Ballroom heeft sinds haar origin story in het New Yorkse Harlem van de jaren zestig een hele weg bewandeld. Op vrijdagavond 7 augustus bracht die weg de community naar een onverwachte plek: het Concertgebouw in Amsterdam, waar het Opus 1 Ball plaatsvond. Een big step voor ballroom! Het ball werd begeleid door het klassieke strijkorkest Amsterdam Sinfonietta. Twee werelden die op papier bijna niet verder uit elkaar kunnen liggen. Het resultaat? Pure magie.
Het Opus 1 Ball verovert het Concertgebouw
“Ballroom was born from the womb of a black trans woman.” Organisator en MC Zelda Dapaah Fitzgerald zet vanuit de spotlight de toon voor een groundbreaking avond. Gekleed in een wolkenachtige witte jurk van Nederlands couturier Tess van Zalinge staat ze voor een ruimte die die avond volledig wordt opgeëist door de black queer community.
Het kostte Fitzgerald en haar team tien jaar om Opus 1 Ball van een eerste idee naar een full-blown productie te brengen. “We nemen normaliter niet zulke spaces in. Ze worden niet aan ons uitgeleend of er is vaak niet genoeg funding beschikbaar”, vertelt creative director Zoë Bab. “Voor de veiligheid van onze community blijven we in onze restricties. Maar vandaag hebben we ervoor gekozen om die ruimte wél op te eisen, en onze eigen stoel aan tafel te schuiven.”
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief.
Ballroom meets Beethoven
Om te begrijpen waarom dit zo’n big night voor ballroom is, moeten we terug naar waar het vandaan komt. De cultuur ontstond binnen zwarte en Latijns-Amerikaanse queer en trans communities, voor en door mensen die zich daarbuiten vaak stil en klein moesten houden. Binnen de ballroom community ontstonden houses: chosen families waarin mothers en fathers hun ‘kinderen’ wegwijs maken in ballroom, maar ook steun, bescherming en een thuis bieden buiten het podium. Tijdens balls nemen deelnemers het in verschillende categorieën tegen elkaar op, met een bijbehorende culturele lingo als realness, serving face en dipping. Maar achter alle fabulousness en zelfexpressie schuilt een geschiedenis die je niet los kunt zien van de strijd die voorafging aan deze avond.
Dat weet ook Sylvana Simons, die tijdens Opus 1 plaatsneemt in de jury. Als twintiger danste ze in de iconische Amsterdamse gayclub iT, waar ze voor het eerst kennismaakte met ballroom. “Het is niet alleen een performance om mensen te entertainen”, vertelt Simons aan Vogue. “Er zit een verhaal, historie, pijn en verdriet achter. Het is een expressie die geboren is vanuit het gebrek om jezelf te mogen uiten.”
En nu komt die cultuur dus naast klassieke muziek te staan, historisch gezien bijna de andere kant van het culturele establishment. Ballwalker en oprichter van het eerste Nederlandse ballroomhuis Amber Vineyard – trailblazing, legendary mother of the House of Vineyard, in ballroomtermen – vat het scherp samen: “In onze samenleving wordt het klassieke orkest gezien als high art en ballroom als low art – which is absolute bullshit!”
De verschillen worden tijdens de avond niet weggepoetst, maar pontificaal naast elkaar gezet. “Wij komen heel luid binnen, zij heel rustig”, zegt Bab. “Klassieke muziek behoort tot de gevestigde orde, terwijl wij nog vechten voor onze plek.” De grote vraag: kunnen die werelden dezelfde taal spreken?
Voguing tussen de violen
Het antwoord kwam in vier categorieën: Fem Queen Realness, Vogue Fem, Face en Lip Sync Performance. Ballroom-dj Arakaza sloeg met zijn beats een muzikale brug tussen de moves en het Amsterdam Sinfonietta. Het leverde combinaties op die je moeilijk kunt verzinnen. Een lip sync op een achttiende-eeuwse aria van Mozart, bijvoorbeeld. Zonder dat ballroom daarvoor in een klassieke mal werd geduwd.
Ook niet voor Vineyard, die zelf meedeed aan de Lip Sync Performance en vooraf niet wist welk klassiek nummer die zou krijgen. “Ik spreek geen Italiaans, mijn tegenstander spreekt geen Duits”, grapt ze. Juist die onbekendheid haalde de performers uit hun vertrouwde ballroomtaal. Normaal geven specifieke beats, ritmes en ad-libs richting aan ballroom, of fungeren iconische gay anthems als de hartslag van de performance. Nu viel die muzikale houvast grotendeels weg en werd er gelipsynct op Mahlers Vijfde symfonie. “De combinatie van het gevoel dat de community en ballwalkers brachten, en het gevoel dat het orkest bracht, smolt samen. It was fire.”




















