Happy Prada day! Een deep dive in de legacy van Miuccia Prada in aanloop naar de show van vandaag
Lang schaamde ze zich ervoor modeontwerper te zijn, want 'who cares about fashion?' Dat Miuccia Prada zichzelf hiermee tekortdoet, blijkt wel uit haar legacy. Al zo'n vijftig jaar verrast ze met kledingstukken die stof doen opwaaien – letterlijk en figuurlijk.
“Als mensen me vragen naar de betekenis van luxe, weiger ik antwoord te geven, want ik haat dat woord en iedereen die erover praat”, zei Miuccia Prada (77) een paar jaar geleden in een interview met System Magazine. “Of iemand nou vindt dat luxe een grote diamant is, of een wandeling in de natuur, als het gaat om de betekenis van luxe is wat mij betreft elk antwoord fout.”
De carrière van Miuccia Prada
Het is een typerende uitspraak voor de ontwerper en creative director van Prada – intellectueel en eigenzinnig op het dwarse af. De definitie van luxe is een onderwerp dat vaak terugkomt in gesprekken met haar, waarbij het er elke keer op neerkomt dat ze het vooral beschouwt als iets banaals en vulgairs, zowel het begrip zelf als erover praten.
Ironisch genoeg is de Prada Group, waarvan zij de creative director is, tegelijkertijd een van ’s werelds grootste en succesvolste merken op het gebied van luxe mode en accessoires. Naast Prada en Miu Miu bezit de groep merken als Church’s en Car Shoe en kocht het vorig jaar ook Versace. De netto-inkomsten over 2025 bedroegen bijna zes miljard euro, een stijging van negen procent ten opzichte van het jaar daarvoor, in een periode dat eindeloze winststijgingen in de wereld van de luxe allang niet meer vanzelfsprekend zijn. De waarde van het bedrijf wordt geschat op dertien miljard dollar. En het is juist Miuccia Prada’s eigenzinnige en intellectuele benadering van mode én luxe die een van de belangrijkste factoren is geweest voor dat succes. Geen gekke prestatie voor iemand die zich in de jaren zeventig nog inzette voor de communistische partij van Italië.
Communist
Maria Bianchi, zoals Miuccia Prada werd geboren op 10 mei 1949 (over die naamsverandering straks meer), groeide op in de gegoede kringen van Milaan. Haar grootvader Mario en diens broer waren in 1913 de oprichters van Fratelli Prada, dat gespecialiseerd was in handgemaakte lederwaren waarbij vakmanschap en traditie voorop stonden. Vanuit hun boetiek in de prestigieuze Galleria Vittorio Emanuele II in Milaan verkochten ze luxe reisbagage en leren accessoires aan de reislustige Europese upper class en waren zelfs hofleverancier van het toenmalige Italiaanse koningshuis.
In de jaren vijftig nam haar moeder Luisa Prada de teugels over. Het zag er in eerste instantie niet naar uit dat dochter Miuccia, zoals Maria in familiekringen werd genoemd, zich zou gaan bemoeien met het familiebedrijf. “Toen ik jong was, wilde ik altijd anders zijn”, vertelde ze aan de Amerikaanse Vogue. En dus studeerde ze in 1971 af als politicoloog aan de universiteit van Milaan, waar ze in 1978 vervolgens promoveerde. Tegelijkertijd volgde ze een opleiding tot mimeartieste aan het Piccolo Teatro, een carrièrepad dat daarna blijkbaar niet verder is gevolgd (ergens jammer). Ze bewoog zich in links-intellectuele en feministische kringen en was lid van de links-communistische partij, want: “Als je in die tijd niet totaal stupide was, wilde je dat de maatschappij zou veranderen en was je links.”
Prada’s beslissing in 1978 om toch voor iets kapitalistisch als het familiebedrijf te kiezen was voor haar geen makkelijke. Het was zelfs iets waar ze zich lange tijd voor heeft geschaamd. Ze noemt het “de grootste tegenstelling in mijn leven”, maar zoals ze uitlegde aan Vogue: “De liefde voor mooie objecten zegevierde”. De keuze had ook te maken met de ontmoeting met haar toekomstige man Patrizio Bertelli, die nog steeds CEO is van de Prada Group. Hij was de founder van een ander luxe lederwarenmerk, maar ze besloten samen Prada nieuw en vooral modern leven in te blazen.
Een van Miuccia Prada’s eerste ontwerpen voor het huis, dat zich toen nog steeds alleen richtte op bagage en andere accessoires, was meteen een revolutionaire: een lichtgewicht nylon rugzak. Ongehoord in kringen van oldschool luxe, maar typisch voor de praktische benadering van Miuccia, die niet huiverde om heilige huisjes om te gooien. De rugzak, gelanceerd in 1984, was in eerste instantie nauwelijks succesvol. De wereld moest duidelijk nog wennen aan het idee van een high-end merk dat een ‘goedkoop’ product zoals een nylon rugzak verkocht. Bovendien was Prada, zeker op het wereldtoneel, nog geen echt grote naam.
Dat was tien jaar later wel anders toen de Prada-rugzak met het kenmerkende driehoekige metalen label zich ontwikkelde tot een van de meest gewilde tassen. De tas werd een icoon van de jaren negentig. Inmiddels had Prada zich ook ontpopt tot modemerk. Want ook al had Miuccia Prada geen enkele opleiding op het gebied van mode en kan ze naar eigen zeggen nauwelijks tekenen, ze had wel zo haar opvattingen over mode. Net als bij die rugzak zijn het haar afkeer van clichés en het idee dat mode de vrouw moet dienen en niet andersom, de zaken die haar drijven als ontwerper. “Ik probeer vrouwen te respecteren en ik probeer creatief te zijn op een manier die draagbaar is; draagbaar en daarnaast praktisch.”
In 1988 toonde ze haar eerste modelcollectie – geïnspireerd door haar eigen garderobe en de doelgerichtheid van het schooluniform – die in zijn soberheid en voorliefde voor zwart een bruuske halt stond op de overheersende over the top glamour van de jaren tachtig. De collectie bevatte ook enkele klassiekers waar het merk nu beroemd om is, zoals chunky loafers en de rok tot op de knie. Binnen een aantal seizoenen was Prada een van de belangrijkste én origineelste merken in het Milanese modelandschap.
In de jaren tachtig liet ze haar vaders achternaam Bianchi voor de wet veranderen in die van haar moeder, om zich op die manier nog meer te verbinden aan het huis. Dit deed ze door zich als volwassen vrouw te laten adopteren door een ongetrouwde zus van haar moeder. In 1987 trouwde ze met Patrizio Bertelli, waarna ze moeder werd van twee zonen, Lorenzo in 1988 en Giulio in 1990. De oudste werkt in het familiebedrijf als executive director, de jongste is filmregisseur. In 1993 richtte Miuccia Miu Miu op, als speelser, jonger zusje van het wat serieuzere Prada en genoemd naar het koosnaampje uit haar jeugd. In dat jaar kwam er ook een lijn voor mannen bij en in 1997 volgde Prada Sport.
Het zijn de tegenstellingen in het leven van Miuccia Prada die het meest in het oog springen. De mix van haar, zoals ze dat zelf noemt, ‘bourgeois afkomst’ en haar links-intellectuele vorming als jongvolwassene. De linkse afkeer van iets leegs als dure spullen gedurende een leven lang in het epicentrum van het luxe consumentisme. Haar feministische inborst tegenover haar liefde voor traditioneel vrouwelijke, soms bijna reactionaire kledingstukken zoals de midirok of, recentelijk, het controversiële Miu Miu-schort. Tijdens haar activistische jaren droeg ze naar politieke demonstraties niet het standaard hippie-uniform van versleten jeans en gehaakte poncho’s, maar Yves Saint Laurent. Deze tegenstellingen komen ook terug in Miuccia’s collecties voor Prada en Miu Miu.
Ugly is in
Wat daarnaast opvalt, al sinds die eerste modeshow in 1988, is dat Miuccia geen trends volgt, maar al jaren haar eigen Prada-route bewandelt, waar ze haar persoonlijke obsessies steeds weer opnieuw behandelt. Een van de meest in het oog springende obsessies is die met wat men ‘ugly chic’ is gaan noemen. Een door de jaren zeventig geïnspireerde esthetiek waarbij expres ‘lelijke’ kleurcombinaties (paars met bruin, olijfgroen met saffraangeel) en stijve en nerdy kledingstukken zoals de hoog dichtgeknoopte blouse, de spencer, de vierkante rok tot op de knie en sandalen met sokken in vaak synthetische materialen centraal staan. Deze obsessie vond voor het eerst een podium in haar zomercollectie van 1996, die insloeg als een bom. ‘Ugly is in’, schreef The Washington Post.
Het is voor de identiteit van het merk misschien wel de meest bepalende collectie geweest, en daarnaast een van de invloedrijkste modecollecties van de afgelopen decennia. Modejournalist Alexander Fury beschreef twee decennia later in The Independent hoe de collectie in die tijd een boost in vintage shopping veroorzaakte en ervoor zorgde dat we massaal bruin gingen dragen. “Het zorgde voor een grensverleggende verandering in de manier waarop we ons gingen kleden, op een manier die vergelijkbaar is met de New Look van Christian Dior in 1947. Miuccia’s fugly jurken, de opzettelijke smakeloosheid van haar gebruik van nylon, de gehakte panty’s met blokhakken eronder: het heeft de manier waarop generaties nieuwe designers ontwerpen beïnvloed.”
Instinctief
In een interview met de Amerikaanse Harper’s Bazaar wijdt Prada uit over haar voorliefde voor tegenstellingen in haar collecties. “Ik snap zelf niet eens waarom ik dat doe. Het is instinctief, iets moet altijd een tegenovergestelde hebben. Als ik een sexy look doe, moeten er mannelijke schoenen of een slonzig poloshirt bij. Misschien is het een manier om mijn eigen complexiteit tot uitdrukking te brengen, want dat is mijn meest bepalende eigenschap en het is onderdeel van het DNA van Prada. Als er rood is, moet er zwart zijn. Als iets mooi is, moet er iets lelijks tegenover staan. En dat is niet simpelweg de wil om te shockeren, je moet dingen breken om vooruit te komen.”
Miuccia Prada’s oeuvre omvat inmiddels ontelbaar veel memorabele collecties en kledingstukken, het ene nog iconischer dan het andere. Zomer 2000 bijvoorbeeld, met de pussybow blouses, de plooirokken met lipstickdessin en het bruine mantelpak in struisvogelleer. Of de zomercollectie van 2008, met de sprookjesachtige dessins van elfjes en bloemen aan de ene kant, en aan de andere kant tunieken en flares in extra ugly chic kleurcombinaties. Of de wintercollectie van hetzelfde jaar, met de jurken en rokken volledig van zwart kant, een afrekening met haar eigen dubbelzinnige houding ten opzichte van dat materiaal. “You have to go all the way. A little touch of lace becomes pretty”, verklaarde ze, waarbij het predicaat ‘pretty’ overduidelijk niet als compliment is bedoeld.
En dan is er nog de bananenblouse uit 2011, de rokken en jurken met werk van bekende illustratoren en muurkunstenaars uit 2014 en de oversized zwart met rode lammycoat uit de najaarscollectie van dat jaar. Ook de meest recente collectie van dit najaar maakte indruk. Daarbij liepen vijftien modellen elk vier keer over de catwalk, elke keer was een laag kleding verwijderd. Veel van deze stukken zijn inmiddels gewilde items geworden voor modeverzamelaars, waarvoor tegenwoordig bij veilingen een veelvoud van de oorspronkelijke prijs wordt betaald.
Modellen Kate Moss en Shalom Harlow backstage in 1996.
Miuccia Prada en Raf Simons
Het is bijna niet voor te stellen dat iemand met zo’n uitgesproken visie samen zou kunnen werken met een andere ontwerper. De modewereld was dan ook in shock toen Prada in 2020 aankondigde dat de Belgische ontwerper Raf Simons haar co-designer zou worden. Net als Prada heeft Simons geen klassieke modeopleiding. Hij studeerde industriële vormgeving en begon zijn carrière in 1991 als meubelontwerper. Vier jaar later startte hij zijn eigen mannenmodelijn en in 2005 werd hij daarnaast aangesteld als hoofdontwerper van Jil Sander – op dat moment in handen van de Prada Group. Simons maakte daarna vooral furore als creative director van Dior (2012-2015) en Calvin Klein (2016-2018). Hij was al lang fan van Prada en bewonderde de “perfecte balans tussen realiteitszin en excentriciteit” van het huis. Hij stopte in 2023 zelfs met zijn eigen label om zich volledig op Prada te focussen.
Zes jaar later kan worden vastgesteld dat de samenwerking een succes is, tot verbazing van velen. “Mensen waren zo negatief aan het begin”, vertelde Prada aan The Cut. “Ze hóópte gewoon dat wij niet samen zouden kunnen werken. Hoe het komt dat wij dat wel kunnen? Ten eerste vanuit wederzijds respect. Ten tweede hebben we voor tachtig procent dezelfde smaak.” Daarbij vervult Prada een dubbelrol, waarbij ze samen met Simons vanuit het standpunt van de ontwerper opereert, maar zij daarnaast ook de zakelijke belangen van het bedrijf behartigt. Ze hebben gemeen dat ze allebei vanuit een rotsvast geloof in hun eigen visie werken en hebben dan ook een pact gesloten: als één van de twee iets haat, gebeurt het niet.
Schaamte
Miuccia Prada geeft niet vaak interviews, maar altijd als ze dat wel doet, komt het gevoel van schaamte ter sprake dat ze al vanaf het begin van haar carrière in de mode ervaart. Schaamte voor het feit dát ze in de mode werkt. “Ik heb me altijd geschaamd, want toen ik begon was ik een feminist, onderdeel van de intelligentsia”, zei ze eerder dit jaar nog tegen The Cut.
“In de jaren zeventig was de algemene opvatting ongeveer dat er niets ergers was dan een modeontwerper te zijn. Ook wat mijzelf betreft waren dokter, politicus en leraar de enige echt belangrijke beroepen. Pas sinds kort is dat gevoel minder, want ik zie hoe belangrijk mode is voor mensen en het is ook belangrijk. Maar ik zeg er wel altijd bij dat het alleen belangrijk is als het goed met je gaat. Als je ziek bent of in het ziekenhuis ligt: who cares about fashion. Mode is er voor de gelukkige momenten.”
Daarbij onderschat Miuccia Prada haar eigen bijdrage aan het levensgeluk van haar vele fans natuurlijk schromelijk.