Florals for fall lijken inmiddels net zo ingeburgerd te zijn als florals for spring. De herfst/winter 2026-collecties zijn een weelderige tuin vol bloemen, van Jonathan Andersons waterlelies bij Dior tot levensechte camelia’s bij Chanel.
Diors waterlelies
Voor zijn tweede vrouwencollectie voor Dior was Jonathan Anderson in de ban van waterlelies. “Je begrijpt meteen waarom Monet zo geobsedeerd was”, zegt hij – in een video die het modehuis voor de show op Instagram deelde – in gesprek met de favoriete therapeut van de modelwereld, ontwerper en Fashion Neurosis-podcaster Bella Freud. Deze keer lag hij niet op haar beige bouclé bank, maar nam ze plaats op de iconische groene stoelen in de Jardin des Tuileries.
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief
De historische tuin, die al eeuwenlang een ontmoetingsplek is voor geliefden, vrienden, toeristen en toevallige passanten, vormde eveneens een belangrijke inspiratiebron voor Anderson. Een keuze die bovendien naadloos aansluit bij Christian Diors levenslange liefde voor bloemen en tuinen. En die de cirkel rondmaakt: het modeshow speelt er al jarenlang, terwijl het Musée de l’Orangerie, waar Monets beroemde Nympheas (Waterlelies) permanent te bewonderen zijn, op een steenworp afstand ligt.

Flaneren tussen de bloemperken
Hoewel hij inmiddels in Parijs woont, kijkt Anderson naar eigen zeggen nog altijd met de blik van een toerist. Hij observeert graag de wandelaars in de tuinen rond het Louvre, waar Parijzenaars en bezoekers tussen fonteinen, bloemperken en karakteristieke groene stoelen flaneren. Het deed hem dagdromen over het idee van een promenade en over een tijd waarin mensen zich nog kleedden om gezien te worden.
De eerste drie modellen die de show openden, verschenen in variaties op hetzelfde silhouet: een verkort Bar Jacket gecombineerd met een gelaagde minirok van Zwitserse broderie, afgewerkt met ruches en een zwierige sleep die achter hen aan danste. Het resultaat? Zakelijk boven, romantisch onder, alsof er – net als bij een waterlelie – meer schuilgaat onder het oppervlak. Soms was de verwijzing letterlijk, in de vorm van bloemenapplicaties, lotushakken en couturewaardige lichtroze jurken, die eerder leken te bloeien dan te worden gedragen.

