Ik heb in mijn leven tweeduizend orgasmes gefaked – op een paar na. Geen grapje. Ik heb het uitgerekend: tweeduizend gedeeld door achttien jaar seks hebben komt neer op iets meer dan honderd faked orgasmes per jaar. Ja, dat klinkt ongeveer goed. Ik ben er niet trots op dat ik een een fraudeur op het gebied van orgasmes ben, maar het is de trieste, aantoonbaar onfeministische waarheid.
Waarom faken vrouwen zo vaak een orgasme?
Onlangs vroeg ik tijdens een etentje aan vier van mijn vriendinnen of ze het ooit hadden gefaked. Ze keken me aan alsof ik een idioot was. “We zijn vrouwen”, antwoordde een van hen terwijl ze met haar ogen rolde. “Het is praktisch een vereiste.” LOL? Hoewel het duidelijk moeilijk is om harde cijfers hierover te krijgen, bleek uit een Nederlandse enquete van Easy Toys in 2025 – waar ruim 2.500 mensen in heel Nederland aan deelnamen, dat 47,7 procent van de vrouwen weleens een orgasme had gefaked. Het is geen wonder dat wanneer een man tegen me zegt dat geen enkele vrouw ooit een ‘Sally’ bij hem heeft gedaan, ik denk: ‘Je bent een idioot.’
Sinds ik dertig ben, ben ik bezig met het verwerken van mijn neporgasmes, en net als de meeste verslaafden kijk ik terug op mijn vroegere zelf met een combinatie van medeleven, spijt en respect voor die toewijding. Maar als deze alomtegenwoordige bedrieglijkheid overduidelijk een negatief effect heeft op alle betrokkenen, waarom doen we dan alsof?
De eerste keer
Ik verloor mijn virginity op mijn zestiende. Na die gedenkwaardige twintig seconden keek mijn vriendje me verwachtingsvol aan. “Ben je klaargekomen?”, vroeg hij. “Eh… ja?”, mompelde ik, omdat ik het anticlimactische moment niet wilde verpesten. “Sick”, antwoordde hij, waarna hij zich omdraaide en in slaap viel.
Maar toen ging het niet echt om klaarkomen. Seks ging over belangrijkere dingen, zoals erkenning, groepsdruk en mijn katholieke ouders op de kast jagen. Bovendien was het gewoon spannend om naakt bij iemand te zijn. Maar het daadwerkelijke ‘seks’-gedeelte voelde gewoon alsof ik steeds weer een tampon inbracht. Als ik alleen was, kon ik mezelf binnen vier seconden laten klaarkomen, maar met iemand anders in de kamer kreeg mijn vagina plotseling last van social anxiety. Orgasmes waren niet iets dat net buiten mijn bereik lag, maar eerder een abstract concept dat vele galaxies verderop lag.
Fake it till you make it
De jaren daarna deed ik alsof, en dat deed ik heel consequent. Het had meerdere doelen. Als een of andere kerel me van binnen helemaal kapot maakte, was doen alsof een effectieve manier om het af te ronden. Als ik met zo’n lieve maar irritant volhardende ‘ik geef pas op als je klaarkomt’-kerel was, gaf ik hem een medelevenorgasme om de emotionele inspanning te vermijden die het kostte om hem daarna te troosten. (Een beetje zoals wanneer ik seks had met irritante kunstenaars, omdat het afwijzen ervan nog vermoeiender leek dan er gewoon mee door te gaan.)
Een orgasme faken was in het ‘belang’ van de man, maar het was ook – hoewel ik moeite had om dat toe te geven – voor mijzelf. Niet kunnen klaarkomen voelde soms als een mislukking, en doen alsof was makkelijker dan te accepteren dat mijn vagina misschien letterlijk kapot was.
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief
En het veinzen bleef niet beperkt tot orgasmes. Soms deed ik ook iets tragisch: vóór de seks ging ik naar de badkamer, spuugde op mijn hand en duwde die vervolgens in mezelf, deels om de man te laten denken dat ik super opgewonden van hem was, maar ook zodat de seks geen pijn zou doen. Ik was Alice, die de weg naar een bizarre wonderland insmeerde.