Pride is dit jaar bigger and better than ever: zaterdag 25 juli markeerde de aftrap van WorldPride, dat dit jaar in Amsterdam wordt gehouden. Bigger and better betekent meer events, meer zichtbaarheid en meer regenboogvlaggen. Maar niet elk gebruik van de regenboogvlag betekent altijd daadwerkelijke steun voor de LHBTQ+-community. Pinkwashing is al een aantal jaar een begrip, maar anno 2026 komen bedrijven er niet zo snel meer mee weg. Wanneer weet je of merken oprecht zijn, of dat een Pridecampagne een oppervlakkige zet is om een queer-friendly imago te veinzen? We vroegen het aan drie experts.
Wat is pinkwashing?
First things first: wat is pinkwashing precies? De term stamt af van het begrip greenwashing, waarbij bedrijven zich naar de buitenwereld gedragen alsof ze duurzaamheid hoog op de agenda hebben staan, terwijl dat in de praktijk niet zo is. Vervang duurzaamheid voor LHBTQ+-rechten en green voor pink en je hebt pinkwashing, wat ook wel queerwashing of rainbowwashing wordt genoemd.
“We spreken over pinkwashing wanneer verwijzingen naar LHBTQ+-cultuur, zoals regenboogvlaggen, gebruikt worden om een queer-friendly imago te creëren zonder dat er daadwerkelijk geïnvesteerd wordt in LHBTQ+-rechten en de bestrijding van homofobie”, zegt prof. dr. Sarah Bracke, Professor of Sociology of Gender and Sexuality bij de Universiteit van Amsterdam. Dit kunnen bedrijven, organisaties en overheden zijn, die LHBTQ+-rechten inzetten als strategisch instrument of als afleiding van negatieve aandacht, zoals milieuvervuiling, arbeidsuitbuiting en zelfs mensenrechtenschendingen.
Bracke: “De term dateert van het einde van de jaren 2000, begin jaren 2010, en kreeg bredere bekendheid via het werk van schrijver Sarah Schulman. In de vroege jaren van pinkwashing was er een sterke focus op hoe nationale staten LHBTQ+-symbolen inzetten voor politieke propaganda.”
Regenboogmarketing
Inmiddels wordt pinkwashing ook ingezet door “niet-statelijke actoren” – dat wil zeggen organisaties, groepen of personen die geen deel uitmaken van een officiële regering – en daarbij komen vooral bedrijven en marketing in beeld. “Bij deze dimensie van pinkwashing wordt dat queer-friendly imago ook nog eens ingezet om winst te maken, wat voor nog meer ethische problemen zorgt”, zegt Bracke. “Wanneer LHBTQ+-rechten en de bestrijding van homofobie ingezet worden voor het businessmodel van bedrijven, zijn het vaak niet de LHBTQ+-gemeenschappen die er beter van worden.”
Meaning: regenboogvlaggen op je producten planten, je logo veranderen naar iets queer-gerelateerds en speciale Pride-collecties verkopen, zonder daadwerkelijk iets te betekenen voor de community. Dat herkent ook Philip Tijsma, persvoorlichter van COC Nederland. “Bondgenoten zijn ontzettend belangrijk in onze strijd. Het is fijn als bedrijven op de een of andere manier laten blijken dat ze aan de kant van de gemeenschap staan. Als je dertig jaar terug in de tijd gaat, was het al heel wat als bedrijven zich überhaupt wilden associëren met het onderwerp. Maar we zijn nu jaren verder en enkel je steun uitspreken met een regenboogvlaggetje volstaat niet meer.”
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief