Hoe verhoud je je als (jonge) moeder tot alle moderne verwachtingen rond het moederschap? Orange Babies-directeur Fiona Hering (59 en moeder van een dochter van 26 en een zoon van 17), personal trainer Coco Sabajo (34 en moeder van vier kinderen van 9, 7, 5 en 1) en Vogue’s visual director Zoé Zindzi van Halen (33 en moeder van een dochter van 1,5) over de realiteit achter de perfecte plaatjes.
Dit artikel is afkomstig uit het juni 2025-nummer van Vogue Nederland. De leeftijden van de panelleden en hun kinderen zijn onaangepast, om de uitspraken in lijn te houden met de fase van het moederschap waar ze over spreken.
Vogue Panel over modern moederschap
Als het gaat over moederschap, dan gaat het al snel over het ‘perfecte plaatje’. Hoe kijken jullie daarnaar?
Fiona: “Ik word zo moe van dat geïdealiseerde moederschap. Wat is dat, de perfecte moeder? Het doet me denken aan die ouderwetse posters van de perfecte huisvrouw. Hou toch op.”
Zoé: “Ik moet bekennen dat ik zeker in het begin ontzettend aan het micromanagen was, en ook erg bezig met ‘een goede moeder zijn’. Als mijn kind ook maar een piepje gaf, stond ik meteen aan. Direct paniek: heeft ze pijn? Gaat alles goed? Wat moet ik doen? Sommige dagen leken eindeloos te duren.”
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief.
Coco: “Die onzekerheid komt voor een groot deel door het ideaalbeeld dat jonge moeders almaar zien op social media. Dat perfecte imago. Zo van: deze meid gaat elke dag met haar kinderen naar het museum, is helemaal idyllisch, maakt almaar muffins en broden from scratch. Ik weet inmiddels dat het allemaal niet echt is, omdat ik al een tijd moeder ben en ook werk als influencer. De realiteit is altijd anders – ook voor de mensen bij wie het leven van een afstand perfect lijkt.”
Zoé: “Het moederschap wordt inderdaad enorm geromantiseerd, zeker online. En als dat je referentiekader is, dan valt de dagelijkse realiteit best tegen. Gelukkig kan ik wel de humor inzien van alle niet-Instagrammable chaos die komt kijken bij het leven met een dreumes.”
Wat pakte dan bijvoorbeeld anders uit dan je had gedacht?
Zoé: “Toen ik zwanger was, dacht ik: zodra mijn kind er is, gaat ze naar de opvang en dan ga ik gewoon weer werken. Misschien dacht ik daar te makkelijk over, ik ging vooral af op wat ik om mij heen hoorde en zag. Ik dacht: mijn leven gaat gewoon door zoals het nu is, maar dan met een kleine. Toch hebben we nu gekozen voor een situatie waarbij mijn dochter altijd opgevangen wordt door mij, mijn partner of anders door onze familie. Ik kan daar tegelijkertijd enorm over malen: is het de beste keus? Heeft dit gevolgen voor haar ontwikkeling? Onthoud ik haar nu niet het plezier van contact met leeftijdsgenoten?”