In een wereld waarin er steeds nieuwe termen opduiken (van gaslighting in 2022 tot mankeeping in 2025), krijgen sommige woorden ook een andere betekenis. De term bodycount, dat oorspronkelijk werd gebruikt in het leger om te verwijzen naar het aantal overleden soldaten, maar in de jaren tien werd omgedoopt tot een seksuele term, wordt anno 2026 weer meer gebruikt dan ooit. En dat is wellicht niet zo verrassend. De cijfers liegen er namelijk niet om: Gen Z doet het minder én op latere leeftijd. Ze zijn voorzichtiger en denken langer na over met wie ze het bed delen – en dus ook met hoeveel mensen hun (toekomstige) bedpartner al tussen de lakens heeft gelegen. Maar de term lijkt anno 2026 niet slechts één kant op te werken: ook een te lage bodycount is een hot topic. Wat is hier aan de hand? Vogue duikt in de huidige bodycount-fixatie van een jonge generatie. Waar komt die fixatie vandaan? En hoe deal je ermee in je relatie?
De term bodycount
Relatie-expert en seksuoloog Linda Hauer legt uit hoe de dualiteit van de term bodycount werkt bij een nieuwe generatie. “Een hoog aantal bedpartners kan worden geïnterpreteerd als een teken van seksuele vrijheid en ervaring, maar ook als een gebrek aan selectiviteit of bindingsbereidheid. En een laag aantal kan juist worden gezien als een teken van terughoudendheid of exclusiviteit, maar ook als een gebrek aan ervaring of seksuele aantrekkelijkheid.” We beoordelen elkaar dus niet alleen op seksueel gedrag, maar vooral op wat we denken dat dit gedrag over iemand zegt, stelt Hauer. Jongeren lijken dit meer te doen dan voorgaande generaties. “En daarin spelen culturele normen, genderverwachtingen en ons eigen zelfbeeld een belangrijke rol.”
Volgens relatie-expert en seksuoloog Jolien Spoelstra hoeft het feit dat jongeren naar het aantal bedpartners van de ander kijken geen probleem te zijn. Sterker nog, het kan ervoor zorgen “dat je elkaar beter begrijpt”. Maar, zegt ze: “Niks moet. Het is geen vereiste om dit te bespreken in je relatie.” Zo’n cijfer zegt namelijk niks over iemands seksuele ervaring, benadrukt ze. “Iemand kan vele malen seks hebben gehad met één partner en daarmee alles hebben ontdekt. Terwijl een ander dertig losse, eenmalige ervaringen telt, maar weinig ontwikkeling heeft doorgemaakt. Op zichzelf zegt zo’n getal dus eigenlijk helemaal niets.”
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief.
De achterliggende emoties
Als iemands bodycount dus eigenlijk weinig voorstelt, waarom hecht een jonge generatie er dan toch zoveel waarde aan? Volgens Hauer draait dat puur om de emoties achter het getal. “Het cijfer zelf is slechts een neutraal feit. Maar de betekenis die je eraan koppelt zegt heel veel over je eigen onzekerheden, hechtingspatronen en overtuigingen over seks. Het aantal eerdere bedpartners vertelt ons op zichzelf namelijk weinig over iemands vermogen om lief te hebben, zich te verbinden of een fijne seksuele relatie op te bouwen.”
Een andere veelvoorkomende emotie is retroactieve jaloezie. Die emotie richt zich op het verleden. Als de getallen ver uit elkaar liggen, is het niet gek als je jezelf gaat vergelijken, zegt Hauer, en dat er misschien jaloezie bij komt kijken. Dat is een volkomen natuurlijke reactie. “Als sociale wezens vergelijken we onszelf nu eenmaal om te bepalen waar we staan. Het voorkomen kun je niet; het draait erom hoe je ermee omgaat. Wie met deze jaloezie kampt, zoekt eigenlijk vaak naar bevestiging. Bijvoorbeeld door te willen horen dat de vorige partner lang niet zo aantrekkelijk was als jij.” Maar zulke vergelijkingen bieden slechts tijdelijke troost. “Deze angst is vaak veel ouder dan de huidige relatie zelf.”