De gay best friend is een terugkerend fenomeen, in het dagelijks leven en in de popcultuur. Denk aan Stanford Blatch in Sex and the City, en Yari in Gooische Vrouwen. De homoseksuele man als de perfecte aanvulling op het leven van de heterovrouw. Altijd stijlvol, altijd grappig en altijd beschikbaar. Een soort menselijk accessoire, en zelden de hoofdpersoon. In het kader van WorldPride zet het fenomeen me opnieuw aan het denken: waarom tolereren we het om homo’s te reduceren tot één onderdeel van hun identiteit? Tot de flamboyante vriend, een leuke gimmick of de verplichte dosis diversiteit binnen de vriendengroep.
De gay best friend
Jaren geleden stelde een inmiddels oud-vriendin me voor als haar gay best friend. Dat vond ik zo denigrerend. Het deed te kort aan mij, en de vriendschap die ik dacht te hebben.
Mijn geaardheid is het minst interessante aspect aan mij als persoon. Waarom zou je me dan wel zo voorstellen? Je kent me toch beter dan dat? Wil je dan echt alleen interessant overkomen? Omdat je een flamboyante nicht aan de haak hebt geslagen als vriend? Dat je als heterovrouw eindelijk je sidekick hebt gevonden? Een beetje zoals de Stanford Blatch to your Carrie Bradshaw, of de Yari to your Cheryl? We zijn verdomme geen Pokémons die je kunt verzamelen.
Het is dan ook niet voor niets een oud-viendin, zal ik maar zeggen.
Tokenisme in een vriendengroep
Het fenomeen duidt op tokenisme: het op een oppervlakkige manier betrekken van iemand uit een minderheidsgroep, vooral om de schijn van diversiteit of inclusie te wekken. De persoon wordt niet in de eerste plaats gewaardeerd om wie hij/zij/hen is, maar om wat deze persoon vertegenwoordigt.
Dat roept de vraag op: waar is de vriendschap eigenlijk op gebaseerd? Op een persoonlijke klik, gedeelde interesses en wederkerigheid? Of is het vooral leuk om wat kleur aan de vriendengroep toe te voegen, in dit geval wat queer? Want kijk ons nou eens lekker open-minded zijn.
Deze schijndiversiteit, met onoprechte intenties, kan vervelende gevolgen hebben, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Rochester. De minderheidsgroep in kwestie loopt het risico op wat deze onderzoekers rolinkapseling noemen: één aspect van iemands identiteit wordt zo dominant, dat de rest van de persoon naar de achtergrond verdwijnt. Uit datzelfde onderzoek blijkt dat tokenisme bovendien kan leiden tot prestatiedruk en assimilatie: de neiging om je als minderheid aan te passen aan de cultuur en gewoonte van de dominante meerderheid, waardoor je steeds minder ruimte voelt om volledig jezelf te zijn.