Meryll Rogge showt vandaag haar tweede Marni-collectie: ‘Ik zie mezelf als een dirigent van een orkest’
Vandaag toont de Belgische Meryll Rogge haar tweede collectie voor Marni in Milaan. Als een van de weinige vrouwelijke creative directors aan het hoofd van een groot modehuis gelooft ze niet in de ontwerper als eenzame visionair. "Ik zie mezelf als een dirigent van een orkest."
Vaststellen dat Meryll Rogge (42) momenteel overal is, is een understatement. Als we Instagram openen, landen we bij een video van de Vogue Business Global Summit, waar Rogge een van de belangrijkste sprekers was over het nieuwe hoofdstuk van Marni onder haar leiding. Bladeren we door de Britse Vogue, dan zien we Zoë Kravitz in de coverstory gekleed in een volledige lente/zomer 2026-look van Rogges gelijknamige eigen label. In een podcastinterview noemde de actrice de minitrackshort en het bijpassende sportjack zelfs een van haar favoriete looks uit de serie. En dan is er nog B.B. Wallace, het knitwearlabel dat Rogge samen met Sarah Allsopp oprichtte en dat inmiddels in de mooiste winkels ter wereld ligt, van 10 Corso Como in Milaan tot Galeries Lafayette in Parijs.
Het vergt dan ook flink wat agenda-puzzelwerk voordat we Meryll Rogge kunnen spreken. Haar voornaam spreek je uit op z’n Vlaams, Merriel, niet als het Engelse Meryl, al zal ze inmiddels wel gewend zijn aan die uitspraak. Uiteindelijk blijkt er een gaatje in haar agenda te zijn, ingeklemd tussen meetings met de diverse ontwerpteams. Na ons gesprek duikt ze meteen weer een reeks besprekingen in, over tassen en borduurwerk tot stoffen. Rogge zit achter haar bureau, voor een uitpuilende boekenkast, met een stijlvolle roestvrijstalen theepot binnen handbereik.
Overal een mening over
Dat Rogge in de mode terechtkwam, lijkt achteraf bijna onvermijdelijk, al wees in haar jeugd weinig die kant op. Ze groeide op in Gent, in een sportief gezin met een vader die gepassioneerd zeiler is. Een groot deel van de vrije tijd bracht het gezin dan ook op het water door, vaak in het Caribisch gebied. Zelf dacht ze lange tijd dat ze illustrator zou worden. “Ik was als kind altijd aan het tekenen. Pas achteraf besefte ik dat ik al met mode bezig was. Een nieuwe wintertrui uitzoeken was voor mijn ouders geen eenvoudige opgave. Ik had overal een mening over.”
Toch blijkt de liefde voor mode, eenmaal verder terug in de familiegeschiedenis, allerminst uit de lucht te komen vallen. Aan beide kanten van de familie lijkt die liefde in het bloed te zitten. “Mijn ene oma heb ik nooit gekend, omdat ze jong overleed. Ze was beeldhouwer en schilder, studeerde ook aan de kunstacademie in Antwerpen en liet een kleermaker jurken maken zoals zij die in haar hoofd had. Mijn andere oma heeft gelukkig een lang en leven gehad. Ze hield ervan zich mooi aan te kleden. Designerstukken kon ze zich niet veroorloven, maar ze vond altijd haar eigen manier. Ze maakte kleding zelf of struinde obscure winkels in Parijs af waar je knock-offs van Saint Laurent kon vinden. En ze kocht stapels modemagazines.”
Als tiener begon voor Rogge langzaam het besef te dagen dat mode meer kon zijn dan een fascinatie. “Toen ik ontdekte dat je er je werk van kon maken, was ik verkocht. Mijn ouders stonden alleen niet meteen te springen om dat carrièrepad. We spraken daarom af dat ik eerst een andere bachelor zou afronden. Dat werd rechten aan de universiteit van Namen, destijds gelukkig een opleiding van slechts twee jaar. Daarna mocht ik doen wat ik wilde.”
Bij haar eerste toelatingspoging voor de prestigieuze Antwerpse modeacademie werd Meryll Rogge afgewezen. De selectieprocedure staat bekend als een van de zwaarste in de modewereld en duurt meerdere dagen. Kandidaten worden beoordeeld op hun portfolio, maken ter plekke een schilderopdracht en sluiten af met een interview. “Mijn portfolio was eerlijk gezegd vrij beperkt. Je doet de toelating samen met mensen van over de hele wereld. Velen hebben al een andere creatieve opleiding afgerond, van architectuur tot grafisch ontwerp of schilderkunst. Je komt dus meteen terecht tussen ontzettend getalenteerde mensen.”
Een jaar later keerde ze terug, dit keer beter voorbereid en met een veel sterker portfolio. In datzelfde portfolio schreef Rogge ook over de ontwerpers naar wie ze opkeek. Marni was er daar een van. “Het was de manier waarop het merk vrouwen benaderde die me aansprak. Intelligente, onafhankelijke vrouwen die zich niet lieten leiden door trends, maar een eigen stem hadden en zich voor zichzelf kleedden. Die attitude vond ik ontzettend inspirerend. Daarnaast was er een gevoel van creativiteit, nieuwsgierigheid en geduld dat ik nog steeds maar bij een handvol modehuizen terugzie.” Dat ze jaren later zelf creative director van Marni zou worden, had ze toen onmogelijk kunnen vermoeden. Ze werd alsnog toegelaten.
Gevraagd naar het belangrijkste wat ze aan haar tijd op de modeacademie heeft overgehouden, is Rogge radicaal eerlijk. “Aan de academie leren ze je eigenlijk niet zo veel. Wat je er vooral leert, is zelfstandig denken. De opdrachten zijn erop gericht om je een eigen visie te laten ontwikkelen en je te leren je eigen strengste criticus te zijn. Niemand gaat het werk voor je doen of je motiveren. Dat moet echt uit jezelf komen. Je staat regelmatig voor een jury en krijgt veel kritiek. Je wordt voortdurend uitgedaagd oplossingen te vinden voor problemen waarvan je nog niet weet hoe je ze moet oplossen. Daardoor word je heel vindingrijk. Eigenlijk bereiden ze je tegelijk heel goed én totaal niet voor op het echte leven. Ze vormen je karakter, niet het vak. Het ambacht leer je pas echt zodra je aan je eerste baan begint. Maar die mentaliteit, die neem je voor de rest van je carrière mee.”
Minstens even belangrijk zijn de banden die op de academie ontstaan. Niet alleen met jaargenoten, maar ook met studenten uit andere lichtingen. “Je bouwt er vriendschappen voor het leven op. Glenn Martens zat een jaar boven mij en Demna Gvasalia studeerde af toen ik net begon. We zijn nog altijd met elkaar verbonden. Je werkt ongelooflijk hard, maakt lange dagen en moet je creatief kwetsbaar durven opstellen. Daardoor ontstaan diepe verbindingen. Dat is mooi, omdat je elkaar in de loop der jaren steeds weer tegenkomt. Ook bij de verschillende modehuizen waar ik heb gewerkt, heb ik mensen ontmoet met wie ik nog altijd een hechte band heb.”
Marc Jacobs calling
Die zelfstandigheid bleef ook buiten de schoolmuren niet onopgemerkt. Slechts een maand na de start van haar stage bij Marc Jacobs in New York krijgt Rogge er een vaste baan aangeboden. Walter Van Beirendonck, de legendarische ontwerper en toenmalig hoofd van de Antwerpse modeacademie, moedigt haar aan die kans te grijpen, ook al moet ze officieel nog een jaar studeren. Een onconventioneel advies, maar achteraf gezien een beslissing die bepalend zou blijken voor haar carrière. “Achteraf begrijp ik niet eens waarom ik Walter überhaupt belde om te overleggen. Werken bij Marc Jacobs was destijds mijn absolute droombaan en hij zat op het hoogtepunt van zijn carrière. Toch twijfelde ik even. Ik was pas 23 en in die tijd was het simpelweg not done om als je zo ver was gekomen de opleiding niet af te maken. Een jaar overslaan deed simpelweg niemand. Walter zei: ‘Neem die baan. En als het niet werkt, kom je gewoon terug.’ Dat stelde me meteen gerust.”
Aan haar jaren in New York bewaart Rogge warme herinneringen. Ze arriveerde er in een bijzondere periode. Barack Obama werd verkozen tot president en de stad voelde optimistisch en vrij. “Er hing een bijzondere energie. Het voelde alsof alles mogelijk was. We waren met z’n vijven in het woven design team, Marc inbegrepen. Juist daardoor kreeg ik van dichtbij mee hoe een modehuis functioneert. Marc Jacobs was eigenlijk mijn MBA in mode. Het was mijn eerste ervaring bij een internationaal modehuis en ik leerde er meteen hoe het er op het hoogste niveau aan toegaat. Alles was nieuw en alles was interessant. Je leert niet alleen ontwerpen, maar ook hoe je samenwerkt met patroonmakers, het productieteam, pr, noem maar op. Dat was minstens zo leerzaam.”
Door naar Dries
Dook Marni al in haar toelatingsportfolio voor de Antwerpse modeacademie op, Rogge gaf óók haar eerste salaris bij Marc Jacobs uit aan een paar schoenen van het Italiaanse modehuis. Na zeven jaar in New York had ze eigenlijk geen plannen om te vertrekken. Toch kwam er een telefoontje dat ze onmogelijk kon negeren. Dries Van Noten zocht een head of design. “Tijdens mijn academietijd liep ik iedere ochtend langs zijn etalage aan de Nationalestraat. Daar ooit werken, was een droom.”
Ze nam het aanbod aan en verhuisde terug naar Antwerpen. Leidinggeven voelde voor Rogge tegen die tijd als een vanzelfsprekend onderdeel van haar werk. “Toen ik bij Marc Jacobs begon, gaf ik al leiding aan zeven stagiairs. Ik merkte al snel dat ik die managementrol leuk vond en dat het me goed lag.” Ook de samenwerking met Van Noten bleek vormend. “Het was geweldig om hem van dichtbij aan het werk te zien. Hij werkte ongelooflijk hard, nog net geen vierentwintig uur per dag, maar op een totaal andere manier dan ik in New York had ervaren. Dat was misschien wel de belangrijkste les: er bestaat niet één manier om creatief te zijn of een collectie te maken. Er zijn verschillende routes, en dat gaf me enorm veel vrijheid. Het creëerde ruimte in mijn hoofd voor mijn eigen manier van werken.”
Na vier jaar bij het huis besloot Rogge in 2020 haar langgekoesterde ambitie waar te maken: ze richtte haar gelijknamige label op. Vanaf dat moment zagen we voor het eerst haar persoonlijke esthetiek. Rogges stijl balanceert tussen klassiek en ontregelend: vertrouwde garderobestukken geeft ze een onverwachte draai. Denk aan een bloemenjurk onder een grove trui, een perfect overhemd nét uit proportie, of een scherpe blazer met speelse vormen. Haar kleding voelt intelligent, eigenzinnig en tegendraads. Hoewel haar ouders in haar tienertijd huiverig waren voor haar modecarrière, steunden ze haar volop in deze fase, midden in de piek van de coronapandemie.
Begin 2025 lanceert ze samen met Sarah Allsopp, die ze bij Marc Jacobs had leren kennen, nog een eigen label: B.B. Wallace. Een knitwearlijn van tijdloze, uniseks truien in uitgesproken kleuren en van natuurlijke materialen, ontworpen als een ‘forever sweater’. ‘We hebben geweldige reacties gehad sinds het eerste seizoen. Meer dan 45 retailers kochten het in. We hebben grote ambities voor het merk. Zelf draag ik de samples al jaren en heb ik de truien in elke kleur.”
Een halfjaar later, in juli vorig jaar, tekent ze haar contract bij Marni, een maand nadat ze de ANDAM Grand Prize in ontvangst nam. In de jury zat onder anderen Renzo Rosso, oprichter van modeconcern Only the Brave, waar Marni sinds 2012 onder valt. De Zwitserse Consuelo Castiglioni richtte Marni in 1994 samen met haar man op in Milaan. Zonder ooit een modeopleiding te hebben gevolgd, ontwikkelde ze een eigen handschrift waarin scherpe silhouetten, excentrieke dessins en rijke texturen samenkwamen, en groeide ze uit tot een van de meest vernieuwende ontwerpers van haar generatie.
De aanstelling van Meryll Rogge kwam op een moment waarop de creatieve stoelendans in de modewereld in volle gang was en gold meteen als een van de meest spraakmakende benoemingen van het seizoen, niet in de laatste plaats omdat ze een van de weinige vrouwelijke creative directors aan het hoofd van een groot modehuis is. “Ik moest het nieuws een paar weken stilhouden en wachten tot het bevestigd werd. Het voelde goed, alsof alles klopte, omdat ik zo’n oprechte band voel met het huis. Ik was zo vereerd.”
Voor haar nieuwe rol verhuisden Rogge, haar man en hun twee jonge kinderen (3 en 5) van Gent naar Milaan. In plaats van zich in de archieven te verdiepen, ging ze meteen in gesprek met het team. “Ik heb het huis al zo lang gevolgd, ik ken de collecties en hoefde me dus niet te verdiepen in de geschiedenis. De eerste week stond echt in het teken van kennismaking: met het team, vooral de directe cirkel van mensen met wie ik dagelijks werk. Ze moesten me leren kennen, mijn werkwijze, en ik moest het bedrijf leren kennen, de manier van werken hier. Veel gesprekken dus, om mijn visie voor Marni te delen en in die eerste week al duidelijk te maken waar we naartoe willen.”
Haar eerste show presenteerde ze in februari dit jaar. De openingslook bestond uit een zachtgele jas, een taupekleurig T-shirt met gestileerde gaten, een knielange rok met grote zwarte pailletten en een strook paarse pailletten, een rode riem, zwarte pumps met witte veter en bordeauxrode sokken. Niets leek bij elkaar te passen, maar juist daardoor viel alles op zijn plaats. Al bij de eerste blik werd duidelijk dat ze de iconische codes van het huis eerde: excentrieke dessins, uitgesproken colorblocking, speelse texturen en een quirky randje. Een totaal andere benadering dan die van haar voorganger Francesco Risso, die experimenteel te werk ging. Rogge wilde Marni juist terugbrengen naar het echte leven: draagbaar, maar tegelijkertijd eclectisch, elegant en kunstzinnig. Het voelde als een terugkeer naar de oorsprong van het huis, gemixt met eigentijdse en minietjes punkelelementen en vervolgens vertaald naar nu. Ook de kenmerkende Marni-kettingen van oprichter Consuelo Castiglioni maakten hun rentree, ditmaal als dikke leren koorden waaraan handbeschilderde rode bloembladjes in verschillende formaten waren geregen.
Nieuw hoofdstuk
Inmiddels werkt Rogge aan haar tweede show voor Marni, die op donderdag in Milaan plaatsvindt. “We hebben net de pre-collectie afgerond en zijn nu volop bezig met de show. We zitten midden in het ontwerpproces: stoffen, silhouetten, alles komt nu samen. Tegelijkertijd denken we na over de showlocatie, het concept en de manier waarop we het verhaal willen vertellen.”
Rogge gelooft niet in het idee van de creative director als solist. “Ik beschouw het ontwerpproces als een voortdurende uitwisseling. Het ontwerpteam komt met ideeën, ik kom met ideeën en we bouwen daar samen op voort. Ik ben niet geïnteresseerd in een hiërarchische of dicterende rol. Als je met goede ontwerpers werkt, valt er zoveel van elkaar te leren. Ik zie mezelf eerder als de dirigent van een orkest of de coach van een voetbalteam. Een belangrijk deel van mijn werk is de juiste mensen samenbrengen, ontdekken waar hun talent ligt en ervoor zorgen dat dat tot bloei komt. Ik geloof dat je de beste resultaten krijgt als je mensen het vertrouwen geeft om te creëren. Er is geen goed of fout; een idee past wel of niet in de collectie. Met die filosofie kun je ontzettend veel bereiken.”
Relevant
Gevraagd naar haar ambities voor Marni hoeft Meryll Rogge geen moment na te denken. “Ik wil het huis opnieuw relevant maken. Voor de mensen die al jaren van Marni houden, maar ook voor een nieuwe generatie. Misschien zelfs voor de kinderen van de oorspronkelijke Marni-liefhebbers. De uitdaging is om een vormentaal te ontwikkelen die onmiskenbaar Marni is, maar tegelijkertijd voelt alsof er een nieuw hoofdstuk begint. Alleen zo kan het huis zijn volledige potentieel benutten.”
Ook buiten het atelier begint Milaan langzaam als thuis te voelen. “Sinds we vorig jaar zijn verhuisd, genieten mijn gezin en ik enorm van het leven hier. Ik vind het bijzonder om een stad als inwoner te leren kennen. Veel vrije tijd is er nog niet geweest, maar juist de kleine dingen zijn fijn: met het gezin uit eten gaan, nieuwe restaurants ontdekken, langzaam een routine opbouwen. Ik hoop lang te blijven, om me de stad echt eigen te maken.”