julie-kegels-wint-de-lvmh-prize-een-profiel-van-de-belgische-designer-to-watch-400221

Julie Kegels (27) heeft de LVMH Prize for Young Fashion Designers gewonnen, de belangrijkste internationale prijs voor jonge ontwerpers. Niet alleen vanwege het forse prijzengeld van 400.000 euro, maar vooral door de toegang tot een netwerk van invloedrijke namen binnen het modeconglomeraat LVMH.

Julie Kegels wint de LVMH Prize

Kegels krijgt als winnaar een jaar lang advies en begeleiding op uiteenlopende gebieden, waaronder duurzaamheid, communicatie, marketing, productie en financieel management. Dit jaar bestond de jury onder meer uit Jonathan Anderson, Nicolas Ghesquière, Phoebe Philo, Sarah Burton en Marc Jacobs. De prestigieuze prijs werd vrijdag uitgereikt tijdens een ceremonie in de Fondation Louis Vuitton in Parijs. Dior-ambassadeur Jennifer Lawrence maakte de winnaar bekend.

De keuze voor de Belgische Julie Kegels is veelzeggend in een tijd waarin veel belangrijke posities binnen de modewereld worden ingevuld door Belgische ontwerpers. Raf Simons is co-creative director van Prada naast Miuccia Prada, Anthony Vaccarello leidt Saint Laurent, de half Belgische, half Franse Matthieu Blazy staat aan het roer van Chanel, Pieter Mulier maakte recent de overstap van Alaïa naar Versace en Glenn Martens staat aan het hoofd van Maison Margiela. En als ze niet van Belgische komaf zijn, hebben ze er vaak wel gestudeerd, zoals Demna Gvasalia van Gucci. Het recentste veelbelovende talent dat de modeafdeling van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen heeft voortgebracht, is dus Julie Kegels.

Designer to watch

In amper twee jaar tijd veroverde Kegels een vaste plek op de Parijse showkalender. Vogue’s Stephanie Broek sprak de Antwerpse designer voor het juli/augustus 2026-nummer van Vogue Nederland. De ontwerper had toen net gehoord dat ze tot de negen finalisten behoorde van de prijs. “Ik was euforisch toen ik het hoorde”, vertelt Kegels in haar atelier in Antwerpen. “De organisatie belde op vrijdagavond rond 07.00 uur, aan het eind van een hectische dag. Een heel mooi einde van een intense week.”

Vogue’s Stephanie ging met Julie Kegels in gesprek over haar collecties, over de vrouw voor wie Kegels ontwerpt en over de toekomst.

Julie Kegels
©Tom Delaisse
1/3
Native Share

After work

Julie Kegels zit nooit stil. Begin juni nam ze deel aan Antwerp Fashion Festival met tentoonstelling After Work. “Twee keer per jaar showen we in Parijs en we vonden het niet logisch om dan nog een show in Antwerpen te doen. Vandaar dat we iets wilden doen wat niets met kleding te maken heeft. Zo kwamen we op het idee voor een expositie. We hebben mensen uit ons netwerk met wie we veel samenwerken gevraagd een object te creëren dat past binnen de wereld van de vrouw voor wie we ontwerpen.”

In galerie Cour van bevriend curator Milan Henderickx, een verlaten appartement met uitzicht op de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal dat hij omtoverde tot galerie en woonruimte ineen, werd de wereld van de Julie Kegels-vrouw nagebootst. Bezoekers konden als het ware binnenstappen in haar woonkamer, als een levende installatie met subtiele sporen van het dagelijks leven: een wijnglas op een bureau, stapels kleding, rondslingerende notities.

Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief

Dress up, dress down

De vrouw voor wie Kegels ontwerpt beweegt zich moeiteloos tussen verschillende rollen: doordeweeks een zakenvrouw, in het weekend een party girl, maar ze kan tegelijkertijd een zorgzame moeder zijn. Precies die gelaagdheid probeert ze te vangen in haar collecties. Zoals zichtbaar in haar lente/zomer 2026-collectie, die werd geshowd onder de iconische metrobrug Bir-Hakeim, in het 16e arrondissement in Parijs.

Met onder meer een overhemd dat langs de mouwen open te ritsen is en een roze slipdress onthult, en doorschijnende rokken en jurken waarin in de zoom glitters (biologisch afbreekbaar, overigens) zijn verwerkt die meebewegen met de modellen – voor het type vrouw dat na een werkdag haar vrienden ontmoet voor een drankje en spontaan op een afterparty belandt. Sommige modellen droegen oversized garment bags, de outfit voor de volgende gelegenheid al bij zich, en juwelenstickers rond de hals, die indien nodig kunnen worden opgeplakt om een look te transformeren van dag naar nacht.

Julie Kegels lente/zomer 2026
©Courtesy of Julie Kegels
2/3
Native Share

Commercieel slim

Momenteel werkt Kegels aan haar eerste pre-collectie, die binnenkort in Londen wordt gepresenteerd. Een collectie met bestaande ontwerpen uit voorgaande collecties, maar in andere materialen en kleuren. “Het zijn eigenlijk onze archetypes: de items waar de meeste vraag naar was, of waar onze klanten het meest van houden. In de shows willen we met elke collectie een nieuw verhaal vertellen, maar dat betekent ook dat de stukken veranderen. En dan komen klanten later terug en zeggen: kan ik dit nog eens kopen? Maar dan is het al uitverkocht, en dat is jammer. Dus nu brengen we die stukken terug in andere kleuren en vormen, zoals de Salvadore-rokken, ons denim suit, kussentops en glitterschoenen die snel uitverkocht raakten. Het leek een goed idee om ze terug te brengen, omdat mensen soms tijd nodig hebben om ontwerpen echt te leren kennen en waarderen.”

Uniek voor een beginnende ontwerper is dat niet alleen de kritieken positief zijn, maar haar collecties ook daadwerkelijk goed verkopen. “Het is nu twee seizoenen dat we goed verkopen via onze eigen e-commerce en het gaat stap voor stap beter. Maar het is niet zo dat we veel voorraad kunnen inkopen, omdat je dat als label moet voorfinancieren en dat is moeilijk. Toch is het heel positief en we hopen dat het zal blijven groeien.”

Jong geleerd

Van het leven dat ze nu leidt met haar eigen label droomde Kegels al in haar kindertijd. Ze herinnert zich nog het eerste kledingstuk dat ze zelf maakte. “Mijn ouders hadden een naaimachine in huis voor eenvoudig verstelwerk. Die gebruikte ik om met een simpel stuk stof een rok in elkaar te zetten en een tunnel te naaien om daar een riem doorheen te rijgen. Ik weet nog hoe gelukkig ik ervan werd, mijn hart sloeg over. Mijn ouders zagen hoe blij ik met de rok was en gaven me boeken over Coco Chanel, Paul Poiret en Madame Grès. Ik kon daar eindeloos in lezen.”

Toen haar ouders merkten dat haar interesse voor mode groeide, gaven ze haar ook een boek over de Antwerpse Zes. “In eerste instantie was dat een schok. Tot dan toe kende ik alleen de klassiekers en vakmanschap. En toen opende ik dat boek en het voelde heel rebels, bijna als iets wat tegen alles inging dat ik daarvoor had gezien. Als kind vond ik dat moeilijk te plaatsen. Ik denk dat ik tijd nodig had om het te begrijpen en ook om het mooi te leren vinden. Eerst dacht ik: wat is dit, waarom geven mijn ouders me dit? Maar ik was nog maar negen, dus heel jong.”

“In de jaren daarna bleef ik ernaar kijken en begon ik te begrijpen hoe interessant het was dat kleding ook een verhaal kon dragen. Waar eerdere boeken vooral gingen over schoonheid en craft, liet dit boek me zien dat er achter één collectie een heel concept en idee kan zitten.” Later kreeg ze ook een boek over Martin Margiela. “Die boeken hebben me enorm gevormd. Ik ben ze echt gaan bestuderen. Ik ben mijn ouders heel dankbaar dat ze me daarin hebben aangemoedigd.”

Een puzzel

Kegels was achttien toen ze werd toegelaten tot de modeafdeling van de Antwerpse kunstacademie. Opmerkelijk jong, zeker voor een prestigieuze opleiding die tot de beste ter wereld behoort en daardoor veel internationale studenten aantrekt. Vaak krijgen jonge kandidaten die net van de middelbare school komen het advies eerst levenservaring op te doen en later terug te keren. “Het toelatingsexamen bestaat uit drie onderdelen. Eerst presenteer je je portfolio met schetsen. Daarna volgt een live drawing exam: je tekent objecten die voor je staan, maar ook stof die op een paspop is gedrapeerd. Tot slot is er een gesprek met vier docenten. Ik barstte in tranen uit toen ik hoorde dat ik was toegelaten.”

Het eerste semester bleek loodzwaar. “Veel klasgenoten hadden al een modeopleiding gedaan, voor mij was alles nieuw. Achteraf was dat juist goed, omdat de docenten je echt kunnen kneden. Je bent een blanco vel. In de eerste maanden kreeg ik op bijna al mijn ideeën nee te horen. Niets was goed. Het waren vier maanden van pure chaos. En toch voel je op een gegeven moment dat je ergens doorheen breekt. Alsof alles even op zijn plek valt, zonder dat je er precies je vinger op kunt leggen waarom. Het voelt tegelijkertijd comfortabel en onwennig. Er zijn veel ontwerpers die vanuit gevoel werken, maar ik ontdekte dat ik eerst moet nadenken. Ik werk vanuit een concept, zoek naar contrasten, alsof ik een puzzel leg en van daaruit begin te ontwerpen.”

Julie Kegels lente/zomer 2026
©Luca Tombolini
3/3
Native Share

Bekende leermeesters

Het bleek een keerpunt en vanaf dat moment heeft Kegels vooral goede herinneringen aan de academie. Ze kreeg les van Walter Van Beirendonck en Dirk Van Saene, twee leden van de Antwerpse Zes over wie ze als kind al las. “Dat was heel bijzonder, maar ook intimiderend. Ik bloosde steevast als ik in hun buurt kwam. Gisteren kwam ik Walter en Dirk tegen op een event. Het was warm in de ruimte, dus ik werd weer rood. Toen ik ze zag, maakten ze er een grap over. En ik dacht: ja, sinds mijn laatste beoordeling is dat nooit meer weggegaan. Maar het kwam deze keer gewoon door de hitte. Van beiden heb ik ontzettend veel geleerd. Van Walter vooral het belang van individualiteit: dat je je eigen stem moet vinden, in jezelf moet geloven en sterk moet zijn. Dirk wist juist de meer feminiene kant in mij aan te spreken. Ze zijn heel verschillend, maar hebben elk op hun eigen manier twee kanten van mijn werk helpen ontwikkelen.”

Na het behalen van haar diploma ging Kegels een tijd freelancen en liep ze stage bij de Belgische ontwerper Meryll Rogge, inmiddels creative director van Marni. “Het was kort, maar geweldig. De eerste keer dat ik kon meekijken binnen een modebedrijf. Op de academie draait alles om creatie, maar je ziet nooit hoe de industrie werkt of wat er allemaal nodig is om een collectie daadwerkelijk te produceren. Het gaf me een eerste inzicht in hoe het is om een label te runnen.” Daarna vertrok ze naar Parijs voor een stage bij Alaïa, waar ze werkte in het ontwerpteam onder Pieter Mulier. “Ik werkte mee aan de showcollecties in het atelier en mocht overal bij meekijken en helpen, van de eerste schetsen tot aan de fittings en de press room. Zo werkte ik mee aan de show die Pieter in zijn eigen huis in Antwerpen presenteerde. Heel inspirerend.”

Droom komt uit

Terug in Antwerpen, in 2023, begon ze de voorbereidingen voor haar eigen label. “Net als naar de academie gaan was dat altijd mijn grote droom. Ik voelde dat ik eerst van dichtbij moest zien hoe alle facetten van een modehuis werken. Daarom heb ik bewust stages gedaan. Daarnaast verdiepte ik me in wat er komt kijken bij het opzetten van een eigen bedrijf en sprak ik met mensen die me daarbij konden helpen.”

Een jaar later presenteerde ze haar eerste collectie in Parijs, off schedule, een dag voordat de modeweek officieel begon. Ze trok direct de aandacht van de Fédération de la Haute Couture et de la Mode en een seizoen later stond ze op het officiële schema met een presentatie. Inmiddels werkt ze aan haar vijfde show. “Het voelt soms alsof ik fulltime aan mijn hobby werk, maar natuurlijk is het niet alleen maar leuk. Het gaat niet alleen om een collectie maken, een show neerzetten en verkopen. Ik wil iets solides bouwen, echt een gemeenschap creëren. Daar gaat al mijn tijd in zitten. Momenteel heb ik even een sociaal leven en geniet ik van de zon en van met vrienden op een terras zitten. Veel van hen ken ik al mijn hele leven en ze doen iets totaal anders, met hen praat ik nooit over mode. Dat is behoorlijk verfrissend. Maar ze weten inmiddels ook: drie maanden voor een show ben ik weer onbereikbaar. ‘Oké, we zien je in oktober wel weer’, zeggen ze dan.”

De toekomst

Van recente winnaars van de LVMH Prize, zoals Duran Lantink, die twee jaar geleden de Karl Lagerfeld Prize ontving, is bekend dat deelname vaak leidt tot verkennende gesprekken met het luxe modeconglomeraat en andere huizen. Voor Lantink mondde dat uit in een aanbod om creative director te worden bij Jean Paul Gaultier. Kegels kijkt daar met een zekere afstand naar. Haar ambities liggen dichter bij huis. “Ik wil vooral een gezond bedrijf opbouwen, meer stabiliteit creëren, iets wat kan blijven bestaan. En ik wil de mensen met wie ik werk kunnen geven wat ze verdienen, want zij zijn uiteindelijk degenen die het merk maken tot wat het is.”

Een positie bij een groot modehuis schuift ze voor zich uit. “Misschien later, maar nu nog niet. Eerst wil ik mijn label de tijd geven om te groeien.” Ze pauzeert even. “Het voelt nog als iets kwetsbaars, iets wat aandacht nodig heeft, als een kind dat we moeten voeden en dat nog moet leren lopen. Daarbij moet je natuurlijk ook de kans krijgen om een ander label te runnen. Ik zie mij daar nog niet toe in staat. Over tien, twaalf jaar misschien.”