de-overeenkomst-tussen-kinderfeestjes-en-afterpartys-ik-heb-al-bij-binnenkomst-zin-om-te-vertrekken-413286
©Sarah Wijzenbeek

Een paar weken geleden kocht ik een houten blok voor 22,50 euro. Het zal niemand verbazen: het was een paniekaankoop. Vanwege de verjaardag van het eerste kind van een vriendin ging ik naar de enige, veel te dure kinderspeelgoedwinkel bij mij in de buurt. De verkoper leek me te herkennen van de vorige keren dat ik zoekend door haar winkel had gelopen. Ze kwam meteen op me af, vermoedelijk omdat ze weet dat ik snel verward raak in haar zaak en daardoor in staat ben tot bizarre aankopen.

Shoppen voor kinderfeestjes

De speelgoedwinkel waar ik het over heb is er zo een waarin spullen niet gesorteerd zijn op leeftijden of hobby’s, maar op kernwoorden als ‘fantasie’, ‘motorisch’ en ‘zintuiglijk’ – in kleurige letters op de houten kasten geschilderd. Tegelijkertijd lijkt de inhoud van al die kasten min of meer hetzelfde: houten dieren, katoenen knuffels, puzzels in de vorm van een vrucht of regenboog. Niets is elektrisch of van plastic. Er liggen speciale gekleurde tegels op een deel van de vloer, waar ik de eerste keer dat ik er binnenliep op ging staan. Toen kwam de verkoper voor het eerst op me af. “Je staat op een sensorische tegel”, zei ze. Ik keek omlaag naar het groene vierkant onder mijn laars, vroeg me af of dit een soort strikvraag was. Om de situatie duidelijker te maken, voegde ze toe: “Die kost 65 euro.”

Op dat moment zag ze denk ik in mijn blik dat ik een heel lucratieve klant zou worden. Diezelfde verkoper stond een paar weken geleden dus weer tegenover me. “Zoek je iets specifieks?”, vroeg ze. “Iets voor een eenjarige”, antwoordde ik. Waarop zij weer vroeg: “Jongen of meisje?” Ik vond dat een opvallend conservatieve vraag voor een winkel die verder zo vooruitstrevend deed met zijn aanbod en categorieën. “Meisje”, zei ik. “Maar ik wil niet iets te stereotyperends.”

Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief

Op mijn eerste kinderverjaardag gaf ik de zoon van vrienden een Spider-Man-pak – hij werd drie, het leek me wel passend. Na het uitpakken werd de sfeer in de huiskamer voelbaar ongemakkelijk. “Wat een … hilarisch cadeau”, zei de moeder op een toon waar geen hilariteit in doorklonk. De vader zette het pak stoïcijns met doos en al op de cadeautafel – tussen de roze dino’s, de genderneutrale legosets en de kinderboekjes uit de winkel van het Stedelijk Museum.

Pretentieuze kindercadeaus

Destijds wist ik nog niet dat mensen cadeaus op een kinderverjaardag niet per se voor het kind geven, maar voor hun eigen imago. Sinds ik dat wel weet, ga ik elke keer dat ik uitgenodigd word naar deze antroposofische speelgoedwinkel, waar ik nu stond te twijfelen tussen een doosje kinetisch zand van 15 euro of een paar magnetische tegels – “de nieuwe rage”, volgens de verkoper – 21,95 euro voor acht. Wat ook niemand je vertelt over cadeaus kopen voor andermans kind, is dat je wat budget betreft totaal in het duister tast. Terwijl hoeveel je uitgeeft gevoelsmatig wel heel veel communiceert. Geef je te weinig uit, dan lijk je gierig – je geeft toch wel om de kinderen van je vrienden? Geef je te veel uit, dan denken de ouders misschien dat ze zich schuldig moeten voelen omdat ze jou niet als peetouder hebben gevraagd.

Zo kwam ik dus uit op dat blok: duur genoeg, ook niet té duur, antroposofisch verantwoord en bovendien een onmiskenbare showstopper op de tafel vol pretentieuze kindercadeaus. Wat kun je er eigenlijk mee, vroeg ik de verkoper, terwijl zij het al aan het inpakken was. “Tactiliteit ontwikkelen”, antwoordde ze. Het klonk belangrijk. “Je kunt er tactiliteit mee ontwikkelen”, zei ik tegen de jonge ouders, terwijl hun dochter mijn blok ogenschijnlijk verbaasd voor zich uit hield in haar box. “Leuk”, antwoordde de vader, met zijn blik op de hoek van zijn huiskamer, waar twee jongetjes van een jaar of drie met een ballon aan het voetballen waren, vlak naast een servieskast. “Geweldig”, zei mijn vriendin, waarna ze me een minuutlang omhelsde.

Kinderfeest vs. bacchanaal

“Wil je een glas wijn?”, vroeg ze vervolgens. Het leek alsof ze tranen in haar ogen had. Rondom onze voeten renden een stuk of twaalf kleine wezens. Ze doken onder de tafel en gooiden over met ballonnen, om de halve minuut knalde er een. “Die ballonnen waren misschien niet het beste idee”, zei mijn vriendin, terwijl ze een glas voor me zocht op de tafel vol roze cupcakes en barbies – kennelijk was genderbevestigend weer in. Vanuit mijn ooghoek zag ik dat de jongetjes bij de servieskast nu met mijn blok aan het overgooien waren.

Het opvallende aan kinderverjaardagen is dat ze uit twee totaal onafhankelijke feesten bestaan, in één ruimte. Enerzijds is er het kinderfeest, de uitgelezen mogelijkheid voor alle aanwezigen jonger dan twaalf om zich volledig te laten gaan in activiteiten als schreeuwen, rennen, elkaar meppen, huilen en snoep eten. Simultaan is doorgaans een soort bacchanaal gaande voor de ouders, die zich verzamelen rond een tafel vol wijn, cocktails en bier – er staan ook altijd een paar 0.0-blikjes, maar alleen voor de vorm. De twee feesten hebben een onderling versterkend effect: hoe meer de ouders drinken, hoe harder de kinderen kunnen gillen zonder gecorrigeerd te worden. En hoe harder de kinderen gillen, hoe meer de ouders moeten drinken om niet gek te worden van het gegil.

Lees het volledige artikel over kinderfeestjes in het Motherhood Issue (november 2026) van Vogue Nederland, dat nu in de winkel ligt en hier online te bestellen is.