mode-ondernemer-naz-kawan-er-is-bij-mij-niet-echt-balans-ik-geloof-daar-niet-in-412990

Als kind stond mode-ondernemer Naz Kawan (31) zes dagen per week in de balletstudio. Ze deed modern ballet, trad op, deed mee aan wedstrijden – behoorlijk intensief, zegt ze zelf. Maar ze gedijde erbij. Bij de discipline, de herhaling, het steeds opnieuw ergens naartoe werken. “Die topsportmentaliteit werkt voor mij prettig. Op een gekke manier brengt me dat wat rust.”

Vogue spreekt mode-ondernemer Naz Kawan

Op dit moment werkt Kawan zeven dagen per week aan Tracy Innovations, het techbedrijf dat ze vier jaar geleden begon op te bouwen en dat nu in hoog tempo groeit. Amsterdam Fashion Week is wanneer Vogue haar spreekt in volle gang; zelf geeft ze er een lezing en probeert ze tussen haar werk door nog een paar programmaonderdelen mee te krijgen. Maar de meeste tijd gaat naar “Tracy”, zoals Kawan haar bedrijf zelf consequent noemt. ‘Ik ben er fulltime, zeven dagen per week, mee bezig. Maar ik ervaar het niet als zwaar, omdat ik er veel energie van krijg.’ Kawan mist er regelmatig verjaardagen door – haar werk gaat voor. “Er is bij mij niet echt balans. Ik geloof niet erg in balans.” Of ze daar nooit van baalt? “Jawel.” De mensen om haar heen ook, zegt ze. Ze heeft “een zakelijk brein” en koos al jong voor een leven waarin werk veel ruimte inneemt. Voorlopig wil ze daar weinig aan veranderen. “Ik heb gedroomd van wat ik nu aan het doen ben.”

Paspoort voor je kledingkast

Kawan is al sinds haar vroege jaren twintig ondernemer in de mode-industrie, met verduurzaming als rode draad. In 2019 bouwde ze een sociale kledingfabriek op, waar kleermakers met een vluchtelingenachtergrond werk vonden. Ze produceerden voor merken als Tommy Hilfiger, Patta en Botter. Met het bedrijf won ze begin 2020 de Tommy Hilfiger Fashion Frontier Challenge, waaraan 75.000 euro prijzengeld verbonden was. Later lanceerde ze het modelabel The 2050, dat ze bewust kleinschalig hield en gebruikte om onder meer te experimenteren met het digitale productpaspoort. The 2050 krijgt momenteel een nieuw team. Kawan zelf richt haar aandacht inmiddels vrijwel volledig op Tracy. Met dat bedrijf heeft ze zich vastgebeten in wat de komende jaren een grote verandering voor de mode-industrie moet worden: het digitale productpaspoort.

De EU voert de komende jaren stapsgewijs dat paspoort in, waarmee veel meer informatie over producten digitaal beschikbaar moet worden. Simpel gezegd krijgt elk kledingstuk straks een digitaal identiteitsbewijs. Scan de QR-code op het label van een jas en je kunt zien waar en waarvan die is gemaakt, welke weg hij heeft afgelegd en hoe je hem het beste kunt repareren of recyclen. Informatie die nu vaak diep in de productieketen verstopt zit, wordt zo aan elk kledingstuk gekoppeld en toegankelijk voor de consument. Tracy Innovations bouwt het platform waarmee modemerken die informatie kunnen verzamelen en omzetten in zo’n digitaal paspoort.

De gevolgen kunnen volgens Kawan groot zijn, vooral voor fastfashionbedrijven die vaak nauwelijks zicht hebben op hun volledige productieketen. “Het is niet een kwestie van: gaan we dit doen? Wie toegang wil tot de Europese markt, zal aan de nieuwe regels moeten voldoen. Zoals het ernaar uitziet, gaan we in 2030 bijna geen kleding meer vinden zonder die paspoorten, die vanaf 2027 stapsgewijs worden ingevoerd.” Tracy werkt intussen ook aan een toepassing waarmee consumenten hun kledingstukken in een digitale garderobe kunnen verzamelen. Kawan verwacht dat zulke digital wardrobes in de toekomst steeds belangrijker worden, bijvoorbeeld doordat AI-agents op basis van productinformatie kunnen adviseren over aankopen. “Het is een big deal.”

Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief.

In het atelier van Naz Kawan
©Romi Terlouw

Uitgesproken activist

Toen ze net begon met ondernemen, was Kawan uitgesproken activistisch. Als tiener zocht ze zelf al informatie op over de omstandigheden in de textielindustrie. “Mode was mijn passie, en iets moois. En toen dacht ik: oh, er zit eigenlijk een heel lelijke kant aan mode. Dat moet anders.” Later deelde ze op social media artikelen over ongelijkheid en misstanden die ze tegenkwam. Niet iedereen zat daarop te wachten. “Ik kreeg er opmerkingen over,” zegt ze. Bijvoorbeeld dat ze zich “te druk maakte over zaken die zich op andere plekken in de wereld afspeelden”. Dat zulke dingen haar frustreren, ziet Kawan niet per se als iets negatiefs. “Ik geloof dat frustraties goed zijn. Als je voelt: hier ben ik zo gefrustreerd over, dan geeft dat een bepaalde energie die je kunt omzetten naar een kracht.” Naar actie, dus? “Zeker.”

Geduld is niet Kawans sterkste kant. Ze noemt zichzelf “extreem ongeduldig”. Als ze iets nieuws voor Tracy bedenkt, wil ze het liefst dat het dezelfde of de volgende dag al wordt gebouwd. In de loop der jaren is ze wel minder idealistisch geworden, zegt ze. Waar ze op haar 23ste nog erg kritisch was op de merken waarmee ze wel en niet wilde werken, gelooft ze inmiddels juist sterker in samenwerking. “Tuurlijk kan niet elk merk morgen de deuren sluiten en alles helemaal anders doen. Het is gewoon ook een weeffout in de industrie.”

Kawan koopt zelf al een aantal jaar bijna geen nieuwe kleding meer, “of in elk geval zo minimaal mogelijk”. Vintage vindt ze leuk, maar tijdrovend. Hoe meer ze over de achterkant van de industrie leerde, hoe lastiger ze het vond om gedachteloos te blijven kopen. “Ik ben een moeilijke consument.” Inmiddels let ze vooral op vakmanschap en transparantie, op hoe en waar iets gemaakt is. Vroeger was dat anders: toen had ze “een enorme koopdrang”. Maar ja, zegt ze, welk jong meisje dat van fashion houdt niet?