Helaas is het voor een homoseksueel persoon in de huidige maatschappij nog altijd niet ongebruikelijk om bespuugd te worden, een minachtende blik te krijgen of nageroepen te worden. Alsof deze haat, afkomstig van buiten de community, nog niet schadelijk genoeg is, bestaat er ook een minder zichtbaar probleem: gays vallen óók nog eens elkaar aan. In het licht van WorldPride wordt het hoog tijd om stil te staan bij dit probleem, en het belang van solidariteit binnen de gay community te benadrukken. Want juist binnen een gemeenschap die diversiteit viert, is onderlinge verbondenheid cruciaal. Ik heb te veel pijn om mij heen gezien en zelf ervaren om deze onderlinge afkeuring die zich uit in een problematische gay pikorde stilzwijgend voorbij te laten gaan.
Problematische gay pikorde
Ben je onder de 1.80? Minpunten. Teruggetrokken haarlijn? Af. Geen interessante of goedbetaalde baan? Gadverdamme. Hang je niet dagelijks aan de gewichten? Stumpert. Gedraag je je te feminiene? Geen match. En het kan nog een graadje erger, want ook vanwege je huidskleur, lichaamsbeharing, geloofsovertuiging of seksuele voorkeur kun je lager in de ranking worden geplaatst, of zelfs worden buitengesloten door andere homo’s.
LEES OOK
‘Echte mannen kijken gay-tv’
Binnen de gay community lijkt nog altijd een hardnekkig ideaalbeeld te domineren: een witte cis man, lang, gespierd, succesvol, sociaal en niet te vergeten, bloedknap en ‘straight acting’, ook wel masculien of ‘passing’ genoemd (door de buitenwereld voor hetero aangezien worden, red.). Op datingapps zoals Grindr spot ik zelfs profielen met teksten als ‘No fem, no fat, no Asian’. En dat gaat natuurlijk veel verder dan onschuldige voorkeuren. Het geeft op een heel pijnlijke en zelfs racistische wijze aan wie wel én wie niet als ‘gewenst’ wordt beschouwd.
Waar komt deze problematische gay pikorde toch vandaan?
De community is geen veilige schuilplek
Om daarachter te komen, spreek ik met psycholoog Sander Kammenga, die nu vijf jaar werkzaam is als coach voor homoseksuele mannen. Hij vertelt me dat hij in de praktijk merkt dat veel homoseksuelen bewijsdrang ervaren, onder meer lichamelijk, omdat hier voor velen een grote onzekerheid ligt. “Maar onzekerheid over je lichaam gaat zelden alleen over je lichaam. Daarachter schuilt vaak de vraag: ben ik goed genoeg zoals ik ben? En hoor ik er wel bij?”
Kammenga hoort vaak dat cliënten weer het gevoel hebben op het schoolplein te staan. Alleen is het schoolplein nu een Pride, een rave of een datingapp, waar je opnieuw probeert uit te vinden bij welk groepje je hoort. Juist omdat veel gay mannen zich vroeger anders of buitengesloten hebben gevoeld, zou de community een plek moeten zijn waar je kunt landen. Een veilige schuilplek. Al helemaal door de huidige staat van de wereld en de verslechterende LGBTQ+-acceptatie. Maar niets is minder waar.
“Iedere homo weet hoe is het is om buiten de norm te vallen. Voor velen is dat dan ook een open wond”, zegt Kammenga. Hun verleden maakt het extra pijnlijk om opnieuw body shaming, racisme of uitsluiting te ervaren. In de gay community hebben we allemaal één bindende factor: dat we op hetzelfde geslacht vallen. Maar deze binding blijkt simpelweg niet altijd genoeg voor saamhorigheid.