Het percentage Nederlanders dat vindt dat het nooit gerechtvaardigd is om een vrouw te slaan, is in 2026 ten opzichte van 2012 met vier procent gedaald. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van een onderzoek uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam en Tilburg University. Het is de pijnlijke realiteit van nu, waarin de ene alarmerende kop over vrouwenveiligheid in rap tempo wordt opgevolgd door meer gruwelijk nieuws; een groepsverkrachting op de campus van de Amerikaanse Cornell University, bijvoorbeeld. De zaken staan dan wel los van elkaar, maar belanden in één week tijd op dezelfde hoop van ellende dat de huidige nieuwsstroom over onveiligheid onder vrouwen omvat. Another day, another headline.
Negatief nieuws over vrouwen en onveiligheid
Wie het nieuws over vrouwenveiligheid volgt, kent inmiddels de optelsom. Seksueel geweld. Straatintimidatie. Femicide. Huiselijk geweld. Het volgende onderzoek, de volgende zaak, het volgende slachtoffer. Dat daar uitgebreid over wordt bericht is natuurlijk cruciaal. Geweld tegen vrouwen dat lang achter gesloten deuren bleef, krijgt nu meer dan ooit een plek in het publieke debat. Tegelijkertijd kunnen bij het lezen van de zoveelste kop gevoelens van moedeloosheid ontstaan. Je hoeft immers als vrouw niet zelf geweld te hebben meegemaakt om je ertoe te verhouden.
De vraag rijst: wat doet het met vrouwen om steeds opnieuw met die werkelijkheid geconfronteerd te worden? Hoe blijf je geïnformeerd en betrokken zonder jezelf mentaal te verliezen in de negativiteit over geweld tegen vrouwen? Deze vragen en meer legde ik voor aan professor doctor Marieke Liem, hoogleraar veiligheid en interventies, gespecialiseerd in gendergerelateerd geweld en initiatiefnemer van de Nederlandse Femicide Monitor.
Eerst het goede nieuws
Liem start ons gesprek over de telefoon bijzonder hoopvol. De toegenomen belangstelling in het nieuws kan worden ervaren als heftig, maar het heeft vrouwen ook veel opgeleverd. “Laten we beginnen met de positieve kant”, vertelt Liem. “Het goede effect ervan is dat we zien dat naarmate er meer vocabulaire wordt gegeven aan bepaalde gedragingen, mensen het eerder kunnen herkennen. Dat kan helpen het gevoel of de ervaring van vrouwen onder woorden te brengen en legitimiteit te krijgen. Dat zagen we bijvoorbeeld in de naweeën van de MeToo-beweging.” Wat begon als een hashtag, startte een internationale beweging: vrouwen over de hele wereld durfden hun ervaring met seksueel grensoverschrijdend gedrag te delen. “Ze kwamen in contact met anderen die zoiets hadden meegemaakt, en konden adequate hulp zoeken.”
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief
Soms schuilt dat belang in termen die inmiddels bijna vanzelfsprekend klinken. “Straatintimidatie is bijvoorbeeld ook zo’n term”, zegt Liem. “Dit type gedragingen gebeurde al heel lang, maar we hadden er geen woord voor. Er werd een beetje lacherig over gedaan, alsof het niet bestond. Nu hebben we houvast en kunnen we met z’n allen nadenken over mogelijkheden ter preventie.” Vrouwen kunnen steun halen uit vocabulaire, zoals “informatie opzoeken en een spiegel voorhouden – ik ben niet de enige; dit gebeurt vaker. En: er is hulp om uit deze situatie te komen.” Wat zichtbaar wordt, kan dus worden herkend en uiteindelijk aangepakt.
Consequenties
Alleen kent diezelfde zichtbaarheid ook een keerzijde. Een gevolg waar opvallend genoeg in wetenschappelijk onderzoek nog niet veel aandacht voor is. Liem is soms terughoudend in haar antwoorden, simpelweg omdat er op zulke vlakken nog veel kennis te winnen valt. Zoals de vraag op wat de consequenties kunnen zijn van het continu consumeren van negatief nieuws over vrouwen en hun veiligheid. De zoveelste headline kun je na het scrollen door het nieuws namelijk niet gemakkelijk wissen uit je hoofd.