In het Schotland van de zeventiende eeuw zat de streng religieuze rechter en staatsman Archibald Johnston of Wariston soms urenlang in zijn dagboek te schrijven. Met een ganzenveer in de hand deed hij verslag van zijn innerlijke strijd, zijn angst om zondig te zijn en alle gebeurtenissen in zijn leven die hij als tekens van de schepper beschouwde. Zo schreef hij in 1654 nadat zijn dochter hersteld was van een ziekte: “I blessed God for my daughter’s wealnesse.” Volgens de Oxford Dictionary is het, zij het in een ouderwetse spelling, de eerste keer dat iemand het woord ‘wellness’ gebruikte als de tegenhanger van ‘illness’.
Explosieve groei
In 2024 was de wereldwijde wellnessindustrie rond de zes biljoen euro waard, oftewel zesduizend miljard (!). Dat is meer dan de olie- en gasindustrie, meer dan de auto-industrie, en meer dan de voedingsindustrie. Sinds 2013 is de waarde meer dan verdubbeld, en volgens een prognose van het Global Wellness Institute zal de wellnesssector rond 2030 goed zijn voor tien biljoen euro.
Het goede nieuws is dat we ons fysieke, geestelijke en sociale welbevinden blijkbaar serieus nemen. Maar een markt die zo explosief groeit, betekent ook dat gezondheid een commercieel product is geworden, en dat ons welzijn nu lucratieve handelswaar is. Er wordt daarom gretig ingespeeld op angsten, onzekerheden, verlangens en schuldgevoelens, om vervolgens een aantrekkelijke oplossing te bieden – waarbij de wetenschap niet zelden aan het kortste eind trekt. We krijgen ingeprent dat we onszelf continu moeten verbeteren; ‘af’ zijn we nooit.
Wandelen, water drinken, goed slapen en af en toe een beetje lummelen? Vergeet het maar. We hebben trackingapps, dure supplementen, kuren en retraites nodig. Of anders juist iets dat al door de Inca’s werd gebruikt. We moeten ontprikkeldata hebben, de rozenkwartsmijnen in Madagaskar leegtrekken, aan het vitamineinfuus, de biologie te slim af zijn met hacks en warme olie in onze navel masseren. We moeten quick fixes, holy grails, superfoods en miracle cures vinden, of op zijn minst de ultieme oplossing. Als je daar niet zen van wordt…
Elke week onze beste artikelen in je inbox? Schrijf je hier in voor de Vogue-nieuwsbrief
Snelness
Het satirische platform De Speld publiceerde laatst een stukje met de treffende titel Mediteren: kan het efficiënter?. Steeds meer mensen hebben geen tijd om te onthaasten, aldus het fictieve nieuwsbericht, en meditatie duurt toch al snel twintig minuten. Gelukkig heeft ‘efficiëntieyoga-instructeur’ Vincent een geruststellend inzicht: mediteren hoeft amper tijd te kosten. Je kunt het bijvoorbeeld staand in een volle treincoupé doen, of combineren met taakjes die nog moeten gebeuren, zoals boodschappen doen of de kinderen naar bed brengen. “We hebben alles geoptimaliseerd, waarom meditatie dan nog niet?”