Hij hield zijn muts op. Op de een of andere manier is dat het detail waar ik steeds op focus, als ik terugdenk aan het verhaal van een vriendin die een paar maanden geleden verlaten werd door haar vriend. Eerder die dag was alles nog goed geweest: ze gingen koffiedrinken in de stad, daarna een gezamenlijke bank uitzoeken voor hun gezamenlijke woning. Eenmaal thuis ging hij nog even de deur uit terwijl zij alvast begon met koken. Even later kwam hij thuis met de mededeling dat hun relatie voorbij was. Hij vertelde het staand, in de hal – met die muts nog op, dus. Vijf minuten later was hij weg. Toen ze hem een paar dagen later vroeg hoe hij erbij kwam hun relatie na vier jaar zo plotseling en rigoureus te beëindigen, zei hij alleen maar: bindingsangst.
Bindingsangst
In een parallel universum boekte de geliefde van een andere vriendin recent een open ticket naar Bali de dag nadat zij over kinderen was begonnen. Ze begreep er niks van, vertelde ze me in de kroeg – haar vriend zat inmiddels in Ubud. Ze waren al meer dan vijf jaar samen, hadden altijd het idee ooit een gezin te beginnen. Maar toen zij concrete stappen richting dat plan wilde zetten, ging hij opeens in standje wereldreis. Mijn vriendin verzuchtte: “Bindingsangst, I guess.”
Ik kan doorgaan. Over de vriend van een vriendin die zich, toen zij halverwege een fertiliteitstraject was, ineens hardop begon af te vragen of ze eigenlijk wel zo goed bij elkaar pasten. Over de man van een andere vriendin, die toen zij vijf maanden zwanger was ineens ging twijfelen over de vraag of hij überhaupt vader wilde worden – en zo ja, of hij dat wel wilde met haar.
Heus niet alleen mannen
Onder al deze capriolen steeds dezelfde mantra: bindingsangst, bindingsangst. Natuurlijk is mijn blik gekleurd – het zijn heus niet alleen de mannen die moeite hebben met serieuze stappen binnen een relatie, er zullen vast ook veel vrouwen zijn met dit soort gevoelens en gedrag. Maar relatietherapeut Anne de Jong ziet hem ook: de ogenschijnlijk plotselinge, collectieve aanval van bindingsangst onder mannen halverwege de dertig. Volgens haar is die ook goed te verklaren. “Daar speelt de biologische klok duidelijk een rol”, zegt ze. Of in het geval van mannen: de afwezigheid daarvan.
Natuurlijk, in Nederland is wat betreft fertiliteitszorg veel mogelijk, maar een vrouw die droomt van een gezin doet er wat vruchtbaarheid betreft toch goed aan daar niet later dan tussen haar dertigste en veertigste aan te beginnen. Mannen – met of zonder kinderwens – zijn niet gebonden aan zo’n tijdsbestek. Vandaar, denkt De Jong, dat zij zich overvallen kunnen voelen door een partner die voor hun gevoel ‘ineens’ een gezin wil.
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief
‘Groener-grasgevoelens’
Ze begrijpt best dat mannen bang worden zodra hun vriendin begint over het stichten van een gezin. “Je staat op het punt grote beslissingen te maken en je leven definitief met iemand te delen, of je nou als partners bij elkaar blijft of niet.” Tegelijkertijd kan De Jong de term ‘bindingsangst’ – in haar spreekkamer vaak gebezigd door mannen die tegen dit soort stress aanlopen – eigenlijk niet meer horen. “Nee, denk ik dan, je hebt geen bindingsangst, je bent gewoon een beetje bang. Je vraagt je af of deze vrouw wel de liefde van je leven is, je voelt je onrustig over de toekomst.”