gay-versus-gay-homos-sluiten-ook-elkaar-buiten-weg-met-die-achterlijke-pikorde-401531
©Hans van Brakel, Vogue Man, juli/augustus 2026

Helaas is het voor een homoseksueel persoon in de huidige maatschappij nog altijd niet ongebruikelijk om bespuugd te worden, een minachtende blik te krijgen of nageroepen te worden. Alsof deze haat, afkomstig van buiten de community, nog niet schadelijk genoeg is, bestaat er ook een minder zichtbaar probleem: gays vallen óók nog eens elkaar aan. In het licht van WorldPride wordt het hoog tijd om stil te staan bij dit probleem, en het belang van solidariteit binnen de gay community te benadrukken. Want juist binnen een gemeenschap die diversiteit viert, is onderlinge verbondenheid cruciaal. Ik heb te veel pijn om mij heen gezien en zelf ervaren om deze onderlinge afkeuring die zich uit in een problematische gay pikorde stilzwijgend voorbij te laten gaan.

Problematische gay pikorde 

Ben je onder de 1.80? Minpunten. Teruggetrokken haarlijn? Af. Geen interessante of goedbetaalde baan? Gadverdamme. Hang je niet dagelijks aan de gewichten? Stumpert. Gedraag je je te feminiene? Geen match. En het kan nog een graadje erger, want ook vanwege je huidskleur, lichaamsbeharing, geloofsovertuiging of seksuele voorkeur kun je lager in de ranking worden geplaatst, of zelfs worden buitengesloten door andere homo’s.

Binnen de gay community lijkt nog altijd een hardnekkig ideaalbeeld te domineren: een witte cis man, lang, gespierd, succesvol, sociaal en niet te vergeten, bloedknap en ‘straight acting’, ook wel masculien of ‘passing’ genoemd (door de buitenwereld voor hetero aangezien worden, red.). Op datingapps zoals Grindr spot ik zelfs profielen met teksten als ‘No fem, no fat, no Asian’. En dat gaat natuurlijk veel verder dan onschuldige voorkeuren. Het geeft op een heel pijnlijke en zelfs racistische wijze aan wie wel én wie niet als ‘gewenst’ wordt beschouwd.

Waar komt deze problematische gay pikorde toch vandaan?

De community is geen veilige schuilplek

Om daarachter te komen, spreek ik met psycholoog Sander Kammenga, die nu vijf jaar werkzaam is als coach voor homoseksuele mannen. Hij vertelt me dat hij in de praktijk merkt dat veel homoseksuelen bewijsdrang ervaren, onder meer lichamelijk, omdat hier voor velen een grote onzekerheid ligt. “Maar onzekerheid over je lichaam gaat zelden alleen over je lichaam. Daarachter schuilt vaak de vraag: ben ik goed genoeg zoals ik ben? En hoor ik er wel bij?”

Kammenga hoort vaak dat cliënten weer het gevoel hebben op het schoolplein te staan. Alleen is het schoolplein nu een Pride, een rave of een datingapp, waar je opnieuw probeert uit te vinden bij welk groepje je hoort. Juist omdat veel gay mannen zich vroeger anders of buitengesloten hebben gevoeld, zou de community een plek moeten zijn waar je kunt landen. Een veilige schuilplek. Al helemaal door de huidige staat van de wereld en de verslechterende LGBTQ+-acceptatie. Maar niets is minder waar.

“Iedere homo weet hoe is het is om buiten de norm te vallen. Voor velen is dat dan ook een open wond”, zegt Kammenga. Hun verleden maakt het extra pijnlijk om opnieuw body shaming, racisme of uitsluiting te ervaren. In de gay community hebben we allemaal één bindende factor: dat we op hetzelfde geslacht vallen. Maar deze binding blijkt simpelweg niet altijd genoeg voor saamhorigheid.

Compare and despair

Yale-professor John Pachankis deed in 2020 onderzoek naar seks, status, competitie, uitsluiting en ‘minderheidsstress’ binnen de gay community. Het onderzoek werd ingesteld omdat, zelfs in landen waar de acceptatie van de LGBTQ+-gemeenschap is toegenomen, homoseksuele en biseksuele mannen nog altijd aanzienlijk vaker kampen met depressie, angststoornissen en andere mentale gezondheidsproblemen dan heteroseksuele mannen. Daarom besloot Pachankis op zoek te gaan naar andere mogelijke oorzaken, in dit geval binnen de community zelf. Het vijf jaar durende onderzoek bestaat onder meer uit diepte-interviews, vragenlijsten en een reeks experimenten.

Het onderzoek bevestigt dat homoseksuele mannen hard voor elkaar kunnen zijn. De mate waarin homo- en biseksuele mannen met status, seks en competitie bezig zijn, heeft invloed op hun mentale gezondheid, stelt Pachankis, in het bijzonder bij degenen die ‘laag’ ranken op de gay statusladder. Pachankis’ onderzoek stelt dat factoren zoals lichaamsbouw, inkomen en afkomst belangrijke oorzaken zijn van onzekerheid en angst. Het zijn factoren van ‘compare and despair’: onzekerheid die ontstaat door jezelf voortdurend met anderen te vergelijken. Instagram en datingapps versterken dat gevoel volgens de onderzoeker, omdat deze apps continu benadrukken waar je je in de gay pikorde bevindt.

Ze werken eigenlijk een soort checklist in de hand, waar gays hun potentiële partner op filteren: biceps, lengte, huidskleur, groot geschapen, etc. En die houden gays zichzelf vervolgens allemaal voor; waar ranken we onszelf? Deze voortdurende vergelijking met anderen en zelfevaluatie zorgt voor een sterke drang om ons te onderscheiden van ‘concurrentie’ en zo aantrekkelijk mogelijk te zijn voor partners met een hogere sociale of seksuele status, aldus Pachankis.

Weg met de gay pikorde

Dat moet beter, is mijn conclusie. “Misschien zijn we ons te veel op de verschillen gaan focussen”, zegt Kammenga, “en zijn we de verbindende factor wat uit het oog verloren. Laten we elkaar en onze diversiteit dan ook vieren.” En daar ben ik het helemaal mee eens. Laat deze realiteit je dan ook niet ontmoedigen, maar motiveren om verschillen te vieren en acceptatie in de breedste zin van het woord aan te moedigen. Twijfel niet aan jezelf, en niet aan een ander. Laat de ander in zijn, haar of hen waarden. Laten we een front vormen, en een goed voorbeeld geven aan de rest van de maatschappij.

“Zie het zo”, stelt Kammenga tot slot. “Misschien ben je voor Feyenoord, misschien voor Ajax. Maar als Nederland in het WK speelt, zijn we allemaal voor Oranje, toch?”

Vier elkaar, vier Pride.