Het is jammer, maar helaas moeten we het hebben over de recente gebeurtenissen rond de Olympische Winterspelen in Milaan. En dan niet alleen over de buitengewone prestaties van atleten als Femke Kok en Jutta Leerdam. Maar over alles wat daar ongevraagd omheen gebeurt. Wat voor Femke Kok een onvergetelijk moment had moeten zijn – het vieren van goud op de Olympische Winterspelen — kreeg een bittere nasmaak. Haar coach sloot een lovende speech af met een ogenschijnlijk jolige en ongemakkelijke oproep: of er misschien een “leuke vriend” voor haar was, want met drieëntwintig wereldtitels op zak “heeft ze één ding nog niet”.
Femke Kok wint goud, maar ‘heeft nog geen vriend’
Zondagavond won Femke Kok Olympisch goud op de 500 meter. De schaatser klom later in het Team NL-huis op het podium terwijl haar coach Dennis van der Gun het woord nam en een openhartige speech gaf. Echter sloeg hij de plank mis toen hij na het prijzen van haar prestatie het volgende zei: “Je hebt drieëntwintig wereldbekers achter elkaar gewonnen, drie wereldtitels op rij, een Olympische titel. Wat wil je nou nog meer? Ik dacht: wat heeft ze nou nog niet? Eén ding heeft ze nog niet – en dat is een hele leuke vriend.”
De zaal reageerde hoorbaar ongemakkelijk. Online volgde al snel hetzelfde. Want waarom hebben we het op dit moment over haar relatiestatus? Waarom wordt een vrouw, zelfs met een lijst aan titels waar menig sporter alleen van kan dromen, toch neergezet als ‘nog niet compleet’?
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief
Focus op privéleven
Het was niet de eerste keer deze Spelen dat de aandacht verschoof van de prestatie naar het privéleven van sporters. In twee weken ging het gesprek al twee keer eerder niet over de sportieve focus of techniek. Zoals bij Jutta Leerdam. Haar make-up, vermeende ‘divagedrag’ omdat ze de pers niet te woord wilde staan, haar aankomst per privéjet en haar partner waren het gespreksonderwerp. Sportjournalistiek die zich vooral leek te interesseren in de randzaken, niet in de rondetijden.
En telkens wanneer dit soort situaties zich voordoen, lijkt er een soort tweedeling te ontstaan. Aan de ene kant mensen die zich uitspreken en zeggen: dit is niet oké. Aan de andere kant de bekende reactie: dat we tegenwoordig slecht tegen kritiek of ‘grappen’ kunnen, het vast niet zo bedoeld was en je tegenwoordig ‘ook niets meer mag zeggen’.
Ik weet zeker dat Femke Kok en Jutta Leerdam ook veel liever in detail zouden treden over hun strategieën op de Olympische Winterspelen. Alleen lukt dat niet zolang het narratief telkens wordt verschoven.