the-return-of-size-zero-zijn-we-terug-bij-af-392915
©Launchmetrics/Spotlight

De representatie van curvy modellen bereikte dit voorjaar, tijdens de herfst/winter 2026-shows, een nieuw dieptepunt. Tegen de achtergrond van groeiend conservatisme en populaire afslankmiddelen als Ozempic, schetst een recent onderzoek van Vogue Business over size inclusivity een weinig rooskleurig beeld. Redacteuren namen alle 7.817 catwalkmodellen in New York, Londen, Milaan en Parijs onder de loep, en de uitkomst is confronterend: slechts 2,1 procent van de looks werd gedragen door curvy modellen met maten van 36 tot 42. Modellen met maat 44 of hoger representeerden slechts 0,3 procent; een daling ten opzichte van het al bedenkelijk lage percentage van 0,9 tijdens het lente/zomer 2026-seizoen.

Mateninclusiviteit is in de mode-industrie al jaren onderwerp van gesprek. De bodypositivitybeweging leek zelfs invloed te hebben op grote modehuizen. De huidige cijfers maken echter pijnlijk duidelijk dat die impact minimaal was. Zijn we terug bij af? Was inclusiviteit op de runway ooit structureel, of vooral een strategische marketingmove?

Vogue vraagt de oprichters van drie toonaangevende modellenbureaus in Nederland naar hun perspectief en ervaringen. Zij zien van dichtbij hoe de markt beweegt en wat de huidige ontwikkelingen zijn. Bovendien hebben zij in de loop der jaren bijgedragen aan de carrières van enkele van de grootste gezichten in de branche, waaronder die van curvy modellen. We spreken met oprichter en CEO van Platform Agency Mo Karadag, voormalig model en oprichter van Micha Models Micha Krijger, en oprichter en mede-eigenaar van The Movement Models Robbie Baauw.

Size inclusivity op de catwalk

De terugkeer naar een extreem dun schoonheidsideaal voelt als een breuk met de ontwikkelingen van de afgelopen tijd. De industrie leek de bodypositivitybeweging volledig te omarmen. Er kwam ruimte voor een diverser spectrum aan body types, gezichten en verhalen; modellen als Ashley Graham en Crystal Renn trapten de deur open, gevolgd door een nieuwe generatie, onder wie Paloma Elsesser, Precious Lee en de Nederlandse Jill Kortleve.

Maar volgens modellenagents was die zichtbaarheid niet structureel. Krijger, Karadag en Baauw merken op dat de vraag naar curvy modellen vanuit modehuizen sterk verminderd is. “Er zijn duidelijke momenten geweest waarop er meer ruimte ontstond voor verschillende lichaamstypes, maar we zien dat die vooruitgang niet structureel is en dat die ook weer kan terugbewegen, zoals nu lijkt te gebeuren”, zegt Krijger. Baauw maakt dat concreet: “Er zijn minder aanvragen voor modellen boven een heupmaat van 89 centimeter. Ook wordt er vrij ongegeneerd gevraagd om bepaalde maten niet meer op te sturen, waar dat voorheen veel voorzichtiger werd gedaan.”

Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief.

Daardoor rijst de vraag: was size inclusivity ooit écht geïntegreerd op de runway? Baauw is resoluut: “Het is inderdaad een tijdje een trend geweest, maar toen ging het om een select groepje van vijf modellen in die klasse die überhaupt werden geboekt. Het leek erg zichtbaar, mede doordat het continu werd benoemd. Maar als je uitzoomt, zie je dat er maar weinig shows op topniveau inclusief waren.”

Dat er nu geen opvolgers zijn, onderstreept dat punt. “Het bewijst dat het altijd een marketingdingetje was, gebonden aan het succes van één uitzondering”, aldus Baauw. Een van die uitzonderingen? Jill Kortleve, die Baauw representeert. “Zij was een van de eerste curvy modellen die werd geboekt bij Fendi en Chanel – heel uniek.”

Ashley Graham, Jill Kortleve en Paloma Elsesser
©Launchmetrics/Spotlight
Van links naar rechts: curvy modellen Ashley Graham voor Nina Ricci lente/zomer 2026, Jill Kortleve voor Chanel Cruise 2026 en Paloma Elsesser voor Ferragamo herfst/winter 2026. De meest recente shows waar de modellen in meeliepen.

The return of size zero

Waarom is op de runway nu dan toch size zero weer de norm? Het heroin chic-tijdperk uit de nineties staat nog in ons geheugen gegrift – en niet op een goede manier. Dat de huidige, steeds conservatievere tijdsgeest een aandeel levert, staat buiten kijf. Maar om de vinger exact op de zere plek te leggen, is volgens Karadag niet eenvoudig.

“Deze industrie is een reflectie van zoveel culturen en gebeurtenissen. De swipe-cultuur, de wegwerpcultuur, maar ook het opkomende fascisme en Hollywoodsterren die het afgeslankte ideaalbeeld (vaak met dank aan GLP-1’s) schaamteloos promoten. Het zijn allemaal aspecten die er bewust of onbewust voor zorgen dat er blijkbaar behoefte is om dit lichaamsbeeld op de voorgrond te zetten. Maar waarom zouden we dit willen met de kennis van nu? Het is heel raar als je uit zo’n cyclus komt en het opnieuw ziet gebeuren. Het voelt nu des te surrealistisch.”

Wie bepaalt?

De vraag wie verantwoordelijk is, kent geen eenduidig antwoord. “Welke lichamen op de runway verschijnen, wordt bepaald door de merken en hun creatieve teams”, zegt Krijger. “Casting directors spelen hierin een belangrijke rol, maar zij werken wel altijd met kaders die door het modehuis worden bepaald. De eindverantwoordelijkheid ligt dus bij de merken.” Maar inclusiviteit begint niet op de runway, zegt Krijger. “Inclusiviteit zou al een grotere rol moeten spelen tijdens het ontwerpproces, om grotere maten structureel te integreren. Zo ontstaat er vanzelf meer ruimte om met verschillende lichamen te werken, wat hoog nodig is. Het argument dat kleding ontworpen is voor een specifiek lichaamstype is deels technisch, maar uiteindelijk ook een keuze, in mijn mening”, licht Krijger toe.

Baauw voegt hier aan toe dat modehuizen altijd een keuze hebben. “Niemand draagt op wat zij moeten doen, dat bepalen merken tenslotte zelf.” Volgens hem tellen politiek en trends ook mee. “Maar ook de keldering van het luxesegment. Een automatische reactie is teruggaan naar het traditionele, en dat is nu eenmaal wit, blond en dun.”

Of het castingproces voor de runway werkelijk plaatsvindt met een moodboard gevuld met graatmagere modellen, valt te betwisten, zegt Karadag. “Misschien ben ik te romantisch, maar ik geloof niet dat mensen met elkaar om tafel gaan en bedenken dat ze dit willen.”

Het probleem van sample maten

Het gebrek aan brede maatvoering op de catwalk zorgt ervoor dat de matendiversiteit ook uitblijft op andere vlakken in de industrie. Want de mode die te zien is in redactionele editorials en campagnes draait om de nieuwste runwaylooks. Traditiegetrouw lenen modehuizen die exacte items uit aan bladen. Door het terugdringen van curvy modellen op de runway bestaan er dus nauwelijks grote maten van the latest fashion. Bovendien geldt er voor de enkele looks in curvy maten geen garantie dat merken deze ook daadwerkelijk uitlenen aan magazines.

Zo blijft de zichtbaarheid van verschillende body types ook in magazines en campagnes beperkt. Het gevolg is een visuele cultuur waarin één lichaamstype domineert. Wat begint op de catwalk, eindigt dus niet daar.

De juiste terminologie

Het valt Baauw bovendien op dat niet alleen de representatie afneemt, maar ook de mate waarin en de manier waarop er over wordt gecommuniceerd. “Er was een tijd waarin er voorzichtiger en respectvoller over verschillende lichamen werd gesproken. Modellen met grotere maten konden eisen stellen over voorwaarden, zoals incorrecte termen of ongewenste manieren waarop mensen over hun lichamen spraken. Nu het momentum voorbij lijkt, wordt er niet alleen minder aandacht besteed aan curvy modellen, maar ook aan de juiste verwoording.”

Binnen de mode-industrie worden nog altijd verschillende maatcategorieën gehanteerd, zoals straight size, mid-size, curve en plus-size. Volgens Baauw zit de verschuiving niet zozeer in de terminologie zelf. Het probleem zit vooral in de aandacht voor de manier waarop over modellen en hun lichamen wordt gesproken.

De rol van modellenbureaus in size inclusivity

Hoe nemen modellenagencies zelf verantwoordelijkheid in deze situatie? Hoewel ze tot op zekere hoogte met hun rug tegen de muur staan, houden ze in ieder geval het gesprek gaande om meer bewustwording te creëren.

Karadag: “Vanuit een modellenagency heb je natuurlijk invloed met je eigen visie en waar je voor staat. Maar uiteindelijk bieden we een service die afhankelijk is van wat de markt wil. Zelf heb ik gekozen dat ik niet mee wil gaan in de huidige negatieve ontwikkelingen en geen druk wil leggen modellen die van nature niet extreem dun zijn, om aan de huidige, onrealistische lichaamseisen te voldoen die ten koste gaan van hun mentale en fysieke gezondheid. Dat zal eventueel effect hebben op de boekingen, maar ik zie er gewoon niet de meerwaarde van in. Je eigen levensvreugde en gezondheid staat altijd voorop.”

Een paradox

Opvallend genoeg draait mode tegelijkertijd steeds vaker om echtheid. In een tijd waarin AI en perfect gepolijste socialmedia-accounts dominant zijn, groeit juist de behoefte aan iets menselijks en geloofwaardigs. Dat zie je terug in de beeldtaal van modehuizen: van blurry campagnes van Saint Laurent tot spiegelselfies bij Courrèges en bewust rommelige en bovenal menselijke styling als de bevlekte manchetten bij Prada. Authenticiteit is het buzzword geworden – en toch vertalen merken dat zelden door naar size inclusivity.

En juist daarin schuilt de paradox: terwijl mode visueel inspeelt op individualiteit en echtheid, worden de lichamen op de runway steeds homogener. De catwalk laat zelden een realistisch beeld van de samenleving zien. Karadag noemt de catwalk dan ook een weerspiegeling van de paradoxale wereld waarin we leven. “Aan de ene kant is er een duidelijke vraag naar authenticiteit en individualiteit, aan de andere kant blijven we vasthouden aan een dominant schoonheidsideaal.”

Krijger stelt dat de up and coming modestad Kopenhagen bewijst dat het anders kan. “De stad is een voorbeeld van een modeweek waar inclusiviteit meer systematisch is benaderd en onderdeel is van de bredere visie.” De reputatie van de modeweek als meest inclusieve fashionweek is te danken aan de casting van verschillende lichaamstypes, zo ook in de herfst/winter 2026-shows van enkele van de grootste labels, zoals Gestuz, The Garment en OperaSport. Bovendien was een van de agendapunten van de talks van vorig jaar de authentieke representatie van curvy modellen op de runway. Een teken dat inclusiviteit hier niet alleen zichtbaar, maar ook inhoudelijk onderdeel van de modeweek is.

Curvy modellen op de runway bij Copenhagen Fashion Week
©Launchmetrics/Spotlight
Curvy modellen op de herfst/winter 2026-runway tijdens Copenhagen Fashion Week. Shows: Skovgaard, Skall Studio, Russo, Operasport, Gestuz.

Een inclusievere blik op de toekomst

Hoe nu verder? Een inclusievere toekomst vraagt om een kritische blik – van modehuizen, creatives én het (mode)publiek. We zullen het gesprek over size inclusivity moeten blijven voeren. “Ik hoop dat mensen blijven reflecteren”, stelt Karadag. “Kritiek moet blijven klinken, om meer bewustwording te creëren. De huidige koers is niet gezond, niet positief en niet nodig.”

Als mode een spiegel van de tijdgeest is, dan draait deze industrie niet alleen om de nieuwste fashion op de runway, maar ook om wie het draagt.