Een jaar geleden schreven we al over de verschuiving van quiet luxury naar loud luxury. Dit najaar kunnen we met zekerheid stellen dat het tijdperk van het minimalisme voorbij is. Zelfs van oudsher ultraminimalistische ontwerpers als Phoebe Philo, Louise Trotter bij Bottega Veneta en Cate Holstein van Khaite omarmen inmiddels een vorm van gedoseerd maximalisme.
Gedoseerd maximalisme
Dat wil zeggen: het kleurenpalet blijft grotendeels neutraal, met hier en daar een felrood overhemd of een roze accent. Tegelijkertijd worden de collecties steeds groter, met rijke texturen, forse schouders en enorme jassen waarin zelfs de langste modellen lijken te verdwijnen.
Doordat vaak wordt gekozen voor één statementoorbel, -armband of -zonnebril, in plaats van een overdaad aan accessoires, oogt het geheel nog altijd beheerst. Maar vergis je niet: de silhouetten zijn maximaal en de texturen allesbehalve stil. Kijk alleen al naar de jassen waarmee Bottega Veneta de herfst/winter 2026-show afsloot. In kobaltblauw en suikerspinroze, volledig vervaardigd uit gerecyclede glasvezelfranjes, die bij elke stap van de modellen meebewogen en fonkelden.

Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief
De eenzame uitzondering
De eenzame uitzondering was The Row, het merk dat een van de meest ingetogen collecties van het seizoen presenteerde, afgezien van een zwembadblauwe jurk met wit dessin. Al prediken oprichters Mary-Kate en Ashley Olsen in hun eigen garderobe niet bepaald wat ze bij het merk verkondigen. Hun persoonlijke stijl is immers aanzienlijk kleurrijker en uitbundiger, met sjaals, oversized zonnebrillen en beduidend meer sieraden dan het enkele parelsnoer dat onder een doorschijnende beige coltrui in de show was verstopt.
