Als millennial leerde ik Robert Pattinson kennen als Twilight-vampier Edward Cullen. Hij was dé hunk waar alle tieners bij wegzwijmelden. Maar achter zijn scherpe kaaklijn en dreamy ogen schuilde al die tijd al een beetje een weirdo. Twilight gaf hem genoeg knaken om voor de rest van zijn carrière precies te doen wat hij wil: nooit meer een romantische lead spelen, maar liever gekke rollen met nog gekkere stemmetjes. Hij speelt graag zweterige schurken, norse vuurtorenwachters, en nu, in zijn nieuwste film Primetime, de sensatie-zoekende presentator Chris Hansen van To Catch A Predator. Het werkt voor hem: dit jaar verschijnt hij in maar liefst vier films in de bioscoop.
Hunk-vampier Edward
Toen Twilight in 2008 uitkwam was Robert Pattinson een relatieve nieuwkomer. De oplettende kijker herkende hem misschien als Cedric Diggory uit Harry Potter, maar door Twilight werd hij van de één op de andere dag een megaster. De rol was voor de toen 22-jarige Britse acteur een zware last op zijn schouders: hij moest een hele generatie tieners ervan overtuigen dat het best een prima idee is om te gaan daten met een 108 jaar oude vampier. En dat het niet creepy is hoe die vampier ’s nachts in de hoek van de kamer staat te loeren naar een 17-jarig meisje dat vredig ligt te slapen.
Edward bleek dé romantische fantasie voor een jonge vrouw: gevaarlijk maar beschermend (ook al werden de situaties waaruit hij Bella moest redden hoofdzakelijk door hemzelf veroorzaakt), mysterieus en onbereikbaar maar toch volledig toegewijd, en bereid om voor eeuwig van één meisje te houden. En eerlijk: Pattinson was met zijn intense blik perfect gecast voor de bleke vampier, die elke zin een beetje gromt of fluistert.
Hoe Robert Pattinson nu denkt over Twilight
Twilight werd een gigantisch succes en Pattinson werd binnen korte tijd een A-lister. Hij en zijn tegenspeler Kristen Stewart – die op de set een relatie kregen – werden het meest besproken koppel van Hollywood en konden ineens niet meer over straat zonder achtervolgd te worden door de paparazzi. Het is bijna onvoorstelbaar hoe populair de Twilight-reeks was; de vijf films kostten in totaal 400 miljoen dollar om te maken, maar brachten 3,4 miljard (!) in het laatje.
Ik heb de films laatst opnieuw gekeken, en hoewel ik objectief snap waarom ze toen zo populair waren, zijn ze bij vlagen écht lachwekkend slecht. En ik ben niet de enige die dat vindt: ‘R-Patz’ stak niet onder stoelen of banken wat hij echt van de filmreeks vond. Er zijn hele compilaties op YouTube van interviewfragmenten waarin hij grappen maakt over Twilight, zich afvraagt waarom de films überhaupt succesvol zijn, en dat hij Edward Cullen speelde als “stoned en geconstipeerd”.
Hij had destijds het volgende te zeggen over de boeken waar de films op gebaseerd zijn: “Het voelde alsof ik een boek las dat eigenlijk nooit gepubliceerd had mogen worden. Alsof ik haar seksuele fantasie zat te lezen. Vooral toen ze vertelde dat het verhaal gebaseerd was op een droom. Zo van: ‘O, ik heb gedroomd over deze ontzettend sexy man’, en vervolgens schrijft ze er gewoon een heel boek over. Ik dacht alleen maar: ‘Die vrouw is gek. Echt compleet gestoord. Ze is verliefd op haar eigen verzonnen personage.'”
Geen heartthrob, maar een weirdo
Toch laat hij ook weten dat hij dankbaar is voor het opstapje dat deze films hem hebben gegeven. En dat is niet zomaar een opstapje: naar verluidt verdiende Pattinson rond de 70 miljoen dollar met de filmreeks. Al snel daarna was hij hard op weg om de nieuwe Brad Pitt te worden. Maar in plaats daarvan deed hij totaal iets anders: hij wilde de nieuwe Willem Dafoe worden. Geen heartthrob, maar een vreemde character actor.