarte plateauzolen met riempjes koers zette richting de kerk. Ik keek en keek nog eens, en realiseerde me toen met een schok dat we getuige waren van het arriveren van de gasten van de herdenkingsdienst van Alexander McQueen, die enkele maanden eerder op veertigjarige leeftijd was overleden.

Mode-icoon Alexander McQueen

Het Tate Modern, besloten we, kon wel even wachten, waarna we een uur lang de halve gastenlijst van het New Yorkse Met Gala aan ons voorbij zagen trekken. Behalve SJP zagen we Stella McCartney in een zwarte cape en dito zonnebril. Kate Moss en Naomi Campbell, respectievelijk in zwart leer en McQueen-jasjurk met glanzende veren. We vingen een glimp op van Anna Wintour, gekleed in een jas met goud geborduurde vogels uit McQueens laatste voorjaarscollectie. Carine Roitfeld verscheen op paarssatijnen stiletto’s en erfgenaam/mode-verzamelaar Daphne Guinness struikelde onelegant over de keien op haar torenhoge McQueen-plateauzolen.

Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief.

Natuurlijk konden we niet naar binnen, maar later las ik dat Björk, gestoken in zilvergrijs McQueen-kostuum met vlindervleugels, onder de grote, gekleurde glas-in-loodramen Gloomy Sunday (bekend in Billie Holiday’s uitvoering) ten gehore bracht, waarmee ze de rouwenden tot tranen toe roerde. En dat modejournalist Suzy Menkes in haar speech, wellicht enigszins ongepast, zei dat ze het niet kon laten te denken ‘dat dit Alexanders ultieme show venue geweest zou zijn’.

Tranen met tuiten

Afgelopen september maakte modehuis Alexander McQueen bekend dat Sarah Burton – de voormalige rechterhand van McQueen en sinds 2010 creative director – na 26 jaar afscheid nam van het merk. Dit afscheid vierde ze, hoe bitterzoet ook, met een knaller van een laatste lentecollectie, opgedragen aan ‘de vrouwelijke anatomie en Lee Alexander McQueen, bij wie vrouwen in hun kracht zetten altijd bovenaan stond’. De ontwerpen waren zoals altijd een mix van innovatie en ijzersterke tailoring – op het lijf gesneden power wear met cut-outs, leren korsetten en een sculpturale bloemenrobe waarvan de wuivende felrode bladeren leken op labia minora – en werden in ontvangst genomen met een staande ovatie, een unicum in de toch ietwat afgestompte modewereld. Naomi Campbell, die goed bevriend was met wijlen McQueen, mocht de show sluiten in een zilverkleurige jurk met franje, waarbij ze een traan van haar jukbeen wegveegde.

‘Not a dry eye in the house,’ schreef de modepers achteraf met gevoel voor drama, een bewijs van hoe geliefd niet alleen de creaties van het modehuis nog altijd zijn, maar ook McQueen zelf, een van de meest rebelse, getalenteerde en sympathieke ontwerpers uit de recente mode-geschiedenis. Zeggen dat de Ier Seán McGirr, die een maand na Burtons afscheid officieel werd ingelijfd als nieuwe creative director en eerder werkzaam was voor JW Anderson, Dries Van Noten en Uniqlo, grote schoenen te vullen heeft, is dan ook een understatement. 

Kleine Lee

Alexander McQueen werd op 17 maart 1969 in Londens East End geboren als Lee Alexander McQueen, de jongste van zes kinderen en zoon van een taxichauffeur en onderwijzeres. Zijn vader zag graag dat hij loodgieter of elektricien werd, maar Lee wist al vroeg dat hij de mode in wilde.

Na een lastige schooltijd waarin hij werd gepest door zijn klasgenoten die hem ‘McQueer’ noemden vanwege zijn homoseksualiteit (McQueen sprak over zichzelf als het roze schaap van de familie), vond Lee op zestienjarige leeftijd een stageplaats aan Savile Row, de straat in Londen waar van oudsher de beste kleermakers van maatkleding gevestigd zijn. Hier hielp hij verschillende tailors met het snijden en in elkaar zetten van kleding voor de Britse high society, een klus waar hij lang niet altijd zin in had. Zo schijnt hij ooit uit verveling I am a cunt te hebben geschreven in de voering van een jasje dat bestemd was voor – destijds nog – prins Charles. Een verhaal dat hij zelf net zo vaak vertelde als ontkende.

Op zijn eenentwintigste startte hij een master aan ontwerpschool Central Saint Martins, waar zijn afstudeercollectie de aandacht trok van stylist Isabella Blow, de excentrieke aristocraat die de hele bups aankocht voor vijfduizend pond, een van zijn dierbaarste vriendinnen werd en Lee introduceerde in de modewereld. Het was Isabella die Lee overhaalde zijn tweede, plechtiger naam Alexander als werknaam te hanteren. 

Lees het volledige artikel over de persoon en het merk Alexander McQueen in het aprilnummer van Vogue Nederland, dat nu in de winkel ligt en hier online te bestellen is.