Daar sta je dan: in je onderbroek en bh voor de spiegel, omringd door bergen kleding. Je kast puilt uit, en toch weet je niet wat je aan moet trekken. Een monday morning meltdown die iedereen wel herkent. Gooi daar een flinke dosis queer questioning bovenop en je omschrijft een gemiddelde ochtend uit mijn leven, pre-coming out. Toen ik uit de kast kwam, viel er dan ook een last van mijn schouders: nu zou ik vast beter weten wat ik aan zou moeten trekken. Maar niets bleek minder waar. Uit de kast komen verhielp helemaal geen kledingcrisis. Sterker nog, ik kreeg er een nieuwe bij.
Een kledingcrisis na uit de kast komen
Voor een aantal van mijn queer vrienden – en voor vele anderen in de LHBTQ+-community – is een kledingcrisis wel de minste zorg van uit de kast komen. Een van mijn bi-vriendinnen had destijds wel wat anders aan haar hoofd dan kleding: de angst rondom haar religieuze familieleden, die haar hoogstpersoonlijk aan de schandpaal hadden genageld als ze achter haar ware geaardheid waren gekomen. Ook anno 2026 is acceptatie nog steeds geen gegeven, en is homofobie very, very real.
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief
Stom genoeg droeg haar verhaal bij aan mijn eigen frustratie. Vooral omdat ik helemaal geen soortgelijke struggle had. Ik heb liefdevolle ouders, die mij altijd hebben opgevoed met de boodschap dat ‘sommige meisjes andere meisjes leuk vinden’, en dat daar niks mis mee is. Het aan oma vertellen deden we maar niet, maar toen ik op de middelbare school uit de kast kwam, wist ik dat ik blindelings kon vertrouwen op de steun van mijn ouders en vrienden.
Eigenlijk had ik dus niks te klagen, vond ik. Toch kunnen zelfs de meest accepterende ouders en vrienden niet de volledige impact opvangen als het gaat om het omarmen van een nieuwe identiteit.
Kleding en seksualiteit
Uit de kast komen verklaarde voor mij een hoop, maar was desalniettemin ontwrichtend. Want als zoiets fundamenteels als je seksualiteit anders blijkt dan je altijd dacht, wat zegt dat dan over je algehele identiteit?
LEES OOK
‘Echte mannen kijken gay-tv’
Zoals voor de meesten is mijn kledingstijl voor mij altijd een weerspiegeling van mijn identiteit geweest. Toen de realisatie van mijn seksualiteit insloeg, brak het die spiegel in duizend stukjes. Wat overbleef waren gefragmenteerde stukjes zelf, zonder enig idee hoe de puzzel in elkaar stak. In mijn geval was uit de kast komen – zoals het dat voor sommigen in mijn omgeving was – dus niet een soort bevrijdend moment, waarop ik éindelijk kon dragen wat ik eerst niet durfde; ik kreeg er juist een extra kledingcrisis bij.
Mijn coming-out ging voor mij daarom vooral gepaard met het experimenteren met kledingstijlen. Ik ben nooit een écht rokjesmeisje geweest, maar als baby gay (vakterm, ik verzin het niet) was daar al helemaal geen sprake meer van. Ik viel (ook) op vrouwen – dan moest ik er ook maar eens zo uit gaan zien. Weg met mijn oude, strakke en kleurrijke kleding; ik moest er voor zorgen dat ik er niet meer straight uitzag. Je geaardheid legitimeer je tenslotte door middel van je uiterlijk, toch? Althans, dat zouden alle films met ultrabutch lesbiennes mij hebben doen geloven. Who knew dat het oké is om je vrouwelijk te kleden, als je ook op vrouwen valt.