rohes-marieke-meulendijks-als-mens-ben-ik-allesbehalve-kalm-misschien-ontwerp-ik-wel-de-rust-die-ik-zelf-probeer-te-vinden-411141
©Tom Delaisse

De marmeren hal van Huis De Vicq, het statige zeventiende-eeuwse grachtenpand aan de Gouden Bocht van de Amsterdamse Herengracht waar Róhe is gevestigd, staat vol met objecten die binnenkort verscheept worden naar New York. Daar opende onlangs de eerste winkel van het merk. Een grote, ingelijste zwart-witfoto van een molen staat tegen de muur. Op een dienblad liggen armbanden met zilveren bedels van iconische Nederlandse symbolen, zoals een molen en klompjes. Naast Zeeuwse oorijzers, herkenbaar aan hun vierkante uiteinden, de zogenoemde stiften. Als onderdeel van de klederdracht droegen vrouwen op zondag een kanten oorijzermuts, die met het oorijzer stevig op zijn plaats werd gehouden. Elders in het land kregen oorijzers juist spiralen of uitbundige pronkornamenten, zoals in Groningen.

Het sobere Zeeuwse oorijzer met zijn vierkante stiften keert terug in de nieuwe campagne, een vanzelfsprekende keuze binnen de ingetogen esthetiek van Róhe. Het Nederlandse model en kunstenaar Marte Mei van Haaster draagt het als enige accessoire. Ze lijkt nauwelijks make-up op te hebben en is verder naakt. De campagne ademt tegelijkertijd nostalgie en moderniteit, precies zoals het universum van Róhe. Nederlandse waarden als soberheid en eenvoud vertaalt het merk naar tijdloze silhouetten, zoals een wit overhemd met extra lange, omgeslagen mouwen, dat tot de kraag is dichtgeknoopt onder een zwarte blazer, gedragen met slechts één accessoire: een lange zilveren ketting met een Oud-Hollandse theepot.

In gesprek met Róhe’s Marieke Meulendijks

Voor het interview met Róhe-oprichter Marieke Meulendijks (48) nemen we plaats in de tuin, bereikbaar via de royale leefkeuken in het souterrain. Met haar grote roestvrijstalen werktafels, zacht groen geschilderde vitrinekasten en vaste chef, die hier dagelijks kookt voor het team, voelt de ruimte eerder als het hart van een woonhuis dan als de keuken van een modebedrijf. De deuren staan wijd open naar de barokke stadstuin, waar houten tafeltjes op het terras staan opgesteld. Achter in de tuin staat een achttiende-eeuws paviljoen met een zandstenen gevel, bekroond door Mercurius, de god van de handel, en geflankeerd door beelden van Diana en Apollo.

Het atelier van Róhe in Amsterdam
©STÉPHANIE OONK

Meulendijks’ atelier bevindt zich in de salon boven de keuken, een ruimte van vijf meter hoog en met een plafondschildering van Jacob de Wit. De klassieke architectuur, met hoge ramen en donkere visgraatvloer, wordt afgewisseld met hedendaagse meubels, zoals een groot ovaal bureau van Arne Kristian. Het ligt bezaaid met stofstalen, meetlinten en notitieboeken. In de hoek hangt een zestiende-eeuws schilderij van Hans Ewouts, dat Meulendijks op PAN Amsterdam kocht en waaraan ze inmiddels zeer gehecht is geraakt. Ook dat verhuist mee naar New York.

De salon, met zijn oorspronkelijke details zoals de ensuite deuren en vitrinekasten, vormde samen met de hedendaagse inrichting het uitgangspunt voor het interieur van de eerste Róhe-flagshipstore. “We zaten in deze ruimte toen we hoorden dat de winkel doorging. Ik keek om me heen en vroeg hardop: hoe zou die eruit moeten zien? Al snel waren we het erover eens dat we juist dit gevoel wilden meenemen naar New York.”

Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief

Eerste winkel in New York

Dat de eerste winkel niet ‘veilig’ in Amsterdam opent, maar in de Verenigde Staten, bracht ook de nodige uitdagingen met zich mee. “Het is zonder twijfel een van de grootste projecten uit mijn en Maickels (Weyers, haar man met wie ze Róhe runt, red.) carrière. Een winkel bouwen aan de andere kant van de oceaan is iets heel anders dan een collectie maken. We moesten een compleet nieuwe manier van werken leren kennen. Leveranciers en aannemers dekken zich juridisch in, ook richting ons. Voor de kleinste details worden aansprakelijkheden vastgelegd en er wordt al snel naar advocaten gegrepen. Alles moet worden gecontroleerd, afgedicht en juridisch dichtgetimmerd. Daar kun je je nauwelijks op voorbereiden.”

Niet alleen de esthetiek van Róhe reist mee naar New York, ook de manier waarop het merk met klanten wil omgaan. Zelfs het afrekenen voelt er straks eerder als een ritueel dan als een transactie. Er is geen klassieke kassa, maar een groot vintage bureau, gevonden bij Morentz Gallery in Waalwijk, waar klanten kunnen plaatsnemen voor een kop thee terwijl hun aankoop zorgvuldig wordt ingepakt. Ook de paskamers kregen uitzonderlijk veel aandacht en de Amerikaanse retailformule wordt uitgevoerd met een Hollandse, nuchtere benadering. “Tijdens ons vooronderzoek bij luxemerken viel ons op hoe weinig zorg er vaak naar de paskamers uitgaat. Terwijl passen juist een kwetsbaar moment is, dat weet ik uit eigen ervaring. We willen vrouwen niet dwingen meteen naar buiten te stappen. Ze moeten eerst in alle rust, alsof ze thuis zijn, naar zichzelf kunnen kijken. Pas als ze hulp willen, staat iemand voor ze klaar.”

Beeld uit het herfst/winter 2026-lookbook van Róhe
©Róhe

Liefde voor stoffen

In de rekken is onder meer Heritage te vinden, de permanente collectie die het huis onlangs lanceerde waarbij de ontwerpen zijn teruggebracht tot hun puurste en meest functionele vorm. Samen vormen de stukken een bewuste, intentionele garderobe met tijdloze, long-lasting investment pieces die seizoenen overstijgen. In de seasonal collecties onderscheidt het merk zich met onverwachte details, die inmiddels zijn uitgegroeid tot enkele herkenbare signaturen. Zoals de multifunctionele knitwear met subtiele openingen onder de oksels, waardoor één ontwerp zich op meerdere manieren laat dragen: als klassieke trui op koudere dagen of met de mouwen nonchalant over de armen in plaats van erin of om de schouders geknoopt wanneer de temperatuur stijgt. Ook de pankou-sluiting, een traditionele Chinese knoopsluiting, is uitgegroeid tot een terugkerend detail op jasjes, mantels en jurken.

Waar veel merken vanuit een ontwerp vertrekken, begint bij Róhe alles met de stof. “De stoffen selecteren we in Milaan en vormen vervolgens het vertrekpunt voor de collectie. Pas als we het juiste materiaal hebben gevonden, ontstaat het idee voor een silhouet. Ik ben opgeleid als textielontwerper; die liefde voor tactiliteit zit nog steeds in alles wat we maken.”

In het Amsterdamse atelier wordt daarom elk ontwerp eerst op de paspop gedrapeerd, daarna op een model gepast en vervolgens pas uitgewerkt tot patroon. Een tijdrovend, kostbaar proces, maar volgens Meulendijks onmisbaar. “Als het prototype van de fabrikant terugkomt, mag het eigenlijk geen verrassing meer zijn. Hetzelfde geldt voor de samples in de showroom. Wat inkopers in Parijs zien, is precies wat ze uiteindelijk geleverd krijgen. Dat eerlijke proces voelen klanten ook. De concurrentie binnen minimalistische mode is groter dan ooit. Juist daarom is het belangrijk dat we onze eigen koers blijven varen. Ons onderscheid zit in kwaliteit, pasvorm en ontwerpen die jarenlang meegaan.”

Achter oma’s naaimachine

Meulendijks werd geboren in Eindhoven en groeide op in Valkenswaard, waar ze tot haar achtste op het platteland woonde. De schilderijen van Hollandse landschappen in Huis De Vicq lijken haar jeugd te weerspiegelen. “Ik reed paard zonder zadel, droeg klompen en groeide op in een warm gezin waar altijd ruimte was voor iedereen. Heel eenvoudig, maar liefdevol.” Als tiener nam ze in haar vrije tijd de bus naar Eindhoven, waar ze haar kleedgeld uitgaf in de Bijenkorf en modebladen kocht. “Daar besefte ik voor het eerst dat de wereld veel groter was.”

De liefde voor mode begon echter al eerder, aan de naaimachine van haar oma. “Op zaterdag maakten we samen kleding. Ik tekende iets wat ik in de stad had gezien en omdat ik het niet kon betalen, probeerden we het zelf na te maken. Als ik aan mijn oma denk, zie ik haar nog voor me bij de spiegel in de bijkeuken. Daarna liepen we samen naar de woonkamer, waar de naaimachine al klaarstond. Dat zijn herinneringen die altijd zijn gebleven.”

Het atelier van Róhe in Amsterdam
©STÉPHANIE OONK

Haar oma hielp haar uiteindelijk met de toelating tot de modeacademie. Op haar zeventiende verhuisde Meulendijks naar Amsterdam. “Dat was behoorlijk wennen. Van een klein dorp naar een grote stad is een enorme stap als je zo jong bent. Ik heb er vrienden voor het leven aan overgehouden, maar achteraf denk ik soms: als mijn dochter straks zeventien is, zou ik haar eerst laten reizen. Ik was 21 toen ik afstudeerde en meteen ging werken.”

Tijdens een weekend bij haar ouders in Brabant ontmoette ze haar man, met wie ze tijdens het laatste rondje in hun stamkroeg aan de praat raakte. Een jaar later verhuisde hij naar Amsterdam. Met haar modediploma op zak ging Meulendijks aan de slag bij Scotch & Soda. “Dat was een heel bijzondere tijd, waarin ik ontzettend veel heb geleerd. Op een gegeven moment kreeg ik de kans om vrouwenlijn Maison Scotch op te zetten. Dan leer je niet alleen hoe je een collectie ontwerpt, maar ook hoe je een merk en een bedrijf opbouwt.”

De verkoop van Maison Scotch in 2011 gaf haar de financiële onafhankelijkheid om voor zichzelf te beginnen. Ze richtte Les Coyotes de Paris op, aanvankelijk een label voor tieners. “Na de verkoop mocht ik een periode geen dames- of herencollecties ontwerpen. Daarom begon ik met tieners. Na een aantal jaar, tijdens de coronapandemie, besefte ik dat Les Coyotes de Paris niet langer weerspiegelde wie ik zelf was. Ik was trots op wat we hadden opgebouwd, maar het voelde als een merk uit een andere fase van mijn leven. Doordat alles stilviel tijdens de lockdown, kreeg ik de ruimte om na te denken. Ik wist: als ik mijn carrière nog een nieuwe richting wilde geven, dan moest ik nu de stekker eruit trekken. Hoe ingrijpend die periode ook was, voor mij werd het ook een moment van bezinning. Doordat alles tot stilstand kwam.”

Hoofd dat altijd aanstaat

Uit die reset ontstond uiteindelijk Róhe. Haar man werkte al als zelfstandig ondernemer en groeide gaandeweg mee in het bedrijf. Inmiddels runnen ze het merk samen. “We doen het echt fiftyfifty. Alles waar mijn kracht niet ligt, pakt hij op, en andersom. Daardoor vullen we elkaar perfect aan.” Terwijl Meulendijks zich volledig op de creatieve kant stort, bewaakt haar partner de organisatie, financiën en het team. “Maickel is een mensenmens. Hij loopt voortdurend even bij collega’s langs, terwijl ik mezelf gemakkelijk opsluit in het atelier.” Ook thuis houdt hij haar met beide benen op de grond. “Ik kan eindeloos over werk blijven praten, maar hij zegt: morgen is er weer een dag. Hij sport elke dag en maakt bewust tijd voor zichzelf. Daar kan ik nog veel van leren.”

Beeld uit het herfst/winter 2026-lookbook van Róhe
©Róhe

Dat verlangen naar rust zit zelfs besloten in de naam van het merk. De helft van de naam, ro, betekent ‘kalm’ in het Noors. “Ik vind het een prachtig woord. Het is iets waar ik zelf voortdurend naar op zoek ben. Mijn hoofd staat eigenlijk altijd aan. Die naam herinnert me eraan dat vandaag vandaag is en morgen morgen.” Opvallend genoeg ademt juist haar werk die verstilling. Ze lacht. “Ik ben als mens allesbehalve kalm. Misschien ontwerp ik wel de rust die ik zelf nog probeer te vinden.”

Nu het bedrijf groeit, beseft Meulendijks dat ook zijzelf moet veranderen. “Ik wil een organisatie bouwen die niet volledig op mij leunt. Daarvoor moet ik beter voor mezelf zorgen.” Ze sport inmiddels af en toe en ontdekte onlangs een nieuwe creatieve uitlaatklep: beeldhouwen in brons. Het vak leert ze van haar buurvrouw, beeldhouwer Veri Wisman, met wie ze haar schaarse vrije middagen doorbrengt. “Toen ik net was begonnen, dacht ik meteen: hier wil ik eigenlijk één dag per week mee bezig zijn. Dat besef had ik eerder nooit. Nu gun ik mezelf dat ook.”

Die zoektocht naar meer balans speelt ook thuis, waar ze moeder is van een tweeling van elf. “De werk-privébalans is moeilijk. Dat ga ik niet mooier maken dan het is.” Haar moeder hielp haar dat te relativeren. “Ze zei: de kinderen zijn geboren in jouw leven. Dit is wie jij bent. Je creativiteit kun je niet uitzetten. Maar als ik er ben, wil ik er ook echt zijn.” Dat het lukt, schrijft ze voor een groot deel toe aan Weyers, met wie ze vorig jaar trouwde, allebei in haar eigen ontwerpen. “Hij is echt mijn rots in de branding. Hij heeft de afgelopen tien jaar zo veel opgevangen. Het avondeten, de kinderen… Ik denk eerlijk gezegd dat ik nauwelijks heb gekookt. Dat we elkaar zowel thuis als op het werk zo aanvullen, is een groot geluk.”

Voor alle vrouwen

De groei van Róhe blijft ook buiten Nederland niet onopgemerkt. Op dit moment worden gesprekken gevoerd met twee internationale modeconglomeraten die interesse hebben om een belang in het merk te nemen. Ze spreekt er opvallend nuchter over. “Het is allemaal nog heel pril. Er hebben al meerdere gesprekken plaatsgevonden in Parijs en New York. Binnenkort komt een hele delegatie naar Amsterdam om kennis te maken.” Onderdeel worden van een groter concern ziet ze alleen zitten als het Róhe sterker maakt, niet sneller. “We willen graag verder groeien, met eigen winkels in Londen en Tokio en uiteindelijk ook schoenen en tassen. Maar daarvoor heb je de juiste mensen, kennis en financiële slagkracht nodig.”

Juist daarin kan een internationale partner volgens haar het verschil maken. “Niet alleen financieel, maar ook met ervaring, een netwerk en mensen die weten hoe je een merk internationaal uitbouwt. Dan kun je stap voor stap verder bouwen aan wat er nu staat.” Het zou ook ruimte scheppen voor ambities die nu nog buiten bereik liggen, zoals shows tijdens de modeweken van New York of Londen.

Het atelier van Róhe in Amsterdam
©STÉPHANIE OONK

Terwijl de modewereld de afgelopen seizoenen voorzichtig een inhaalslag lijkt te maken op het gebied van leeftijdsdiversiteit, cast Róhe al jaren bewust modellen van verschillende generaties. Voor Meulendijks voelt dat vanzelfsprekend. “Misschien omdat ik zelf ook ouder word, maar ik wil niet voor één leeftijd ontwerpen.” Dat daar nog altijd discussie over bestaat, verbaast haar. “We kregen onlangs reacties op de campagne rondom onze bridal-collectie La Mariée, waarvoor we een ouder model hadden geboekt. Waarom zou je dat doen, vroegen mensen. Mijn eerste gedachte was juist: waarom niet? Ik wil niet voor één generatie ontwerpen, maar voor vrouwen in verschillende fases van hun leven.”

Juist die keuze blijkt aan te slaan bij haar klanten. “Vanaf het begin kregen we berichten van vrouwen die zich eindelijk gerepresenteerd voelden. Dat is voor mij veel belangrijker dan de mensen die er iets van vinden. Ik kijk zelf ook graag naar oudere vrouwen. Die inspireren me.”

Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd in het oktobernummer van Vogue Nederland, dat nu in de winkel ligt en hier online te bestellen is.