De marmeren hal van Huis De Vicq, het statige zeventiende-eeuwse grachtenpand aan de Gouden Bocht van de Amsterdamse Herengracht waar Róhe is gevestigd, staat vol met objecten die binnenkort verscheept worden naar New York. Daar opende onlangs de eerste winkel van het merk. Een grote, ingelijste zwart-witfoto van een molen staat tegen de muur. Op een dienblad liggen armbanden met zilveren bedels van iconische Nederlandse symbolen, zoals een molen en klompjes. Naast Zeeuwse oorijzers, herkenbaar aan hun vierkante uiteinden, de zogenoemde stiften. Als onderdeel van de klederdracht droegen vrouwen op zondag een kanten oorijzermuts, die met het oorijzer stevig op zijn plaats werd gehouden. Elders in het land kregen oorijzers juist spiralen of uitbundige pronkornamenten, zoals in Groningen.
Het sobere Zeeuwse oorijzer met zijn vierkante stiften keert terug in de nieuwe campagne, een vanzelfsprekende keuze binnen de ingetogen esthetiek van Róhe. Het Nederlandse model en kunstenaar Marte Mei van Haaster draagt het als enige accessoire. Ze lijkt nauwelijks make-up op te hebben en is verder naakt. De campagne ademt tegelijkertijd nostalgie en moderniteit, precies zoals het universum van Róhe. Nederlandse waarden als soberheid en eenvoud vertaalt het merk naar tijdloze silhouetten, zoals een wit overhemd met extra lange, omgeslagen mouwen, dat tot de kraag is dichtgeknoopt onder een zwarte blazer, gedragen met slechts één accessoire: een lange zilveren ketting met een Oud-Hollandse theepot.
In gesprek met Róhe’s Marieke Meulendijks
Voor het interview met Róhe-oprichter Marieke Meulendijks (48) nemen we plaats in de tuin, bereikbaar via de royale leefkeuken in het souterrain. Met haar grote roestvrijstalen werktafels, zacht groen geschilderde vitrinekasten en vaste chef, die hier dagelijks kookt voor het team, voelt de ruimte eerder als het hart van een woonhuis dan als de keuken van een modebedrijf. De deuren staan wijd open naar de barokke stadstuin, waar houten tafeltjes op het terras staan opgesteld. Achter in de tuin staat een achttiende-eeuws paviljoen met een zandstenen gevel, bekroond door Mercurius, de god van de handel, en geflankeerd door beelden van Diana en Apollo.

Meulendijks’ atelier bevindt zich in de salon boven de keuken, een ruimte van vijf meter hoog en met een plafondschildering van Jacob de Wit. De klassieke architectuur, met hoge ramen en donkere visgraatvloer, wordt afgewisseld met hedendaagse meubels, zoals een groot ovaal bureau van Arne Kristian. Het ligt bezaaid met stofstalen, meetlinten en notitieboeken. In de hoek hangt een zestiende-eeuws schilderij van Hans Ewouts, dat Meulendijks op PAN Amsterdam kocht en waaraan ze inmiddels zeer gehecht is geraakt. Ook dat verhuist mee naar New York.
De salon, met zijn oorspronkelijke details zoals de ensuite deuren en vitrinekasten, vormde samen met de hedendaagse inrichting het uitgangspunt voor het interieur van de eerste Róhe-flagshipstore. “We zaten in deze ruimte toen we hoorden dat de winkel doorging. Ik keek om me heen en vroeg hardop: hoe zou die eruit moeten zien? Al snel waren we het erover eens dat we juist dit gevoel wilden meenemen naar New York.”
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief



